Bergweg 66, struikelsteen

In memoriam

  • Eliazer Tierlier, koopman in staal (Amsterdam, 31 augustus 1897 – Neukirch (Dld), 16 februari 1943), bereikte de leeftijd van 45 jaar
  • echtgenote Engeltje Tierlier-Zurel (Amsterdam, 20 december 1902 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 39 jaar
  • zoon Edo Max Tierlier (Amsterdam, 29 september 1930 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 12 jaar
  • zoon Nico Benedictus Tierlier (Zeist, 18 januari 1935 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 7 jaar
  • inwonend nichtje Martha Zurel (Haarlem, 27 oktober 1930 – Auschwitz, 5 november 1942), bereikte de leeftijd van 12 jaar

Ter herdenking van het gezin Tierlier-Zurel, en nichtje Martha Zurel

Eliazar Tierlier trouwt op 1 april 1925 in Amsterdam met Engeltje Zurel. In 1930 krijgen ze zoon Edo (Edo Max). Het gezin Tierlier-Zurel komt in juli 1932 van Amsterdam naar Zeist, waar ze op Panweg 48 gaan wonen. Nog in 1932 verhuizen ze naar Bergweg 66. In 1935 wordt tweede zoon Nico Benedictus geboren.

In Zeist ondergaat het gezin de stroom van anti-joodse maatregelen. Zo moet Eliazar Tierlier in juni 1942 zijn herenfiets inleveren. Hij en zijn gezin dragen dan al de vernederende jodenster.

Tijdens de bezetting duiken de moeder van Engeltje Tierlier-Zurel en drie van haar zusters onder in Zeist. Haar zusters overleven in Zeist de bezetting, maar moeder Celina Zurel-Roselaar maakt in 1944 een eind aan haar leven, als tot haar doordringt dat de meeste van haar kinderen, met hun partners en kinderen vermoord zijn.

Eliazer en Engeltje Tierlier-Zurel slagen er zelf niet om tijdig onderduik te regelen voor hun vijfkoppige gezin – nichtje Martha Zurel woont bij hen in. Eerst moet Eliazer Tierlier dwangarbeid verrichten, zoals veel andere joodse mannen. Als dr. jur. Ulrich Schmidt uit Lüdenscheid in september 1942 met een Heil Hitler-briefje bij de gemeentepolitie in Zeist – om onbekende redenen – informeert waar Tierlier te vinden is, verwijst men hem naar het rijkswerkkamp in Hardenberg. Als de Duitse advocaat een maand later laat weten dat hij Eliazer Tierlier daar niet heeft kunnen vinden, schrijft de gemeentepolitie hem dat de niet-arische echtgenote van Tierlier inmiddels gearresteerd is door de Sicherheitspolizei en dat niet bekend is waar Tierlier en zijn gezin zich bevindt.

De bezetter heeft zogenaamd aan ‘gezinshereniging’ gedaan. De joodse dwangarbeiders zijn vanuit de werkkampen naar Kamp Westerbork gebracht. Hun gezinnen zijn gearresteerd en ook naar het doorgangskamp gebracht. Op 4 oktober 1942 is het gezin Tierlier-Zurel daar ‘herenigd’. Op 2 november moeten ze op transport naar Auschwitz. Nog op de dag van aankomst worden Engeltje Tierlier-Zurel, haar zoontjes Edo en Nico en nichtje Martha Zurel vermoord, op 5 november 1942.

In het bevolkingsregister van Zeist wordt eind 1942 op hun persoonsregistraties ‘VOW’ aangetekend, ‘Vertrokken Onbekend Waarheen’.

Eliazar Tierlier is voor dwangarbeid ondergebracht in Kamp Neukirch, een werkkamp dichtbij de stad Wroclaw (vroeger Breslau). Daar sterft hij op 16 februari 1943. Zijn stoffelijk overschot ligt begraven in een massagraf op een zwaar verwaarloosde joodse begraafplaats in Breslau. Er is geen monument of gedenkteken op het kerkhof of bij het graf aanwezig. Wel heeft de begraafplaats in 1983 de status van monument gekregen.

Ter herdenking van het gezin Tierlier-Zurel, en dus ook van nichtje Martha Zurel, onthult de gemeente Zeist op 20 mei 2026 vijf struikelstenen voor hun voormalige woning Bergweg 66. 

Bronnen

Dit verhaal is een uitgave van gemeente Zeist ter gelegenheid van de onthulling op 20 mei 2026 van zestien struikelstenen op vier locaties. De legging van de zestien struikelstenen is mogelijk gemaakt door gemeente Zeist. Voor de verhalen in deze uitgave is geput uit www.joodsmonument.nl(Verwijst naar een externe website), www.joodseonderduikersinzeist.nl(Verwijst naar een externe website) en ‘Schaduw over Zonneschijn’ (2016) van Jim Terlingen. Teksten door Gerrit van der Vorst en Heleen bij ’t Vuur. De auteurs hebben zich ingespannen om in contact te komen met alle (vermoedelijke) rechthebbenden van de gebruikte foto’s, maar in het geval van Holocaust-slachtoffers is het copyright helaas niet altijd met zekerheid vast te stellen.