Dalweg 13, struikelsteen
In memoriam
- Raphael Altmann (Berlijn-Hilmersdorf, 24 september 1937 – Auschwitz, 26 maart 1944), bereikte de leeftijd van 6 jaar
- Martijn Franklin Altmann (Den Haag, 5 november 1940 – Auschwitz, 26 maart 1944), bereikte de leeftijd van 3 jaar
Ter herdenking van Raphael en Martijn Altmann
Het huwelijk tussen de joodse Duitser Kurt Altmann en Grietje Bood uit Rotterdam vindt plaats op 26 januari 1935 in Berlijn, waar het echtpaar zich ook vestigt. Het leven voor joden in Duitsland is dan al uiterst moeilijk en wordt al gauw onmogelijk. In oktober 1938 – enkele weken voor de Reichspogromnacht – vertrekt het echtpaar Altmann-Bood met hun eerstgeborene Raphael (1937) naar Den Haag. Twee jaar later moeten ook zij weg uit de kuststrook. Kurt Altmann vertrekt eerst naar Zeist. Echtgenote Grietje bevalt begin november 1940 van zoontje Martijn Franklin. Samen met haar beide zoontjes voegt ze zich eind januari 1941 bij haar echtgenoot. Ze gaan uiteindelijk wonen op Dalweg 13. Daar komen ook Kurts ouders, Hugo en Jütte Altmann-Langer, naar toe.
De bewoners van Dalweg 13 ondergaan alle anti-joodse maatregelen. In juni 1942 moeten ze – inmiddels sterdragers – hun heren- en damesfiets inleveren. Ze staan op de lijst voor gedwongen verhuizing (‘evacuatie’) op 19 augustus 1942, maar Kurt Altmann krijgt een Sperre, een voorlopige vrijstelling van deportatie. Dat betekent dat zijn derde zoontje, Fred (Frederik Hugo), op 28 november 1942 in Zeist ter wereld kan komen.
In april 1943 moet de provincie Utrecht judenrein worden. De echtparen Altmann-Bood en Altmann-Langer duiken tijdig onderin Zeist. Dat wil zeggen, de kleine Raphael en Martijn worden apart ondergebracht, in kindertehuis Zonneschijn op Oranje Nassaulaan 71. De gedachte is dat de jongetjes veilig zijn als de ouders gearresteerd zouden worden. Het zal net andersom zijn. De ouders met baby Fred en de grootouders overleven in onderduik, maar Raphael en Martijn niet.
In Zonneschijn duiken in de loop der tijd minstens 25 joodse kinderen en vrouwen onder. Dat brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Begin februari 1944 volgt ook een drama.
Bij het Bureau Joodse zaken in Amsterdam is de tip binnengekomen, dat er joodse kinderen ondergedoken zitten in het tehuis. Op donderdag 24 februari reizen drie agenten naar Zeist. Als ze omstreeks 12.30 uur aankomen bij Zonneschijn, ontstaat daar paniek. Veel kinderen worden snel verstopt of weggestuurd. De overvallers eisen dat alle kinderen en medewerkers bijeengeroepen worden, zodat ze na kunnen gaan wie joods is. De kinderen worden op uiterlijke kenmerken bekeken. De zesjarige Edu Keizer (‘Eduard Brederoode’), de driejarige Martijn Altmann (‘Christiaan Koudeijs’) en de eenjarige Bennie Waterman (‘Bernard Veldhuizen) worden gearresteerd.
Dan komt plotseling de zesjarige Raphael Altmann (‘Willem Anton Koudeijs’), het broertje van Martijn, van onder de tafel tevoorschijn. Hij moet ook mee. Martijn zou hem gevraagd hebben: ‘Wanneer komen we hier terug?’ Raphael: ‘We komen hier nooit meer terug.’
Samen met een directrice van Zonneschijn, een ondergedoken student en de joodse weduwe Saartje Gosschalk-van Spiegel, worden de vier kinderen door Zeister politiemannen naar de Sicherheitspolizei in Amsterdam gebracht. De volgende dag worden ze naar de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg (anno 2026 het Holocaust-museum) gebracht. Vandaar worden ze op 9 maart 1944 naar Kamp Westerbork overgebracht en op 23 maart gedeporteerd naar Auschwitz. ‘Strafgeval’ Saartje Gosschalk-van Spiegel moet dan ook mee. Als sterfdatum van Saartje Gosschalk-van Spiegel zal 31 augustus 1944 geregistreerd worden.
De eenjarige Benjamin Waterman is in Kamp Westerbork herenigd met zijn ouders, die ook uit onderduik zijn gehaald. Ze worden begin april 1944 gedeporteerd en alle drie vermoord in Auschwitz.Raphael en Martijn Altmann zijn dan samen met Edu Keizer al op 26 maart 1944 vermoord in Auschwitz, meteen na aankomst.
Na de bevrijding vestigen Kurt en Grietje Altmann-Bood en zoontje Fred zich op Berkenlaan 18 in Zeist. Daar wordt dochter Sophia Annette Wilhelmina geboren. Op 29 januari 2022 vertelt zij het tragische verhaal van haar broertjes tijdens de Holocaust-herdenking in Zeist.
Ter herdenking van Raphael en Martijn Altmann onthult de gemeente Zeist op 20 mei 2026 twee struikelstenen voor hun voormalige ouderlijke woning Dalweg 13.
Bronnen
Dit verhaal is een uitgave van gemeente Zeist ter gelegenheid van de onthulling op 20 mei 2026 van zestien struikelstenen op vier locaties. De legging van de zestien struikelstenen is mogelijk gemaakt door gemeente Zeist. Voor de verhalen in deze uitgave is geput uit www.joodsmonument.nl(Verwijst naar een externe website), www.joodseonderduikersinzeist.nl(Verwijst naar een externe website) en ‘Schaduw over Zonneschijn’ (2016) van Jim Terlingen. Teksten door Gerrit van der Vorst en Heleen bij ’t Vuur. De auteurs hebben zich ingespannen om in contact te komen met alle (vermoedelijke) rechthebbenden van de gebruikte foto’s, maar in het geval van Holocaust-slachtoffers is het copyright helaas niet altijd met zekerheid vast te stellen.