Hernhutter zusters

Terug naar overzichtTerug naar overzicht

Het Zusterhuis was een van de ‘koorhuizen’ die in de eerste jaren na de komst van de Hernhutters in Zeist zijn gebouwd. Er waren onder andere ‘koorhuizen’ voor ongehuwde vrouwen en mannen, weduwen en weduwnaars. De samenstelling van de koren veranderde door opname van nieuwe leden, door vertrek naar elders, door huwelijk of overlijden.

Zusterhuis

In Amsterdam was al in het jaar 1741 een koorhuis voor de ongehuwde zusters ingericht. Onder leiding van Doortje Crellius verhuisden zes zusters in 1748 naar Zeist, waar zij hun intrek namen in het Slot. Drie jaar later, 1 november 1751, namen 44 zusters hun intrek in het nieuwe zusterhuis. De meesten waren overgekomen uit Herrnhaag in de Wetterau. In de loop van een jaar voegden zich nog eens 68 zusters bij hen. Van 1818 tot 1973 kende de Evangelische Broedergemeente een meisjeskostschool die grote bekendheid genoot in Nederland.

Verplicht eigen bijdrage

Alle koorleden waren verplicht, ieder naar vermogen, een bijdrage te betalen voor kost en inwoning. De zusters werkten onder andere in de wasserij, de winkel aan het Broederplein, de weverij in het zusterhuis, de kostschool of verrichtten handwerk thuis. Omdat de zusters de meerderheid in de gemeente vormden, werd in 1953 besloten voortaan minstens twee zusters in de oudstenraad op te nemen.

Monumentale betekenis

Het Zusterplein is daarnaast voor Zeist van grote monumentale betekenis. In de eerste plaats als onderdeel van het gehele complex van het Slot en de pleinen. Het complex is ‘de parel’ van Zeist. De kerkzaal uit 1768 is naast het gebruik voor kerkdiensten van de Evangelische Broedergemeente ook vandaag de dag nog dé plaats in Zeist voor concerten en andere bijzondere bijeenkomsten, zoals de jaarlijkse uitreiking van Koninklijke Onderscheidingen in Zeist.

De zusters leven voort in Het Zusterplein in Zeist.