Fietstocht langs het werk van architect Leo Visser

Architect Leendert (Leo) Gerrit Visser heeft tussen 1930 en 1973 tientallen gebouwen in Zeist ontworpen. Hij maakte winkels met woningen erboven, scholen, verzorgingshuizen en vooral veel woningen: vrijstaande huizen, twee-onder-één-kapwoningen, rijtjeshuizen en flats. Sommige projecten zijn beeldbepalend en direct herkenbaar. Andere vallen minder op, maar zijn altijd zorgvuldig ontworpen en rijk aan details. U ziet ze en denkt: dat zit goed in elkaar, typisch Visser.

Met deze fietsroute ontdekt u een selectie van zijn bouwwerken. De route is gebaseerd op twee artikelen die in 2011 verschenen in Seijst, het magazine van het Zeister Historisch Genootschap. Sindsdien zijn er nog meer projecten van Visser gevonden. Toch hebben we moeten kiezen: er is eenvoudigweg te veel om in één route op te nemen. De geselecteerde gebouwen laten goed zien hoe veelzijdig Visser was en hoe zijn stijl zich in de loop van de jaren ontwikkelde.

Over Leo Visser

Leo Visser werd in 1910 in Rotterdam geboren en kreeg zijn bouwkundige opleiding in Utrecht. Zijn eerste ontwerp in Zeist was een twee-onder-één-kapwoning aan de Eikenlaan 33 en 35, in 1930. Hij was toen pas 20 jaar. In 1931 vestigde hij zich in Zeist, aan de Hogeweg. Hij trouwde in 1934 en verhuisde in 1937 naar Waterigeweg 32. Dit huis en zijn kantoor tekende hij zelf. Ook zijn latere woningen, zoals Lorentzlaan 187 en de Mirtehof aan Molenweg 50, kwamen van zijn tekentafel. Hij overleed in 1991.

Vissers stijl: herkenbaar en zorgvuldig

Visser was een kind van zijn tijd. Hij liet zich inspireren door onder anderen Frank Lloyd Wright, Berlage, de Amsterdamse School, Dudok, Mertens en Van Ravesteijn. Zijn stijl is zakelijk, met strakke lijnen en functionele details. Hij werkte graag met baksteen in verschillende kleuren en structuren en had een groot gevoel voor metselwerk. In zijn vooroorlogse ontwerpen gebruikt hij vaak Noors metselverband en verzonken voegen. Het onderste deel van de gevel ligt meestal iets terug, waardoor diepte ontstaat.

Karakteristieke stijlkenmerken zijn:
• ronde vensters, vaak met roedeverdeling;
• grote halfronde glas-in-loodramen;
• luchtig glas-in-lood met driehoeken en cirkels;
• balkonhekken met vijf horizontale metalen buizen;
• opvallende dakoverstekken bij gebouwen van vóór de Tweede Wereldoorlog;
• variatie in metselpatronen, soms met blauw geglazuurde stenen.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde zijn stijl. Door schaarste aan materialen werd bouwen soberder. Ronde ramen verdwenen, glas-in-lood kwam minder voor en de dakoverstekken verdwenen. Wel bleef Visser aandacht houden voor metselwerk, reliëf en subtiele decoratie met tegels. Hij maakte meer gebruik van beton en ontwierp onder meer het eerste flatgebouw van Zeist, met een betonskelet en een geknikt, licht hellend dak.

Visser bouwde niet alleen woningen, maar ook veel voor bedrijven, het onderwijs en zorginstellingen. Zijn gebouwen zijn functioneel, helder ontworpen en vaak bescheiden van uiterlijk. Juist daardoor zijn ze kwetsbaar als de eisen in onderwijs of zorg veranderen of wanneer de behoefte aan meer comfort ontstaat. Verschillende naoorlogse gebouwen zijn dan ook verdwenen.

Geniet van wat er nog staat

Veel van zijn bouwwerken staan er nog steeds. Deze route laat u genieten van de architectuur die Zeist decennialang heeft gevormd. Elk gebouw laat iets zien van het vakmanschap van Leo Visser: zorgvuldig, doordacht en nooit saai.

Routebeschrijving

Start: Slotpark bij het bruggetje waar de Zinzendorflaan de Waterigeweg kruist.

  • De Waterigeweg oversteken en naar links Waterigeweg 32, De Reiger

In 1937 was Visser al 7 jaar actief in Zeist. Hij had een eigen handschrift ontwikkeld. De wijken Kersbergen en Griffensteijn waren volop in ontwikkeling en zijn aandeel in de ontwerpen was aanzienlijk. Aan de Waterigeweg ontwierp hij op nummer 32 “De Reiger”, zijn nieuwe woonhuis en kantoorruimte. Vrijstaand op de hoek met uitzicht op de Slottuinen. Een lichte baksteen, terugliggende horizontale voeg, een halfrond balkon met een hekwerk van gebogen buizen, boven de flinke erker. Grote raampartijen, rond raam boven de voordeur ook met roedeverdeling. Kortom een “echte Visser”. Toen de familie in 1966 naar Lorentzlaan 187 verhuisde, bleef de Reiger in gebruik als werkruimte van het architectenbureau.

  • Waterigeweg volgen.

Visser heeft meer huizen aan de Waterigeweg ontworpen. Om te beginnen het dubbele woonhuis op nummer 44/46, bouwjaar 1936, met een donkere baksteen, donkere pannen en ‘patrijspoorten’ in de garagedeuren. Het siersmeedwerk op de balkons heeft Visser ook onder andere op de Sproncklaan toegepast.

Waar in 1939 het dubbele woonhuis Griffensteijn (Waterigeweg 48/50), met een souterrain en een fors rond raam boven de entree, werd gebouwd, stond voordien een oude boerderij met dezelfde naam, ook naamgever van de wijk. Voor de afwisseling is deze woning uitgevoerd in een lichte baksteen en rode pannen. Na de Tweede Wereldoorlog verrezen de nummers 52, 54 en 56, in een ‘lichtere uitvoering’. Het hoekhuis is inmiddels vervangen door nieuwbouw in een wat andere stijl.

  • Rechtsaf de Laan van Cattenbroeck in.

Aan de Laan van Cattenbroeck staan 2 series woningen ontworpen door Visser. De dubbele woonhuizen 25/27 en 33-39 hebben de ‘vroeg-naoorlogse’ sobere uitstraling, maar het blokken-patroon in het metselwerk en de brede schoorsteen die uit de zijgevel oprijst zijn typische Visser-kenmerken.

De huisnummers 61–75 zijn duidelijk ‘vooroorlogs’: donkere baksteen deels in een blokkenpatroon, breed dakoverstek, op de verdieping een aaneensluitende serie ramen met roedeverdeling. De ronde ramen in de voorgevel zijn oorspronkelijk voorzien van ‘modern’ ogend glas-in-lood.

  • Fiets zo’n 150 meter terug en aan de overzijde van het Griffensteijnseplein naar links en na 90 meter, rechtsaf de Gijsbrecht van Amstellaan in.

In de Gijsbrecht van Amstellaan die halverwege het Griffensteijnseplein parallel aan de Laan van Cattenbroeck loopt, staan 4 blokken van 4 woningen (3-33) van de hand van Visser. Opmerkelijk zijn de halfronde balkons met gebogen buizen en de voordeuren met een ronde ‘patrijspoort’. De trappenhuizen aan de voorzijde krijgen licht door een glazen halfronde raampartij, ’s avonds -mits verlicht- een fraai schouwspel. Het complex dateert van 1936.

  • Aan het einde bij de Frank van Borselenlaan naar links.

Linksaf om de hoek ligt aan de Frank van Borselenlaan ook een mooi drietal woningen (2-6) op de hoek met de Cornelis Schellingerlaan. Dit keer in een lichte baksteen, met stalen ramen en op de begane grond een bijzondere gevelindeling met deels ronde vormen en geglazuurde blauwe bakstenen. De ruime woningen uit 1936 vertonen weinig overeenkomst met de Cornelis Schellingerlaan om de hoek, waar Visser in 1935 een vrijstaande woning (nummer 3) en 14 twee-onder-één-kap-woningen (de nummers 2-36 en 5-23) realiseerde.

  • Klein stukje rechts de Cornelis Schellingerlaan in, vervolgens omdraaien en de straat volgen tot de Van Renesselaan.

De huizen zijn in – per straatkant verschillende – donkere baksteen uitgevoerd, in Noors verband. Aan de ene kant balkons, aan de andere brede doorgaande raampartijen. Ze lijken sterk op elkaar maar hebben individuele verschillen: erker op de hoek, of brede halfronde ramen aan de zijkant van de voorgevel met subtiel glas-in-lood. Bijna alle huizen zijn in de loop der tijd aangepast en uitgebouwd, maar bij enkele is de oorspronkelijke roedeverdeling in de ramen nog aanwezig. Visser is erin geslaagd om zijn vele ontwerpen in de buurt steeds een eigen karakter te geven, terwijl ze toch duidelijk zijn stempel dragen.

  • Bij de Van Renesselaan naar rechts en na 120 meter 2 witte woningen.

In de wijk Kersbergen waarvan de bouw eerder startte dan in Griffensteijn, heeft Visser zowel vóór als na WO II een aantal vrijstaande en dubbele woonhuizen ontworpen. Van Renesselaan 76 en 47 tegenover elkaar gelegen, zijn voorbeelden van naoorlogse ‘kleine landhuizen’; witgeschilderd. Beide zijn meer gericht op de Grift dan op de straatzijde. Geen gasbuizen meer als balkonhek, maar lichter siersmeedwerk, licht gebogen gevelaccenten in plaats van forse (half)ronde ramen.

  • Dan rechtsaf de Zinzendorflaan in gaan.

Het dubbele woonhuis op de Zinzendorflaan 15/17 heeft ondanks de ‘wederopbouw-soberheid’ een evenwichtige uitstraling, door onder andere de erkers en kleine dakkapellen en een duidelijke symmetrie.

  • Vervolgens de 1ste weg linksaf, de Kersbergenlaan in.

Het dubbele woonhuis op Kersbergenlaan 21/23 is eveneens sober, van ‘na de oorlog’, maar heeft een kenmerkende gebogen ijzeren versiering op de erkers aan de voorzijde en ‘X-en’ in zwarte baksteen. Visser heeft ook hier vrij ranke rechthoekige hoge schoorstenen toegepast.

  • 100 meter naar links op het Kersbergenplein.

Op het Kersbergenplein nr. 9/11 staat het oudste ontwerp van Visser in de wijk, uit 1934. Daar heeft hij voor het eerst halfronde vensters met glas-in-loodwerk toegepast, zoals even later ook in de Schellingerlaan en de Wilhelminalaan. Bijzonder is ook dat de donkere dakpannen aan achterkant van de zijgevels op éénhoog zijn doorgezet, net als reliëf in baksteen en kleine vierkante ramen met glas-in-lood.

  • Dan weer terug naar de Kersbergenlaan en deze naar links vervolgen over ongeveer 160 meter.

Kersbergenlaan 4B/4C en het pand op de hoek van de Utrechtseweg 90C/Kersbergenlaan 1, zijn in 1936 resp. 1937 gebouwd en vertonen klassieke Visser-trekken: donkere levendige bakstenen met enkele blauw-geglazuurde bij de voordeur, Noors metselverband, roedeverdeling in de raampartijen, balkonhekken van gebogen parallel geplaatste gasbuizen, e.d. Bij 4B en C zijn 2 kleuren pannen toegepast.

  • Aan het einde van de Kersbergenlaan rechtsaf de Utrechtseweg volgen voor ongeveer 120 meter.
  • Aansluitend rechtdoor ongeveer 80 meter de Waterigeweg op.
  • Dan linksaf de Lageweg in en deze ongeveer 400 meter volgen tot de Driebergseweg. 
  • Hier rechtsaf de Driebergseweg volgen voor ongeveer 500 meter.
  • Dan oversteken naar de Molenweg en deze voor ongeveer 300 meter volgen.

Aan de rechterkant ziet u de Molenweg 50 / Woon- en zorgcentrum Mirtehof. Aan de linkerkant ziet u de Arnhemse Bovenweg 6, hoek Molenweg / Woon- en zorgcentrum Simarowa. In de jaren na WO II verschoof het zwaartepunt van Vissers werk van woningbouw naar bedrijfspanden, scholen en verzorgingshuizen. Daarvan staan er drie geconcentreerd bij de kruising van de Molenweg en de Arnhemse Bovenweg. In de Mirtehof (1971/72), waar Visser zijn laatste jaren heeft gewoond, is op een enkele patrijspoort na weinig zichtbaar van zijn handschrift. Het pand is inmiddels uitgebreid en gerenoveerd. Bij Simarowa (1969) en het restant van de Amandelhof (1961/62) zien we zijn voorliefde voor strakke evenwichtige gevels met vierkante ramen bij gangen en trappenhuizen, en bij de woonkamers grote raampartijen met roedeverdeling. Kenmerkend is de toepassing van beige en bordeauxrode tegels als gevelversiering. Duizenden inwoners van Zeist hebben hun oude dag in ‘een Visser’ doorgebracht. Naar huidige maatstaven mag het allemaal wat ruimer en comfortabeler.

  • Dan de Arnhemse Bovenweg oversteken en de Charlotte de Bourbonlaan over 200 meter volgen.

Aan het begin van de Charlotte de Bourbonlaan (3 - 17) staat een serie vroeg naoorlogse dubbele woonhuizen. Hier is soberheid troef geweest. Door in de voorgevel metselwerk in ‘visgraten’ toe te passen en hier en daar een sculptuur, maakte Visser met weinig middelen een charmant ensemble.

  • Keer om en ga terug naar de Arnhemse Bovenweg en ga hier rechtsaf.

Aan de overkant van de weg, rechts naast Simarowa ziet u de Arnhemse Bovenweg 2 / Woon- en zorgcentrum 'Amandelhof'; voor een deel gesloopt. De vrijstaande villa op nr. 1A is in 1950 in opdracht van een zelfbewuste dame gebouwd. Eenvoudig en toch statig, geen typische ‘Visser’.

  • Vervolg de Arnhemse Bovenweg over ongeveer 130 meter en steek de rotonde over rechtdoor de 2e Hogeweg in. Volg deze 300 meter tot aan het kruispunt.

Links ziet u Slotlaan 100–110, hoek 2e Hogeweg 2–8. Op de hoek verrees in 1938 een voor Zeister begrippen modern laag flatgebouw dat in de plaats kwam van een 19e-eeuws classicistisch sociëteitsgebouw. Visser gebruikte gele gladde bakstenen in 2 tinten, de horizontale voegen verdiept en de staande voegen gevuld, waardoor de horizontale werking werd versterkt. Brede dakoverstekken, erkers over 2 verdiepingen, uitspringende en inspringende balkons, ronde vensters met kruisverdeling in zijgevels. In de plint winkels. Een hoekpand met 2 voorgevels. Hier zie je duidelijk de invloeden van Frank Lloyd Wright (platte daken met brede dakoverstekken en horizontale lijnen) in combinatie met zijn eigen handschrift.

  • Ga rechtsaf de Slotlaan op.

Al vrij snel aan uw linkerzijde ziet u de Ireneflat met winkelgalerij (waaronder de Hema) en appartementen. Het flatgebouw “Irene”, winkelgalerij en daarboven gelegen appartementen op Slotlaan 145–161, is een volgende ‘invuloefening’ van Visser. Hij blijkt in staat om in 1960, zonder bombarie, een rustige eigentijdse gevelwand te bewerkstelligen.

Schuin aan de overkant ontwierp Visser in 1939 twee bijzondere complexen die ruggelings aan elkaar grenzen: Slotlaan 170–180 en Huydecoperweg 9 t/m 9D. De vijf winkelwoonhuizen aan de Slotlaan zijn duidelijk familie van het flatgebouw op de hoek met de Hogeweg, met (licht)gele baksteen, erkers, Franse balkons en balkonhekken met gebogen buizen.

  • Loop een stukje terug en ga de straat in tegenover de ingang van de Ireneflat. 
  • Waar het fietspad (na 80 meter) ophoudt, gaat u linksaf de Huydecoperweg in.

Aan de Huydecoperweg 9–9d komen vijf geschakelde herenhuizen met brede voorgevels, van donkere baksteen in Noors verband, ronde vensters met kruisverdeling en een licht gebogen bovenlicht boven de voordeur. De huizen ‘buigen mee’ met de straat. Hoewel de beide huizenrijen (Slotlaan en Huydecoperweg) in één project zijn ontworpen, is dat aan hun uiterlijk niet te zien.

  • Fiets ongeveer 200 meter door langs het Wilhelminapark tot aan de rotonde.

Tegenover de rotonde ziet u de Wilhelminaparkflat. De Wilhelminaparkflat was in 1952 de eerste woonflat in de provincie Utrecht, het eerste gebouw met een betonskelet in Zeist en bovendien een flat met koopappartementen. Het is een toonbeeld van Vissers functionele ‘wederopbouwstijl’: lichte baksteen, grote raamvlakken, stalen kozijnen met evenwichtige roedeverdeling, lichte balkonhekken van gebogen ijzerstroken, overstekend dakvlak met een knik. De monotonie van de voorgevel wordt onderbroken door een enkele erkerpartij en inspringende balkons. Het is een afwijkende ingreep in het Wilhelminapark met traditionele villa’s van rond 1900, maar doet geen afbreuk aan het voorname karakter van de buurt.

  • Ga voor de flat langs en vervolg de Wilhelminalaan ongeveer 200 meter met de bocht mee naar links.

In de Wilhelminalaan (nr. 39 en 41) was al voor de oorlog een vervallen villa vervangen door een dubbelwoonhuis van de hand van Visser, vrijwel een kopie van woningen aan de Cornelis Schellingerlaan.

  • Fiets 100 meter verder en ga rechts op de Prins Hendriklaan. 
  • Na 50 meter de eerste weg links de Stationslaan in. Volg deze voor ongeveer 150 meter.

Op de hoek van de Stationslaan en de Bethaniëlaan (8–10a) ontwerpt Visser in 1938 een kantoorvilla en enkele woonhuizen in opdracht van de Groninger Brandwaarborg Maatschappij. Hij houdt zichtbaar rekening met de gewenste lichtinval in de kantoorruimte.

  • 75 meter verder gaat u rechtsaf de Slotlaan op.
  • Na 150 meter bij de rotonde rechtdoor de Verlengde Slotlaan op.

Na 160 meter ziet u aan uw linkerzijde Verlengde Slotlaan 11. Een kleine semibungalow, gebouwd in 1951. Vergelijkbare witgeschilderde bakstenen huizen van Visser: hoofdbouwdeel met verdieping, daaraan vast een lager gedeelte. Kenmerkend het balkonhek en de deur met rond venster. Zo’n 80 meter verder aan overkant op nr. 18 een witte villa uit 1937 met uitstraling van het Nieuwe Bouwen, maar ook Visser-kenmerken: plat dak (zeldzaam bij Visser), ronde vensters, balkonborstwering met gebogen buizen. Een 100 meter verder komt u bij de Verlengde Slotlaan 32-01 t/m 32-45. Een luxe woonflat uit 1960 op de hoek met de Lindelaan. In samenwerking met hotel Figi: een appartementenhotel met hotelfaciliteiten. Lichte baksteen, bordeauxrode en beige tegels, fraaie entreepartij.

  • Ga nu rechts de Lindenlaan in, dan terug naar de rotonde. 
  • Blijf op de Lindenlaan en neem vervolgens de 1e weg links (Acacialaan). 
  • Na 150 meter steek over naar de Dalweg en volg 450 meter.

Aan de rechterzijde vind u Dalweg 3 + 3A en 3B, hoek Berkenlaan 5A. Gebouwd in 1940, project lag stil door oorlogssituatie. Herkenbare witte woningen met elementen van voor- én naoorlogse Visser-stijl. Versierende baksteenstrips naast kozijnen. Achtergelegen werkplaats uit 1948 in zelfde stijl.

  • Rechts de Berkenlaan in, na 230 meter de eerste weg links de Eikenlaan in.

Aan linkerzijde: dubbele woningen Eikenlaan 19/21, 29/31 en 33/35. 33/35 was zijn allereerste ontwerp in Zeist. Kenmerken: bescheiden overstekken, baksteendecoratie, later glas-in-lood (bij 29/31), rode en zwarte dakpannen (bij 19/21).

  • Steek de Bergweg over, ga links, bocht naar rechts de Panweg op.

Lievendaallaan 39–47 / Panweg 9–13: aansluiting op bestaande bebouwing. Zeldzame details als glas-in-lood geïntegreerd in voordeurkozijnen.

  • Lievendaallaan volgen, dan via Egelinglaan, Ds. Nahuyslaan, Jacob Catslaan en De Génestetlaan naar de Roemer Visscherlaan.

Daar: 24 woningen door Visser ontworpen, nummers 2–16 en 9–39, uit 1937. Kenmerken: rode pannen, ronde stalen ramen, voordeur met groot rond raam, terugliggend trasraam, erkers, betonnen dakjes, topgevels met schoorstenen.

  • Bij de kruising rechts Professor Sproncklaan, tot begin.

Daar: huizen 1g + 3, 1a t/m 1d, en 1. Zeven van de eerste negen woningen zijn van Visser, gebouwd tussen 1938 en 1939. Blauwe geglazuurde bakstenen, ronde ramen, bijzondere balkonconstructies.

Afsluiting

We zijn voorbijgegaan -of niet, het is maar hoe je het uitlegt- aan belangrijke ontwerpen als het door Visser ‘gerenoveerde’ hoofdgebouw van het Sanatorium, het voormalige schoolcomplex, nu kinderopvang, aan de Jan Scheplaan en het monument voor standrechtelijk geëxecuteerde mannen op begraafplaats Zeister Bosrust. Maar om de tocht binnen de perken te houden, hebben we ook aardig wat woonhuizen links en rechts laten liggen. We hebben in totaal zo’n 80 ‘projecten’ geïdentificeerd als ontwerpen van Visser in Zeist. Een groeimodel, want we zijn er zeker van dat er nog een aantal ‘onontdekte’ projecten zijn. Graag krijgen we aanvullingen en commentaar te verwerken. En zo mogelijk meer persoonlijke informatie over Visser. Liefst per e-mail aan Jaap Simonse (jaap@funon.nl(Verwijst naar een e-mailadres)) of Willem de Bruin (bruindew@kpnmail.nl(Verwijst naar een e-mailadres)). We hopen dat u het de moeite waard hebt gevonden.