Corrie Vonk vertelt over vroeger

Corrie Vonk, geboren op 26 juli 1941, getrouwd met Wim Veltkamp, moeder van een zoon en een dochter, oma van 4 kleinkinderen en huisvrouw. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd aan de Krugerlaan

Ik ben geboren aan de Krugerlaan 51. Ik was het oudste kind. Na mij zijn mijn zus en broer geboren. Mijn vader was boekbinder en had een boekbinderij in de werkplaats achter ons huis.

Ik ben geboren in de oorlog, maar daar heb ik maar vage herinneringen aan. Ik weet wel dat er in de herfst van 1944 evacués in huis kwamen. Die mensen kwamen uit de omgeving van Wageningen en moesten daar weg door de hevige gevechten.

Wij waren een christelijk gezin. Op zondag gingen we naar de Oude Kerk aan de Utrechtseweg en ik ging naar de kinderkerk op de J.P. Heijelaan. Toen ik ouder was, bezocht ik de jeugddienst in gebouw Irene aan de Slotlaan. Later werden de diensten in Boschlust gehouden.

Schooltijd en dagelijkse gewoonten

Ik ging naar de kleuterschool aan de Van der Heijdelaan. Ik liep daar zelf heen met andere kinderen uit de buurt. Nu zit er een kinderdagverblijf in het gebouwtje. De lagere school heb ik aan de Slotlaan gevolgd.

We waren thuis niet arm, maar zeker niet rijk. Als jurken te kort werden, zette mijn moeder er een strook stof aan. Ook werden zomen uit jassen gehaald, zodat ze langer meegingen. Op vrijdagavond werd ik in de teil gewassen.

Sinterklaas werd wel gevierd. Dan werd er aangebeld en stond er een teil met cadeautjes voor de deur. Ik herinner me dat er een keer, waarschijnlijk met kinderen uit de buurt, Sinterklaas werd gevierd in een werkplaats aan de Costerlaan. Een jongetje werd in de zak gestopt en hij moest heel hard gillen. Met kerst hadden we een kerstboom met echte kaarsjes. Ook op verjaardagen was er iets lekkers en limonade.

Mijn lievelingseten waren bietjes en bruine bonen. Witlof vond ik niet lekker. Op zondag werd er nooit stamppot gegeten. Dat was voor door de week. Soms was er pudding.

Thuis en in de buurt

Achter het huis was een groentetuin. Mijn moeder weckte groente voor de winter. Wij moesten helpen met boontjes doppen en haren. In de keuken stond altijd een ketel water op de kachel. Daar werd ook op gekookt. De kachels moesten elke avond leeggehaald worden en weer klaargezet voor de volgende ochtend.

We speelden veel buiten met kinderen uit de buurt: verstoppertje en knikkeren. Elk voorjaar was er grote schoonmaak. We hadden een kachel in de achterkamer en in de keuken, maar niet in de voorkamer. Dat was de mooie kamer en die werd alleen gebruikt op bijzondere dagen. Tijdens de grote schoonmaak werden de kachels van hun plek gehaald en gepoetst met zebra. We hadden twee soorten kolen: eierkolen en antraciet.

Eens per week mochten we bij kruidenier Koetsier op de Krugerlaan een ons snoep halen. Daar moesten we de hele week mee doen. De kruidenier stond links in de winkel en zijn dochter rechts. In de straat waren meer winkels. Bakker Hardeman kwam aan de deur en zijn vrouw deed de winkel. Er was ook een slager en een sigarenzaak. Melkboer Willegenburg kwam ook aan de deur. Hij goot de melk met een maatbeker in onze kan. Mijn moeder kookte de melk eerst en zette die daarna in de kelder om koel te blijven.

Vakanties en vrije tijd

We gingen niet met vakantie. In de zomervakantie had mijn vader het altijd druk met het repareren van schoolboeken. We hadden geen auto. We logeerden wel eens bij een tante in Utrecht of Oud-Beijerland. Naar Oud-Beijerland gingen we met de trein en naar Utrecht op de fiets.

Als het mooi weer was gingen we zwemmen in zwembad Blikkenburg. Daar heb ik ook zwemles gehad. Je moest eerst op een bankje de zwemslag oefenen. Daarna ging je het water in. De badmeester hield je vast aan een soort hengel met een haak, zodat je niet kon zinken.

Van school naar werk

Na de lagere school ging ik naar de huishoudschool aan de Tulpstraat. Naast koken, strijken en handvaardigheid kregen we ook zang en taal. Toen ik klaar was met de middelbare school, ging ik bij Wees en Weiss aan het Broederplein werken, op de administratie.

Tussen de middag ging je naar huis om warm te eten. In de korte pauze liepen we soms een rondje Slot. Ook bestelden we wel eens patat op de Dorpsstraat. Dat werd dan gebracht en wij pakten het door het raam aan.

Later heb ik nog gewerkt bij uitgeverij De Haan op de Zinzendorflaan en bij het Gasbedrijf. Ik bleef daar werken tot ik kinderen kreeg. Dan stopten vrouwen met werken. Dat was heel gewoon.

Samen een gezin

Voordat ik Wim leerde kennen, ging ik op zaterdagavond naar de instuif in gebouw Nijenheim aan de Kroostweg. Er was toezicht. Je kon er spelletjes doen en praten. Ook ben ik met een jongerenreis naar Oostenrijk geweest.

Toen ik Wim leerde kennen, gingen we vaak op pad met zijn scooter. We gingen iets drinken of naar zijn zus in Rotterdam.

We trouwden in 1966. We konden een deel van een huis huren aan de Krugerlaan 47 van Interieurverzorging Van Tellingen. Het huis was eigenlijk te groot voor ons. De voorkamer mochten we niet gebruiken. Dat waren regels van de gemeente, die toestemming moest geven voor de verhuur. Meneer Van Tellingen had er meubels in gezet als showroom. Toen de kinderen geboren werden, mocht de kamer wel worden gebruikt.

In het begin van ons huwelijk hadden we wel een stofzuiger, maar geen wasmachine. De was deed je met de hand of je ging naar de wasserette. Later verhuisden we naar de Eikenlaan. Daar hebben we gewoond tot 2014.

Nu wonen we met veel plezier in een appartement in het centrum. Nu we ouder zijn en soms gezondheidsproblemen hebben, is dat veel makkelijker dan een groot, oud huis. We kunnen er nog fijn op uit en genieten van onze kinderen en kleinkinderen.

Door: Marja Vermeulen