Archiefstuk van de maand augustus: grondbezit in middeleeuws Zeijst

Voor het archiefstuk van de maand augustus gaan we ruim zes eeuwen terug in de tijd. Dit perkamenten document uit 1403 is het oudste archiefstuk dat wordt bewaard in het Gemeentearchief Zeist.

Op 7 oktober 1403 verscheen Johan van der A Jacobsz. samen met zijn vrouw, jonkvrouw Fye, voor het gerecht van Zeist. Daar droegen zij hun gezamenlijke bezit, het goed genaamd Zeysterstraat, over aan Steven van Sleen. Van deze overdracht werd een officiële akte opgemaakt.

Ruim 623 jaar later wordt dit document nog altijd in Zeist bewaard. Het ligt in een klimaatgeregeld depot, opgeborgen in een speciale map en beschermd door transparant materiaal. Om het kwetsbare origineel zo min mogelijk te hoeven raadplegen, zijn de middeleeuwse akten uit onze collectie professioneel gefotografeerd voor onderzoek en inzage.

De akte begint met de woorden:

"Allen den ghenen die desen brief zullen zien of horen lesen doe ic verstaen..."

Voor moderne lezers is de tekst lastig te ontcijferen. Niet alleen het middeleeuwse handschrift vormt een uitdaging, ook het Nederlands van ruim zeshonderd jaar geleden verschilt sterk van de taal die we nu gebruiken. Toch is de inhoud goed te volgen. Johan en Fye verkopen hun rechten op een stuk grond aan de Zeysterstraat aan Steven van Sleen. In feite kijken we naar de middeleeuwse voorloper van een notariële overdrachtsakte.

Aan de akte hangt nog altijd het zegel van de schout. In de tekst staat vermeld dat schout Gerrit de Wilde "minen zeghel aen desen brief" heeft gehangen. De afdruk op het zegel is door de eeuwen heen grotendeels vervaagd, maar het zegel zelf is nog altijd bewaard gebleven.

Een kijkje in middeleeuws Zeist

Bijzonder is ook dat in de eerste regels het gerecht van "Zeijst" wordt genoemd. Zeist was in 1403 nog geen gemeente zoals we die nu kennen. Bestuur en rechtspraak waren georganiseerd in heerlijkheden en gerechten. Binnen zo'n gerecht werden belangrijke zaken vastgelegd, waaronder de overdracht van grond en huizen.

Het gebied dat we nu kennen als de gemeente Zeist maakte in de middeleeuwen deel uit van verschillende heerlijkheden en gerechten. Zeijst zelf bestond destijds uit niet veel meer dan enkele landerijen en adellijke bezittingen rond de kerk, op dezelfde plek waar nu de Oude Kerk aan de 1e Dorpsstraat staat.

Meer dan een zakelijke overeenkomst

Op het eerste gezicht vertelt dit document weinig over het dagelijks leven in het middeleeuwse Zeist. Toch maakt juist de zakelijke inhoud het stuk bijzonder. We weten wie het bezit verkocht, wie het kreeg en hoe het goed heette. Namen van mensen, plaatsen en bezittingen die anders misschien verloren waren gegaan, zijn dankzij dit document bewaard gebleven.

Ook de leeftijd van het stuk spreekt tot de verbeelding. Toen deze akte werd opgesteld, was de Domtoren in Utrecht pas 21 jaar oud en bestond de boekdrukkunst in Europa nog niet. Columbus zou pas negentig jaar later naar Amerika varen en de Tachtigjarige Oorlog moest nog ruim anderhalve eeuw beginnen. Van een Nederlandse staat was nog lang geen sprake.

Dit kwetsbare document vormt daarmee het vroegste punt waarop ons archief ons rechtstreeks terug kan brengen naar de geschiedenis van Zeist: 7 oktober 1403.