Dirk Krijt vertelt over vroeger

Dirk Krijt, geboren op 6 juni 1952 in Zeist, getrouwd met Florence Krijt-Meeuws, vader van 4 kinderen en opa van 3 kleinkinderen. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Vier generaties Krijt

Weinig Zeistenaren kunnen zeggen dat zij in Slot Zeist zijn geboren, maar Dirk Krijt wel. Hij kwam er in 1952 ter wereld. Zijn vader, Tjerk Marinus Krijt, ging in 1946 wonen in het appartement in de linkervleugel. Daarna verhuisde het gezin naar de eerste verdieping van de rechtervleugel. Na de restauratie van 1969 betrokken ze het vernieuwde appartement in dezelfde vleugel.

Vader Tjerk werd in de volksmond de ‘Slotvoogd’ genoemd. Hij was een rasechte Zeistenaar, al werd hij in 1913 in Amsterdam geboren. Zijn vader, Cornelis Gerrit Krijt, kwam naar Zeist om te werken bij de voorganger van verhuisbedrijf Van Nimwegen. Hij begon als verhuizer met paard en wagen en bleef dat zijn hele leven doen. Het gezin woonde boven het verhuisbedrijf en later aan de Tollenslaan 31.

Opa Krijt speelde een rol in de oorlog. Als verhuizer wist hij precies wanneer voedseltransporten vertrokken. Die informatie gaf hij door aan de illegaliteit, zodat transporten konden worden overvallen. Na de oorlog werd hij actief bij de Bescherming Bevolking (BB). Hij beheerde het magazijn op zolder van het Slot en bouwde samen met zoon Tjerk twee kantinewagens.

Tjerk zelf was leerling wagenmaker bij Gebroeders Uitman aan de 2e Dorpsstraat. Hij rondde zijn opleiding af als meester-wagenmaker. Tijdens de oorlog zat zijn vader ondergedoken. Zelf diende hij bij het KNIL als hospik. In 1946 kwam hij bij de Intendance in Slot Zeist terecht. In 1950 werd hij beheerder van het Slot. Hij bleef dit tot 1976, waarna hij met zijn tweede echtgenote naar het Zusterplein verhuisde.

Dirk trouwde jong in 1970, na een zwangerschap. Dat huwelijk duurde zes maanden. Hij kreeg in die periode een zoon. Uit zijn tweede huwelijk kreeg hij vier kinderen, van wie er ook enkele in en rondom het Slot speelden.

Opgroeien in Slot Zeist

Het gezin startte in het appartement in de linkervleugel. Het Slot verkeerde toen in slechte staat: vochtig, tochtig en aangetast door huiszwam. De huidige Antichambre, nu prachtig gerestaureerd, was vroeger de keuken. Dirk werd daar in een grote teil gewassen en de muren waren zwart van de schimmel.

Kort na zijn geboorte speelde Dirk een rol tijdens het bezoek van koningin Juliana aan de watersnood-evacuees in 1953. Er waren geen baby’s aanwezig, dus legde Tjerk zijn zoon snel in een wiegje. De koningin nam Dirk op de arm en vroeg van wie hij was. Tjerk glunderde van trots.

In 1970 bezocht koningin Juliana opnieuw het Slot. Toen zij binnenkwam, liep zij de rij notabelen voorbij en begroette eerst Tjerk en Dirk. Ze herinnerde zich haar eerdere bezoek en vroeg Dirk of hij de baby uit 1953 was.

Voor de restauratie werd het Slot gebruikt voor allerlei activiteiten. Artis huurde de hele begane grond en had in de Spiegelzaal een grasveld met vijver nagebouwd. Op een stok zaten kaketoes. Dirk liep er rond met een vestje waarin een aapje zat. Vandaag de dag ondenkbaar.

Het huwelijk van zijn ouders liep in 1953 stuk. Dirk vond dat zijn kleuterjuf een goede moeder zou zijn. Vier dagen achter elkaar draaide hij een knoop van zijn jas los, die juffrouw Baudert steeds opnieuw aannaaide. Na de vierde keer ging zij bij zijn vader op bezoek. In 1957 trouwden zij. Het werd een gelukkig huwelijk.

De zolder van het Slot werd volledig gebruikt door de Bescherming Bevolking. Ook de ambachtsschool, de brandweer, HBS Schoonoord en de muziekschool hadden er ruimten. Dirk mocht bij de muziekschool pianospelen en kreeg les van de heer Morren. In het Slottuintheater keek hij elke zomer voorstellingen en circus Elleboog.

Tijdens de restauratie verhuisde het gezin naar een houten noodgebouw achter de rechtervleugel. Zij noemden dit ‘het hangslot’. Het had een woonkamer, drie slaapkamers, een keuken en een douche, een luxe in die tijd.

Dirks vader was Sinterklaas in het Slot. Het Slot was dan zijn residentie en Dirk was zijn Piet.

Dirks verjaardagen waren grote feesten. De hele klas werd uitgenodigd. In de Slottuin werd een speurtocht uitgezet en aan het einde roeiden ze naar het eilandje om de schat te vinden: een ijzeren kist met chocoladerepen.

Naar een nieuw leven

Op 8 oktober 1969 opende prins Claus het gerestaureerde Slot. Voor hem werden wodka en Egyptische sigaretten gehaald. Dirk stond bij de keuken een shagje te draaien toen de prins binnenkwam. Ze raakten aan de praat en Claus vroeg hem om ook voor hem een shagje te draaien. Ze dronken samen een biertje.

Dirk bewaart nog steeds het volledige draaiboek van de opening, uit de aktetas van zijn vader. Hij herinnert zich ook dat prinses Beatrix samen met baron Van Asbeck het Slot inspecteerde als mogelijke woning. Het ging niet door omdat beveiliging onmogelijk was.

In 1973 ging Dirk zelf in het Slot werken als suppoost. Hij hielp bij zaalindelingen, catering, evenementen en rondleidingen, en lette op het behoud van het interieur. Tijdens een juwelententoonstelling sliep hij zelfs in de kluis om toezicht te houden.

Dirk kende Florence nog van de streng gescheiden jongens- en meisjes-MULO aan de Zinzendorflaan. Jaren later hoorde hij haar stem in het Slot. Zij las een huwelijksakte voor. Hij zei tegen zijn vader: “Die moet ik hebben.” Via burgemeester Stolk kreeg Dirk een baan op het gemeentehuis, bij de drukkerij. Zo zagen zij elkaar vaker. Zij trouwden en kregen vier kinderen. In 1987 verongelukte hun oudste dochter Esmee, 7 jaar oud. Een groot verdriet. Zij werd begraven in Zeist, dicht bij opa Tjerk.

Dirk haalde al zijn vakdiploma’s en werkte met plezier bij de gemeente Zeist en later bij de PGGM. Door reorganisaties werd hij uiteindelijk vrijwilliger bij Meander Omnium.

Hij en Florence wonen nu in Houten, maar zijn vaak in Zeist te vinden. Florence plaatst regelmatig foto’s en verhalen uit het archief van schoonvader Tjerk op de Facebookpagina ‘Oude Foto’s van Zeist’. Een schatkamer vol herinneringen.

Door: Sietske van der Linden-Alblas