Aly Tjallingii-Oudhof vertelt over vroeger: Leven in Zeist
Aaltje (Aly) Oudhof, geboren in 1922 in Bunnik, trouwde in 1946 met Ritske Tjallingii, was moeder van twee dochters en één zoon, oma van negen kleinkinderen en overgrootmoeder van elf achterkleinkinderen. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Jeugd in crisistijd
Aly kwam al op jonge leeftijd naar Zeist. Vanaf haar tweede levensjaar woonde zij op verschillende adressen in de gemeente. Ze noemt zichzelf dan ook een echte Zeister.
Ze groeide op als oudste van vijf meisjes. Haar ouders kwamen uit Amsterdam. Haar moeder had als secretaresse gewerkt en was een creatieve en zelfstandige vrouw. Haar vader was goud- en zilversmid en vond werk bij de Gero.
“Het was crisistijd en we moesten zuinig leven. Maar het voelde nooit als armoede.” Cadeautjes werden thuis gemaakt en groenten kwamen uit de eigen tuin. Ondanks de moeilijke omstandigheden kijkt Aly terug op een gelukkige jeugd.
Na de lagere school moest zij gaan werken. Op haar dertiende begon zij als hulp in de huishouding bij boekhandel Baart aan de Slotlaan. Later werkte zij in een naaiatelier, waar zij onder andere jurken en bruidsjurken maakte.
Oorlog en het Sanatorium
Tijdens de oorlog kreeg Aly werk op het Sanatorium in Zeist. Daar werkte zij op de linnenkamer. Het werk gaf haar twee maaltijden per dag, wat in die tijd belangrijk was.
In het Sanatorium ontmoette zij ook haar toekomstige man, Ritske Tjallingii. Hij werkte er als hoofdverpleger en was organist in de kapel. “Ik viel op zijn muziek en op zijn mooie handen.”
Een relatie tussen medewerkers was niet toegestaan. Daarom moest één van hen ander werk zoeken. Via contacten kreeg Aly werk als kinderverzorgster aan de Sanatoriumlaan, waardoor zij elkaar toch konden blijven zien.
De oorlog kwam ook dichtbij huis. Haar vader zat in het verzet en bood onderdak aan de jonge Joodse jongen Jacques Hes. Ruim drie jaar woonde hij ondergedoken bij het gezin. Na de oorlog werd in Israël een boom geplant ter ere van de familie.
Later werkte Aly bij een kindertehuis aan de Woudenbergseweg. Daar werden kinderen opgevangen die tijdens de oorlog waren geboren uit relaties tussen Duitse militairen en Nederlandse vrouwen.
Leven in een rusthuis
Na hun huwelijk in 1946 gingen Aly en Ritske wonen en werken in rusthuis Deï Gratia aan de Prins Hendriklaan. Het huis bood zorg aan oudere mensen met dementie en psychiatrische problemen.
“Mijn eerste gedachte was: weg vrijheid.” Toch zette zij zich jarenlang in voor de bewoners. Haar man verzorgde de mannen, zij de vrouwen. Daarnaast runden zij hun gezin. Hun drie kinderen werden in die periode geboren.
Het werk ging dag en nacht door. Vrije tijd of uitstapjes waren er nauwelijks. Pas na dertien jaar verhuisde het gezin naar een eigen woning aan de Steniaweg, al bleef het werk doorgaan.
In 1970 kwam er een einde aan deze periode. Haar man kreeg ander werk in Maarssen. “Ik kan niet beschrijven hoe vrij ik me toen voelde. Eindelijk alleen met ons eigen gezin aan tafel.”
Na het overlijden van haar man in 1988 begon voor Aly een nieuwe fase. Ze deed veel vrijwilligerswerk en volgde creatieve cursussen, zoals pergamano, zijdeschilderen en het maken van 3D-kaarten.
“Eigenlijk komt de creativiteit van mijn ouders nu weer terug.” Ze kijkt dankbaar terug op haar leven en op de vele mooie jaren die zij heeft gekregen.
Door: Janneke Smitskamp