Betekenis straatnamen Den Dolder
De straatnamen zijn gesorteerd op basis van de eerste letter zoals het op de straatnaamborden staat. Bijvoorbeeld: Dr. Stärckelaan staat bij de D, Meester Willemsenlaan staat bij de M.
Ab van Sprakelaarlaan
Op 27 april 2009 is in Den Dolder de naam Ab van Sprakelaarlaan gegeven. Aalbert Evert (Ab) van Sprakelaar werd op 27 februari 1926 in Zeist geboren. Hij heeft veel werk verricht voor de buurtschap Den Dolder, met name op het gebied van maatschappelijk welzijn van zowel ouderen als jongeren. Hij was onder andere vanaf de oprichting in 1951 bestuurslid, respectievelijk penningmeester van de Dolderse Speeltuinvereniging en vanaf 1976 penningmeester van de Bejaardenvereniging Den Dolder. Van 1965 tot 1978 was de heer Van Sprakelaar lid van de gemeenteraad. Eerst zat hij in de raad namens de P.v.d.A. en later voor DS’70. Vanaf 1950 was hij vele jaren bestuurslid van de afdeling Den Dolder van de P.v.d.A. In 1970 was hij medeoprichter van de afdeling Zeist van DS’70. In 1982 werd hij onderscheiden met de eremedaille verbonden aan de orde van Oranje-Nassau, in zilver.
Andreas Foxlaan
Op 4 oktober 1971 genoemd naar Andreas Fox (1842-1932), tolgaarder en overwegwachter in Den Dolder. Na de bouw van het tolhuis aan de Dolderseweg (door timmerman R. van Esch uit Vuursche voor f 885,-) werd de moeder van Andreas Fox tolgaardster. In de aanbevelingsbrief van 29 januari 1862 van dominee F.L. Rutgers te Soesterberg, staat onder meer te lezen: ‘Haar oudste zoon (ongeveer 19 jaar) is dan nog wat dichter bij zijn werk: hij is arbeider bij mevrouw Steengracht, waar hij vast daggeld verdient. Zijzelve is altijd gewend om geïsoleerd te wonen, de laatste 20 jaar op Kampoord en vroeger daar in de buurt, toen haar vader tolgaarder was aan den tol op de Waterheuvel. En bovendien heeft zij kinderen in huis, die dan ook desgevorderd op de tol kunnen passen’. Zij heeft deze functie maar enkele jaren vervuld, want in oktober 1864 vertrok zij weer naar Soest.
Op 15 september 1864 werd in de aandeelhoudersvergadering van de Dolderseweg ter vervulling van de vacature van tolgaarder, ontstaan door het vertrek van ‘vrouw Fox’ haar zoon Andreas benoemd, ‘zullende voor weekhuur van het tolhuis betalen 50 cents en daartegenover genieten een traclemenl voor de waarneming van de tol 50 cents per week’. Andreas had intussen in 1863, toen de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij de lijn Utrecht-Amersfoort in gebruik nam, de functie van baanwachter gekregen. In 1895 is deze functie gewijzigd in overwegwachter. In dat jaar werd namelijk de ‘stopplaats Dolderscheweg’ ingesteld, omdat men toen begon met de aanleg van de spoorwegaftakking naar Baarn, welke in 1898 voltooid werd. De ‘stopplaats Dolderscheweg’ promoveerde op 1 mei 1912 tot een echte ‘spoorweghalte Den Dolder’.
Citroenvlinder
Op 10 augustus 2009 is op het terrein van Altrecht de naam Citroenvlinder toegekend aan een nieuwe straat. De vlinder bevindt zich in het logo van Altrecht. Na contact met de vlinderstichting is er gekozen voor vlindernamen die voorkomen op het terrein. Andere namen die zijn toegekend zijn Distelvlinder, Dagpauwoog, Vuurvlinder en Eikenpage.
Dokter J.C. Boswijklaan
Op 31 maart 1952 genoemd naar Jan Cornelis Boswijk (1894-1947), die van 1927-1947 als afdelingsgeneesheer verbonden was aan de ‘Willem Arntszhoeve’ in Den Dolder. Zijn liefde voor de hem toevertrouwde patiënten bleek onder meer uit zijn onverschrokken houding bij de gewelddadige wegvoering van Joodse patiënten van zijn afdeling op 27 november 1943. Hij werd gearresteerd en via Vught overgebracht naar het beruchte concentratiekamp Dachau in Duitsland, waar hij tot mei 1945 gevangen werd gehouden en slechts ternauwernood aan de dood ontkwam. Hij is de zware ontberingen van het concentratiekamp echter nooit te boven gekomen. Hij overleed plotseling op 26 juli 1947.
Dr. Engelhardlaan
Op 3 oktober 1955 genoemd naar Dr. Christiaan Frederik Engelhard, van 1926-1943 en van 1945-1952 geneesheer-directeur van de ‘Willem Arntsz-stichting’ in Den Dolder. Dr. Christiaan Frederik Engelhard heeft in Den Dolder een belangrijke rol gespeeld. Hij was erg geliefd als geneesheer-directeur op de W.A. Hoeve. Hij had een moderne kijk op de psychiatrie en het welbevinden van patiënten en personeel.
In de Tweede Wereldoorlog weigerde hij de namen te noemen van ‘zijn’ joodse patiënten aan de Duitse autoriteiten. Het verzet van hem en zijn staf was dapper maar tevergeefs. Hun protest heeft niet kunnen voorkomen dat 35 patiënten zijn gearresteerd en afgevoerd naar de concentratiekampen. Zij werden na hun weigering gearresteerd en hebben een maand in de gevangenis gezeten. De leiding op de Hoeve kwam in handen van NSB-ers. In deze oorlog zijn 1163 patiënten van de Hoeve omgekomen door actieve verwaarlozing.
Na de oorlog kwam Dr. Engelhard terug als geneesheer-directeur. Hij wilde Den Dolder feliciteren met de bevrijding van ons land en schonk de muziekvereniging (toen nog Excelsior) geld voor nieuwe instrumenten. Daarom heette de muziekvereniging vanaf die tijd Dr. Engelhardcorps. Sinds de fanfarestatus is vervallen heet het Muziekvereniging Dr. Engelhard.
Dr. Ramaerlaan
Op 6 november 1961 genoemd naar dr. Johannes Nicolaas Ramaer (1817 – 1887). Hij vestigde zich als geneesheer te Rotterdam en werd vervolgens benoemd tot geneesheer aan het krankzinnigengesticht te Zutphen en daarna tot geneesheer-directeur van een zelfde inrichting te Delft. Na de totstandkoming van de krankzinnigen wet van 1884 werd hij benoemd tot eerste inspecteur van het staatstoezicht op krankzinnigen en krankzinnigengestichten. Het is zijn bijzondere verdienste dat deze wet krachtig werd gehandhaafd. Zeer veel heeft hij bijgedragen tot verbetering in de verzorging van geesteszieken. Naar hem werd genoemd de ‘Ramaerkliniek’ voor geesteszieken van de Stichting Rozenburg te Loosduinen.
Dr. Stärckelaan
Op 9 juli 1956 genoemd naar dr. August Stärcke (1870 – 1954), afdelingsgeneesheer van de ‘Willem Arntszhoeve’ van 1 november 1909 tot 1 november 1940.
Dr. Van der Hoevenlaan
Op 9 juli 1956 genoemd naar prof. dr. Henri van der Hoeven (1879-1955). Hij werd te ‘s-Gravenhage geboren, studeerde te Leiden in de geneeskunde en voelde zich reeds jong tot de psychiatrie aangetrokken. Hij begon zijn psychiatrische loopbaan als geneesheer in Maasoord te Poortugaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij werkzaam geweest als militair psychiater te Middelburg; van 1918-1947 was hij geneesheer der Willem Arntsz-stichting te Utrecht. Het werk dat Van der Hoevens naam als wetenschappelijk psychiater voorgoed heeft gevestigd, is getiteld: Psychiatrie voor juristen. Het is de bewogenheid met de lijdende mens, die hem in Nederland tot een der grootste voorvechters heeft gemaakt voor een beter begrijpen van de delinquent. Vandaar ook dat de eerste kliniek in Nederland voor de behandeling van geestelijk gestoorde delinquenten de naam Van der Hoevenkliniek heeft gekregen.
Eekhoornlaan
Op de tussen de Paduaweg en de Paltzerweg gelegen terreinen zijn op 5 januari 1959 aan een viertal aan te leggen wegen namen gegeven, welke zijn ontleend aan op bosgrond levende dieren, te weten de das, de eekhoorn, de hermelijn en de marter.
Eikenpage
Op 10 augustus 2009 is op het terrein van Altrecht de naam Eikenpage toegekend aan een nieuwe straat. De vlinder bevindt zich in het logo van Altrecht. Na contact met de vlinderstichting is er gekozen voor vlindernamen die voorkomen op het terrein. Andere namen die zijn toegekend zijn: Citroenvlinder, Distelvlinder, Dagpauwoog en Vuurvlinder.
Elandlaan
Op 1 september 1986 is aan de ontsluitingsweg van het bedrijfsterrein aan de Hertenlaan, gelet op de straatnaamgeving in de omgeving, de naam Elandlaan gegeven.
Embranchementsweg
In de Verordening tot verdeling der gemeente Zeist in wijken van 24 april 1895, wordt de Embranchementsweg omschreven als Maartensdijkerweg, lopende van de Soestdijkerweg tot de grens van De Bilt. In de loop der jaren is de Franse naam van deze reeds in 1839 aangelegde verbindingsweg (embrancher = verbinden met, aansluiten) tussen Den Dolder en Maartensdijk (mede gelegen in de gemeente de Bilt, Maartensdijk en Baarn) in gebruik genomen.
Fornheselaan
Op 4 oktober 1971 genoemd naar het in vroeger tijden tussen de Amersfoortseweg en Den Dolder gelegen woud, dat al in 707 met de naam Fornhese werd aangeduid.
Gerhard Pranglaan
Op 18 december 2008 is de naam Gerhard Pranglaan gegeven aan de straat op de hoek van de Pleineslaan/Schroeder van der Kolklaan in Den Dolder. De naam is nauw verbonden te zijn met de historie van Den Dolder, net als met de namen van omliggende straten. Gerhard Prang was de zwager van de zeepfabrikant Pleines, de stichter van Den Dolder en naamgever van de Pleineslaan. Hij was opzichter (bedrijfschef 1912) van de zeepfabriek en vestigde zich als eerste werknemer met zijn gezin vanuit Amersfoort bij de fabriek. Tevens was hij penningmeester van de schoolvereniging en richtte hij een zondagsschool op in Den Dolder, die tot 1920 heeft bestaan. Hij ligt begraven in het graf van de familie Pleines-Prang op de begraafplaats Het Stille Hofje aan de Pleineslaan.
Hezer Enghweg
Op 5 januari 1959 is de nieuw aangelegde weg tussen de Paduaweg en de Paltzerweg genoemd naar een ongeveer ten noorden van het station Den Dolder, langs de spoorlijn Utrecht-Amersfoort gelegen perceel grond, dat in het verleden bekend stond onder de naam Hezer Engh. Op het terrein van de Willem Arntsz-stichting bestaan nog enkele kleine wallen, die de grens van de betreffende percelen zouden hebben uitgemaakt. Ook de naam van de aan de Dolderseweg gelegen villa ‘De Engh’ is aan dit perceel ontleend. De naam Hezer duidt op eikenhakhout, terwijl eng(h) bouwlanden of es betekent.
Hermelijnlaan
Op de tussen de Paduaweg en de Paltzerweg gelegen terreinen zijn op 5 januari 1959 aan een viertal aan te leggen wegen namen gegeven, welke ontleend zijn aan op bosgrond levende dieren, te weten de das, de eekhoorn, de hermelijn en de marter.
Hertenlaan
Op 18 november 1920 is aan deze laan de naam Hertenlaan gegeven.
Hertenlaan West
Nadat de Nieuwe Dolderseweg de Hertenlaan doorsneed ontstonden er problemen met het vinden van het juiste weggedeelte. Daarom besloot de gemeenteraad op 11 juni 1990 de naam Hertenlaan voor wat betreft het gedeelte ten westen van de Nieuwe Dolderseweg te wijzigen in Hertenlaan-West.
Hindelaan
Op 28 februari 1929 werd de nieuw aangelegde zijweg van de Hertenlaan Hindelaan genoemd.
Johannes Wierlaan
Op 3 oktober 1955 genoemd naar Johannes Wier (1515 – 1588). Hij vestigde zich als stadsgeneesheer te Arnhem en werd lijfarts van Hertog Willem IV van Gulik. Hij was een vurige bestrijder der heksenprocessen, met de daarmee verbonden folteringen. Zo wist hij de Hertog van Gulik te overtuigen van de dwaasheid en het verderfelijke der heksenprocessen. In verschillende van zijn werken, waaronder het beroemde De Praestigüs Daemonum (over de demonenverblinding) bracht hij een overstelpende hoeveelheid materiaal en argumenten aan, waarmee hij aantoonde dat de zogenaamde heksen doorgaans psychisch gestoorde personen waren, wier eigenaardige gedragingen derhalve een geheel andere verklaring vroegen dan het volksgeloof daaraan toekende, terwijl ook de houding ten opzichte van de zogenaamde heksen ethisch en medisch niet verantwoord was. Wier was zijn tijd vooruit. Zijn moedige opvattingen vonden veel bestrijding, maar uiteindelijk werd de waarheid erkend. Zijn naam wordt ook wel geschreven Weyer. In juli 1960 (het jaar voor de geestelijke volksgezondheid) is in Nederland een postzegel met zijn beeltenis uitgegeven.
Ko van Mil‑laan
Op 27 april 2009 is de naam Ko van Mil-laan toegekend. Jacobus (roepnaam Ko) van Mil werd geboren te Amsterdam op 31 januari 1919. Op 24 augustus 1944 kwam hij in Den Dolder wonen. Hij was een van de medeoprichters van D.O.S.C. en een aantal jaren voorzitter van de vereniging. Hij heeft de vereniging door een financieel moeilijke periode geloodst. Hij stond bekend als een harde werker voor de Dolderse sportjeugd. Altijd was hij bereid, recht tegenover de sportvelden wonende, in te vallen wanneer een scheidsrechter verstek liet gaan. Achter de schermen werkte hij mee aan de inrichting van het clubhuis. Een groot aandeel had hij in het slagen van de laatstgehouden loterij ten bate van het clubhuis. Kortom, een man die veel, zeer veel voor D.O.S.C. was en deed.’, aldus de Nieuwe Zeister Courant van 27 oktober 1969. Die krant schreef verder: ‘Mogen de zeer velen Dolderse sportlieden, die veel aan hem en zijn werk te danken hebben, hem nimmer vergeten’. Ko van Mil-laan is een vernoeming naar de roepnaam van de persoon. In Den Dolder stond deze man bekend onder de naam Ko.
Maria van Vulpenlaan
Op 3 oktober 1955 genoemd naar Maria van Vulpen, echtgenote van Johannes van Duuren. Zie Johannes van Duurenlaan.
Marterlaan
Op de tussen de Paduaweg en de Paltzerweg gelegen terreinen zijn op 5 januari 1959 aan een viertal aan te leggen wegen namen gegeven, welke ontleend zijn aan op bosgrond levende dieren, te weten de das, de eekhoorn, de hermelijn en de marter.
Meester Lasterielaan
Op 27 april 2009 is de naam Meester Lasterielaan toegekend. Aart Lasterie werd geboren te Harderwijk op 1 augustus 1866. De heer Lasterie werd opgeleid tot onderwijzer aan de Groen van Prinsterer Kweekschool te Doetinchem. Vanaf 1904 bekleedde hij de functie van schoolhoofd. Eerst op het eiland Marken en per 1 februari 1911 van de ‘School met de Bijbel’ in Den Dolder. Hij werd gekozen uit 68 sollicitanten. Tot 1 januari 1932 vervulde hij deze functie. Op 1 juli 1929 vierde hij zijn veertigjarig ambtsjubileum. In de kringen van het christelijk onderwijs was hij een bekende en zeer geziene figuur, ‘wiens woord gezag had’ (1936). Hij bewoog zich op kerkelijk en politiek gebied. De heer Lasterie was lid van de Gereformeerde Kerk. Hij was vier jaar ouderling bij de Gereformeerde Kerk te Zeist. In 1933 werd te Den Dolder een zelfstandige kerkelijke gemeente opgericht en hij werd lid van de kerkenraad (ouderling). Een functie die hij tot aan zijn dood vervulde. Hij was de uitvinder van een projectiedaglicht apparaat – ‘dat naar zijn naam genoemd is’ – en waarvan in het onderwijs veel gebruik werd gemaakt.
Meester Willemsenlaan
Op 27 april 2009 is de straatnaam Meester Willemsenlaan vastgesteld. Jacob Willem Herman Willemsen werd geboren te Nijmegen op 7 juli 1911. Op 15 augustus 1932 behaalde hij de onderwijzersakte en op 1 augustus 1934 de hoofdakte. Van 1940 tot 1948 was hij onderwijzer aan de openbare lagere school aan de Prof. Lorentzlaan. Met ingang van 1 juli 1948 werd hij benoemd tot hoofd van de openbare lagere school in Den Dolder. Een functie die hij tot 17 augustus 1958 vervulde. Hij heeft zich ingespannen voor het herstel van het schoolgebouw dat veel oorlogsschade had geleden en voor de uitbreiding van het schoolgebouw. Zijn afscheid vond plaats op 11 juli van dat jaar. Hij woonde van 15 december 1948 tot 13 januari 1959 in het dorp. De heer Willemsen was bij de oprichting vicevoorzitter en na het vertrek van de heer Drost voorzitter van D.O.S.C. De voorzittersfunctie bekleedde hij van 1950 tot 1955. Na het neerleggen van die functie werd hij tot erevoorzitter benoemd. Hij was tevens redactielid van het clubblad. Hij stimuleerde het verenigingsleven in Den Dolder door bijvoorbeeld vergaderruimte in het schoolgebouw aan te bieden.
Mevrouw Inden‑Reisslaan
Op 27 april 2009 is de naam Mevrouw Inden-Reisslaan toegekend. Dirkje Reiss werd geboren te Amsterdam op 8 maart 1897. Zij trouwde te Amsterdam op 29 januari 1920 met Theodorus H.J.M. Inden. Voor de Partij van de Arbeid zat zij van 1945 tot 1966 in de gemeenteraad. Mevrouw Inden-Reiss overleed te Zeist in huize Bovenwegen op 12 december 1981. Zij werd in Amsterdam begraven. De Nieuwe Zeister Courant schreef op 15 december 1981 naar aanleiding van haar overlijden: ‘Mevrouw Inden heeft tal van jaren een vooraanstaande plaats ingenomen in het politieke gebeuren van de gemeente Zeist. Zij was een van de actieve vertegenwoordigsters van de buurtschap Den Dolder in de Zeister gemeenteraad. Gedurende de oorlogsjaren verleende het echtpaar Inden onderdak aan tal van onderduikers. De zorg van mevrouw Inden voor het welzijn van de gemeente Zeist en met name de buurtschap Den Dolder droeg een veelzijdig karakter. Zo stond zij op de bres voor de aanleg van het sportveldencomplex van D.O.S.C., maar ook het bejaardenwerk, de leesbibliotheek en zeker niet in de laatste plaats het speeltuinwerk hadden haar grote belangstelling. Algemeen bekend was het in den Dolder, dat als mevrouw Inden zich voor iets inzette, zonodig de onderste steen boven zou komen om te bereiken, waarom het – veelal in sociaal opzicht – ging.’ Bijzonderheid: J.H. Scheps richtte in 1982 de Stichting Inden-Reiss Fonds op. Doel: bestuderen van de geschiedenis van het verzet tegen de bezetters van Nederland in 1940-1945 en de gevaren van de dictatuur in al haar vormen.
Nieuwe Dolderseweg
Op 8 mei 1967 heeft de gemeenteraad de nieuwe, buiten de bebouwde kom van Den Dolder aangelegde weg, Nieuwe Dolderseweg genoemd. Deze werd op 16 juli 1965, ruim honderd jaar na de gereedkoming van de (oude) Dolderseweg (kosten f 13.100,- ) voor het publiek opengesteld. De kosten van de nieuwe weg bedroegen f 6.000.000,-. Voor deze prijs werd aangelegd een 7 meter brede hoofdrijbaan met een 2,50 meter breed rijwielpad en waar nodig parallelwegen met een breedte van 4 meter. De weg gaat met een tunnel onder de spoorlijn Utrecht-Amersfoort door. Ten behoeve van de aan weerszijden van het nieuwe tracé gelegen gedeelten van de ‘Willem Arntszhoeve’ en het landgoed ‘De Engh’, die door de nieuwe weg in twee delen werden geknipt, zijn over de weg bruggen gebouwd (zie ook Dolderseweg).
Overtoomse Veld
Op 24 november 2008 is de naam Overtoomse Veld vastgesteld naar aanleiding van de ontwikkeling van woningbouw op het voormalig Overtoom terrein in Den Dolder. Als herinnering aan Overtoom op deze plek is de naam Overtoomse Veld zeer geschikt. De ‘NV verkoopassociatie van 17 metaalindustrieën Overtoom’ te Amsterdam diende in 1957 een vergunningaanvraag in voor het bouwen van kantoren en magazijnen op het terrein. De bouw vond plaats in 1959, waarna er meerdere uitbreidingen volgden.
Paduahof
Op 5 februari 1990 is aan de nieuwe wegen uitkomende op de Paduaweg, waaraan 8 woningen in de vorm van een hofje zijn gebouwd, de naam Paduahof gegeven
Paduaweg
De omstreeks 1900 aangelegde Paduaweg is genoemd naar de Rooms Katholieke reclasseringsinrichting, welke destijds aan de Dolderseweg gevestigd was onder de naam ‘Padua’. De Utrechtse pater Weyers noemde de inrichting naar de heilige Antonius van Padua (patroon van verloren zaken), levende in de 12e en 13e eeuw. Het necrologium van de Nederlandse Dominicaner Provincie vermeldt omtrent pater Weyers onder meer het volgende: ‘Pater Albertus Weyers werd geboren 22 februari 1859 te ‘s-Gravenhage, studeerde bij de Jezuïeten te Turnhout en trad op 24 september 1880 te Huissen in de Dominicanenorde. Op 15 augustus 1887 werd hij priester gewijd. Achtereenvolgens was hij werkzaam in verschillende parochies te Rotterdam en Amsterdam. In 1892 werd hij benoemd tot kapelaan te Utrecht in de St. Dominicuskerk aan de Mariaplaats (kort vóór de laatste wereldoorlog gesloopt). Met alle kracht wierp hij zich toen in het sociale leven. Hij was de oprichter van de vereniging ‘Recht en plicht’ voor spoorwegambtenaren, hij richtte te Utrecht een broodbakkerij en een volksbadhuis op en op zijn initiatief kwam bij Baarn (Den Dolder) en Bussum een nederzetting tot stand, Padua genaamd, waarvan de bewoners zich met heideontginning zouden bezighouden. Niet minder was zijn ijver en propaganda voor de geheelonthouding.
Tijdens de werkstakingen bij de Spoorwegen in januari en april 1903 maakte pater Weyers zich bijzonder verdienstelijk door de plichtsgetrouwe spoorwegambtenaren aan te moedigen en te steunen. Op de hachelijke 6e april toen ’s nachts tevoren de werkstaking te Amsterdam was afgekondigd, stond hij reeds vóór 5 uur ’s morgens op het emplacement van het Rijnspoor om de machinisten aan te zetten de locomotieven op stoom te brengen en reed zelf per locomotief naar verschillende stations om de spoorwegmannen tot werken aan te sporen. Wegens zijn onvermoeid werken, toen de openbare rust werd bedreigd, werd hij op 31 augustus 1903 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Pater Weyers stierf op 7 oktober 1944 te Apeldoorn, waarheen hij als zieke vanuit Huissen in de septemberdagen van 1944 (slag bij Arnhem) geëvacueerd was. Hij ligt begraven op het kerkhof van het Albertinum te Nijmegen’.
Paltzerweg
Op 28 maart 1929 besloot de gemeenteraad de namen van een aantal wegen, die nagenoeg gelijkluidend waren en waardoor bij de postbestelling verwarring ontstond, te wijzigen. Het betrof onder andere de Amersfoortseweg en de Oude Amersfoortse Zandweg. Het in De Bilt gelegen verlengde van deze weg, die van Bilthoven over Den Dolder naar het landgoed ‘de Paltz’ onder Soest voert, heette daar al Paltzerweg. In verband hiermede werd besloten de Oude Amersfoortse Zandweg voortaan ook Paltzerweg te noemen.
Pater Weijersplein
Op 27 april 2009 is voor een plein in Den Dolder de naam Pater Weijersplein vastgesteld. Willem Petrus Antonius Weijers (kloosternaam als dominicaan: Albertus) werd geboren te ’s-Gravenhage op 22 februari 1859 Hij studeerde bij de Jezuïeten te Turnhout en op 24 september 1880 trad hij in de orde der Dominicanen te Huissen. Op 15 augustus 1887 werd hij tot priester gewijd. Achtereenvolgens was hij werkzaam in verschillende parochies te Rotterdam en Amsterdam. In 1892 werd hij benoemd tot kapelaan te Utrecht in de St. Dominicuskerk aan de Mariaplaats. Met alle kracht wierp hij zich toen in het sociale leven. Hij was in 1893 medeoprichter van de anti sociaaldemocratische vereniging ‘Recht en plicht’ voor spoorwegambtenaren. Op zijn initiatief werd in 1897 in Utrecht een r.-k. geheelonthoudersvereniging opgericht. Hij zette zich ook in voor de oprichting van een broodbakkerij en een volksbadhuis te Utrecht. Op zijn initiatief kwam in 1899 bij de halteplaats Dolderseweg (thans Den Dolder) een nederzetting (een werkmanskolonie) tot stand, Padua genaamd, waarvan de bewoners zich ‘des morgens naar hun werk begeven en ’s avonds weer thuis komen in een frissche ruime woning met een flink stukje grond erbij en zulks voor geen hoogeren prijs dan thans voor menig krot in een van lucht en licht verstoken slop moet worden betaald.’ Op 31 augustus 1903 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De door pater Weijers in 1899 opgerichte reclasseringsinrichting NV Padua in Den Dolder, waar de Paduaweg naar is vernoemd, bezat dichtbij de spoorwegovergang een woning ingericht tot sanatorium. De woning stond op tachtig meter afstand van de zeepfabriek De Duif. Tussen 1903 en 1908 bouwde de N.V. Padua nog meerdere woningen en een werk- en bergplaats in Den Dolder.
Pleineslaan
Op 27 november 1920 genoemd naar Christoph Pleines, geboren 27 mei 1857. De heer Pleines vestigde, nadat zijn kleine zeepfabriek aan de Korte Bergstraat in Amersfoort was afgebrand, in 1902 zijn nieuwe zeepfabriek ‘De Duif’ op de terreinen langs de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. De bouw van de zeepfabriek met woonhuis, een boerderij (de latere boerderij ‘Nieuw-Transvaal’), zes dubbele arbeiderswoningen, alsmede de bouw van een kerkzaal en een school, waren van grote betekenis voor de ontwikkeling van de buurtschap Den Dolder. De producten van de zeepfabriek waren, onder meer door verschillende bekroningen op internationale tentoonstellingen, zeer bekend. De bekendheid van de zeepfabriek ‘De Duif’ was voor de bewoners van Den Dolder omstreeks 1910 aanleiding de directie van de spoorwegen te verzoeken de nieuwe spoorweghalte ‘Duivenhorst’ te noemen , in plaats van ‘Den Dolder’. Na afwijzend advies van burgemeester en wethouders werd de ‘stopplaats Dolderscheweg’ op 1 mei 1912 vervangen door de ‘halte Den Dolder’. De heer Pleines, die van 1911 – 1918 lid van de gemeenteraad was, verkocht in 1918 de fabriek en vestigde zich in Baarn. Op 27 oktober 1920 vertrok hij naar Zwitserland en vervolgens naar Liechtenstein, waar hij is overleden. De fabrieksgebouwen zijn thans eigendom van de N.V. Papierfabriek ‘Van Straten en Boon’. Aanvankelijk tot aan het pleintje aangelegd, werd de Pleineslaan later doorgetrokken naar Bilthoven.
Schaapskooi
Op 4 juli 1988 is aan de nieuw aangelegde weg op het industrieterrein aan de Fornheselaan de naam ‘Schaapskooi’ gegeven. Omstreeks 1850 was daar een schapenhouderij gevestigd. Alexander Numan, hoogleraar veeartsenijkunde aan de universiteit te Utrecht, experimenteerde daar teneinde een veredeld schapenras te krijgen.
Schroeder van der Kolklaan
Op 3 oktober 1955 genoemd naar dr. Jacobus Ludovicus Conradus Schroeder van der Kolk (1797 – 1862). Hij vestigde zich als geneesheer in Hoorn en werd vervolgens benoemd tot inwonend geneesheer van het Buitengasthuis te Amsterdam. Vervolgens werd hij hoogleraar in de geneeskunde te Utrecht en regent van het ‘Willem Arntszhuis’ en trok hij te velde tegen de onduldbare toestanden in de zogenaamde dolhuizen (een inrichting voor opvang van geesteszieken). Door zijn toedoen werden in de Willem Arntszstichting belangrijke verbeteringen ingevoerd, zoals arbeid en ontspanning voor de verpleegden en afschaffing van de kijkdagen, waarop de geesteszieken tentoongesteld, bespot en gesard werden. Na de totstandkoming van de eerste krankzinnigenwet in 1841, waarop hij belangrijke invloed heeft gehad, werd hij aangesteld als eerste inspecteur der gestichten voor krankzinnigen. Door bezoeken aan alle bestaande krankzinnigengestichten en ‘bewaarinrichtingen’ stelde hij zich van de daar bestaande toestanden op de hoogte, deed verslag aan de overheid en trof maatregelen ter verbetering van de verpleging. In juli 1960 – het jaar voor de geestelijke volksgezondheid – is in Nederland een postzegel met zijn beeltenis uitgegeven.
Soestdijkerweg
Genoemd naar de ligging van de weg vanuit Den Dolder in de richting van Soestdijk.
Vijverhof
Op 28 september 1998 zijn aan een aantal wegen en paden op terreinen van de Willem Arntszhoeve in Den Dolder en van de Stichting Abrona (Sterrenberg) te Huis ter Heide namen gegeven: Vijverhof voor een weg op het terrein van de Willem Arntszhoeve in Den Dolder.
Vliegdennen
Op 4 juli 1988 is aan het complex woningen op de hoek van de Dolderseweg en de Fornheselaan naar de aldaar voorkomende bomen de straatnaam ‘Vliegdennen’ gegeven.
Vuurvlinder
Op 10 augustus 2009 is op het terrein van Altrecht de naam Vuurvlinder toegekend aan een nieuwe straat. De vlinder bevindt zich in het logo van Altrecht. Na contact met de vlinderstichting is er gekozen voor vlindernamen die voorkomen op het terrein. Andere namen die zijn toegekend zijn; Distelvlinder, Dagpauwoog, Vuurvlinder en Eikenpage.
Wilhelmina van Essenlaan
Op 11 juni 1990 is aan één van de twee nieuw aangelegde wegen op een terrein tussen de Dolderseweg en de Nieuwe Dolderseweg de naam Wilhelmina van Essenlaan gegeven. Wilhelmina Aleijda Catharina van Essen (1898 – 1953) was als afdelingsgeneeskundige verbonden aan de Willem Arntszstichting. Samen met drie andere leden van de medische staf weigerde zij in 1943 gegevens te verstrekken over Joodse patiënten. Zij heeft daarvoor een maand in de gevangenis gezeten.
Willem Arntszlaan
Op 19 december 1949 genoemd naar Willem Arntsz, geboren eind 14e eeuw. Hij leerde tijdens een pelgrimstocht in Palestina een menslievende behandeling van geesteszieken kennen, die destijds in het westen allerminst gebruikelijk was. Bij zijn terugkeer in Utrecht stichtte hij er een tehuis om het lot der krankzinnigen te verbeteren, het ‘Willem Arntszhuis’. Op 20 maart 1911 is het ‘Willem Arntszhuis’ uitgebreid met de ‘Willem Arntszhoeve’ te Den Dolder. Blijkens de koopakte bestond het terrein uit ‘diverse percelen wei- en bouwland, bosschen, wegen, lanen en heidegronden met huis, erf en schuur, afkomstig van het landgoed ‘Ewijckshoeve’, gelegen in de gemeente Zeist enzovoort ter grootte van 207 hectara, 34 are en 94 centi-are’.
Willem Coxlaan
Op 11 juni 1990 is aan één van de twee nieuw aangelegde wegen op een terrein tussen de Dolderseweg en de Nieuwe Dolderseweg de naam Willem Coxlaan gegeven. Dr. Willem Hendrik Cox (1861 – 1933) was de geneesheer-directeur (1902 – 1926) die de leiding had bij de vestiging van de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder.
Zuster van Overeemlaan
Janna van Overeem, roepnaam Jannie, werd geboren te Zeist op 13 april 1912. Zij was de oudste van 3 kinderen. Het gezin woonde op het adres Dolderseweg 189. Tussen 1930 en 1941 heeft zij een aantal jaren in Utrecht en in Baarn gewoond. Van 24 april 1941 tot 3 april 2006 woonde zij in Den Dolder in het huis aan de Dolderseweg waar zij was geboren en getogen. Volgens het bevolkingsregister was zij verpleegster, maar uit een interview in de Dolderse Kroniek blijkt dat zij kraamzuster was. Zij stond in Den Dolder bekend als ‘Zuster Overeem’ en als vroedvrouw heeft zij veel kinderen ter wereld helpen brengen. Tot 1972 is zij in het kraamwerk actief geweest. De laatste jaren van haar leven woonde zij in De Bilt. Zij is op 3 januari 2009 in Utrecht overleden.