Professor Lorentzlaan 34, struikelsteen

In memoriam

  • Ida Betsy Adèle Dreyfus-Dreyfuss, gehuwd, muzieklerares, zonder beroep (Antwerpen, 26 mei 1905 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 38 jaar
  • dochtertje Liliane Laure Dreyfus (Parijs-Frankrijk, 8 januari 1936 – Zeist, 31 december 1943), bereikte de leeftijd van 7 jaar
  • babyzoontje Robert Lodewijk Dreyfus (Utrecht, 12 november 1943 – Auschwitz, 28 januari 1944), bereikte de leeftijd van 2 maanden

Ter herdenking van Ida Dreyfus-Dreyfuss en haar kinderen Liliane en Robert

Ida Betsy Adèle Dreyfuss wordt op 26 mei 1905 in Antwerpen geboren als dochter van bankdirecteur Charles en Laura Flora Dreyfuss-Cohen Bessu. Ze woont in haar jeugd jarenlang in Nederland, maar vertrekt in 1934 met haar ouders naar Parijs. Daar trouwt ze met bijna-achternaamgenoot Paul Henri Dreyfus. Ze heeft dan de Franse nationaliteit en niet duidelijk is waarom ze zonder haar echtgenoot, maar met hun in 1937 geboren dochtertje Liliane, in 1938 naar Nederland vertrekt. Ze vestigen zich in Wassenaar, maar kort daarna laat Ida Dreyfus-Dreijfuss zich wegens een angstneurose met Liliane opnemen in de Rudolf Steinerkliniek in Den Haag, een verpleeghuis voor psychiatrische patiënten.

In het najaar van 1940 verhuizen ze naar Zeist, waar ze op 19 december 1940 ingeschreven worden in het Christelijk Sanatorium voor Zenuwlijders in Zeist. In 1941 gaan moeder en dochter in pension op Professor Lorentzlaan 34.

Op zondag 2 augustus 1942 laat de bezetter bij wijze van represaille joden arresteren, die het rooms-katholieke geloof aanhangen. Twee agenten van de Zeister gemeentepolitie gaan daarom naar Professor Lorentzlaan 34. De pensionhouders zeggen niet te weten waar Ida Dreyfus-Dreyfuss en Liliane zijn. Twee andere agenten gaan tevergeefs kijken of Liliane gearresteerd kan worden in het Christelijk Sanatorium. Op 17 september van dat jaar laat de Zeister gemeentepolitie aan de autoriteiten weten dat Liliane en haar moeder opnieuw niet te vinden waren. Ze hebben zich onttrokken aan gedwongen verhuizing (‘evacuatie’) op 19 augustus 1942 naar Amsterdam. Eind 1942 wordt ‘VOW’ aangetekend in het Zeister bevolkingsregister, ‘Vertrokken Onbekend Waarheen’. Waarschijnlijk wordt Laure Flora Dreyfuss-Cohen Bessie op 31 augustus 1942 in Muiderberg begraven bij afwezigheid van haar enige dochter en haar enige kleinkind.

Waar Ida Dreyfus-Dreyfuss en Liliane in die periode verblijven, is niet bekend. In het voorjaar van 1943 wordt de dan 7-jarige Liliane ondergebracht in kindertehuis Zonneschijn op Oranje Nassaulaan 71. In het bevolkingsregister van Zeist is ze geregistreerd als ‘Lilian Drijfhout’, zogenaamd geboren in Nederlands-Indië ter verklaring van uiterlijke kenmerken, zoals donker haar.

Er zal zich in Zonneschijn een drama afspelen met Liliane. Het is de Utrechtse onderzoeker en journalist Jim Terlingen, die dat drama in 2016 zal onthullen en reconstrueren in zijn boek ‘Schaduw over Zonneschijn’. Een reconstructie die zeker in Zeist nog te weinig aandacht heeft gekregen.

Voor Liliane Dreyfus wordt Zonneschijn een hel. Om onduidelijke redenen hebben de beide directrices van het kindertehuis een antipathie tegen het kind. Haar moeder mag maar één keer op bezoek komen en kan haar dochtertje dus niet beschermen.

Ondanks de antipathie tegen haar speelt Liliane ter gelegenheid van de verjaardag van een van de directrices piano. Dat verbetert die behandeling niet. Op 15 en 16 november noteert een onbekende Zonneschijn-bewoonster in haar dagboek dat Liliane geslagen en uitgescholden wordt. Op 23 november 1943 escaleert het. Een van de directrices gilt tegen Liliane. Er is veel kabaal en dan valt Liliane opeens van de trap. Een dag later heeft ze een opgezwollen gezicht dat bont en blauw ziet, en verliest ze aan tafel haar bewustzijn. De directrices haasten zich met het meisje naar hun gezamenlijke slaapkamer en sluiten de deur achter zich. De kinderen en de medewerkers zien Liliane daarna niet meer.

Liliane Dreyfus is dood en wordt door de directrices begraven in de tuin van Zonneschijn. Haar moeder krijgt het onheilsbericht op haar onderduikadres in Utrecht te horen. Ze denkt aan moord, maar tot vervolging wegens zware mishandeling of doodslag zal het na de bevrijding niet komen.

Ida Dreyfus-Dreyfuss is kort tevoren, op 12 november 1943, bevallen van zoontje Robert Lodewijk. Ze wordt rond de jaarwisseling met haar baby gearresteerd, op 12 januari 1944 ondergebracht in de ziekenhuisbarak van Kamp Westerbork en moet op 25 januari met haar baby naar Auschwitz. De snelle deportatie is een straf voor het onderduiken, zoals de bezetter cynisch heeft bepaald. In Auschwitz worden moeder en kind op 28 januari 1944 vermoord.

Pas op 31 juli 1946 wordende stoffelijke resten van Liliane Dreyfus opgegraven in de tuin van Zonneschijn, in het bijzijn van functionarissen en van een van de directrices (de andere directrice is omgekomen in een concentratiekamp). De directrice verklaart desgevraagd dat ze het graf vergeten was. Vijf dagen later worden de ‘beenderen van een menselijk lichaam’ herbegraven op de Algemene Begraafplaats in Zeist. Vijftien jaar later wordt het graf van Liliane geruimd. Vader Paul Henri Dreyfus heeft de oorlog overleefd – hij zal in 1981 in Frankrijk overlijden – maar niet bekend is of er contact met hem is geweest.

Ter herdenking van Ida Dreyfus-Dreyfuss en haar kinderen Liliane en Robert onthult de gemeente Zeist op 20 mei 2026 drie struikelstenen voor hun voormalige pension op Professor Lorentzlaan 34.

Bronnen

Dit verhaal is een uitgave van gemeente Zeist ter gelegenheid van de onthulling op 20 mei 2026 van zestien struikelstenen op vier locaties. De legging van de zestien struikelstenen is mogelijk gemaakt door gemeente Zeist. Voor de verhalen in deze uitgave is geput uit www.joodsmonument.nl(Verwijst naar een externe website), www.joodseonderduikersinzeist.nl(Verwijst naar een externe website) en ‘Schaduw over Zonneschijn’ (2016) van Jim Terlingen. Teksten door Gerrit van der Vorst en Heleen bij ’t Vuur. De auteurs hebben zich ingespannen om in contact te komen met alle (vermoedelijke) rechthebbenden van de gebruikte foto’s, maar in het geval van Holocaust-slachtoffers is het copyright helaas niet altijd met zekerheid vast te stellen.