Gerard van Delft vertelt over vroeger
Gerard Bernard van Delft, geboren op 16 april 1944, getrouwd met Marijke Verhoek, vader van 3 dochters en een zoon, opa van vier kleindochters en drie kleinzonen en gepensioneerd registeraccountant en gemeenteraadslid. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Jeugd aan de Koppelweg
Mijn ouderlijk huis stond aan de Koppelweg 72, later genummerd 194. De naam van dit deel van de Koppelweg veranderde later in Godfried van Seijstlaan 17. In die tijd was de Koppelweg de laatste laan in Zeist-West. Achter onze tuin lag een boomgaard. Ik heb één broer.
Mijn opa en oma van moederskant kwamen uit Oudewater. Zij verhuisden in de jaren twintig naar Zeist en gingen aan de Krakelingweg wonen. De opa en oma van vaderskant kwamen uit Noordwijk-Binnen. De zus van mijn opa verkocht in Zeist vis bij de buitenplaatsen. Zij hoorde dat er op Wulperhorst een tuinbaas werd gezocht. Mijn opa solliciteerde en kreeg de functie, rond 1910.
Diezelfde tante begon later met haar man een viswinkel in de 2e Dorpsstraat. Mijn opa’s heb ik niet echt gekend; zij overleden in 1945 en 1946. Mijn oma’s waren al eerder overleden, in 1930 en 1941. Een tante van vaderskant mocht in de tuinmanswoning van Wulperhorst blijven wonen totdat daar het Swagermankamp werd gevestigd. Zij verhuisde toen naar het koetshuis van Blikkenburg en werkte in de huishouding bij baron Taets van Amerongen. Als kind kwam ik er regelmatig.
Mijn vader was vertegenwoordiger bij Wees en Weiss. Mijn moeder was huisvrouw. Mijn vader was vaak de hele week van huis, want zijn rayon was het oosten van het land. Hij had last van zijn rug en droeg veel koffers met monsters mee. Soms mochten mijn broer en ik mee. Als hij klanten bezocht, moesten wij in de auto wachten.
In 1963 werkte mijn vader 50 jaar bij Wees en Weiss. Hij kreeg een televisie, een modern cadeau in die tijd. Ik herinner me de grote brand bij Wees en Weiss op 27 oktober 1967. Mijn vader en ik gingen kijken. De Hofse laantjes waren zo heet dat je er niet kon lopen.
Schooltijd en opgroeien
Ik heb op drie verschillende locaties op de kleuterschool gezeten: bij huize Cattenbroeck, daarna in de voormalige fabriek van familie Bannett aan de Koelaan en tot slot aan het eind van de Waterigeweg. Iedereen liep lopend naar school.
Daarna ging ik naar de jongensschool van de Broedergemeente. Toen ik 7 was, kreeg ik een rode fiets. Toen ik naar kapper Karelse aan de Montaubanstraat ging, werd hij gestolen. Gelukkig werd hij teruggevonden. Omdat we meer dan 1 kilometer van school woonden, mochten we met de fiets naar school. Op zaterdagmorgen was er nog school.
Thuis deden we klusjes. Aan de Laan van Cattenbroeck waren verschillende winkels, zoals een sigarenboer, een kruidenierszaak en een melkboer. Ik haalde er soms boodschappen. Later deed ik boodschappen bij Kijkgrijp aan de Voorheuvel: anderhalf ons boterhamworst voor 39 cent, als het in de reclame was. In de zomer dopten we boontjes of haalden aardbeien in Bunnik. Mijn moeder weckte groente en maakte jam. Schoenen poetsen hoorde er ook bij.
Sinterklaas werd gevierd. Soms kreeg je een suikerbeestje als je je schoen had gezet. Er stond ook een teil met cadeaus voor de deur. Met kerst hadden we een boom met echte kaarsjes. Op verjaardagen mochten we kiezen wat we wilden eten. Ik koos altijd voor Duitse biefstuk, doperwtjes en gebakken aardappeltjes.
In de kerstvakantie mocht ik, toen ik een jaar of 11 was, helpen in kantoorboekhandel Hoogenreaad. Ik prijste kaarten of stempelde schriften. De winkel had alleen een potkachel. Als beloning kreeg ik vuurwerk. We schoten ook carbid af in Nescaféblikjes.
Buiten spelen en eerste vakanties
Schuin tegenover ons huis lag een open veld. We speelden veel buiten: knikkeren, kuilen graven en voetballen. In de laan woonden twee politieagenten. Als je bal in de tuin van “lange Joop” kwam, moest je maar zien hoe je hem terugkreeg. Ik was niet heel goed in sport. Ik heb kort gevoetbald bij voetbalvereniging Zeist, maar zonder veel succes.
Zondagsschool hoorde erbij. In de zomer gingen we zwemmen in zwembad Blikkenburg. Ik las graag: Old Shatterhand en Winnetou. De bibliotheek stond aan de 2e Hogeweg. Thuis luisterden we veel radio. Mijn broer Maarten had als hobby het ontvangen van radiostations.
Langzaam verdwenen de open veldjes in de buurt. Ik herinner me dat de huizen aan de Jacoba van Beierenlaan werden gebouwd. Wij noemden dat “Jeruzalem”, omdat de huizen platte daken hadden.
In 1952 gingen we voor het eerst met vakantie: met de auto naar Zeeland. Dat was een wereldreis. We logeerden in een pension in Zoutelande. De watersnoodramp van februari 1953 herinner ik me goed. We zaten aan de radio gekluisterd. Toen we die zomer weer in Zeeland waren, stond het midden van Zuid-Beveland nog onder water.
Studie, jeugd en werk
Ik was een serieus jongetje. Mijn vader legde op zaterdagavond sommetjes klaar voor zondag. Dan konden mijn ouders uitslapen. Ik was altijd met cijfers bezig. Toch wilde ik als kind boer worden. We kwamen vaak op de boerderij van het echtpaar Van Ginkel in Bunnik. Zij waren als opa en oma voor ons. We hielpen met melken en andere klusjes.
Mijn vader zei vaak dat accountant een goed beroep voor mij zou zijn. Begin jaren vijftig gaf de gemeente een obligatielening uit voor de bouw van het Staatsliedenkwartier. Ik ging twee keer per jaar naar het gemeentehuis om de rentecoupons te verzilveren.
In de 6e klas werd mijn moeder ziek. Ik werd ondergebracht bij een oom en tante in Austerlitz, in de strenge winter van 1956. ’s Morgens liepen we vroeg naar de Woudenbergseweg en namen daar de rode bus van Van de Haas uit Veenendaal. Je moest blijven bewegen, anders bevroor je neus. De bus kwam vroeg aan op Het Rond. Ik wachtte in de warme hal van het postkantoor tot schooltijd.
Daarna ging ik, samen met acht anderen, naar het Lyceum aan de Lindelaan. Dat ging bijna mis, want ik had een fout gemaakt bij het toelatingsexamen over de provincie van Woerden. Gelukkig werd dat rechtgezet. Toch ging het niet vanzelf. Ik had moeite met wiskunde en bleef het 2e en 3e jaar zitten. De wiskundeleraar hield geen orde. In 1960 stapte ik over naar Schoonoord, waar ik mijn HBS-diploma haalde.
In die tijd had ik een krantenwijk: eerst in het Patijnpark en Staatsliedenkwartier en later in het Lyceumkwartier. Dat was geen leuke wijk om kranten te bezorgen: grote tuinen en blaffende honden. Je verdiende er bijna niets.
Van accountant tot politicus
Na mijn middelbare school kon ik aan de slag bij accountantskantoor Klynveld & Kraayenhof & Co in Utrecht. Ik verdiende 235 gulden per maand. Er was thuis geen geld voor een voltijdstudie. Ik studeerde naast mijn werk voor registeraccountant. Het duurde 9,5 jaar. Tussendoor zat ik een blauwe maandag in militaire dienst. In 1981 begon ik voor mezelf.
Ik was altijd al geïnteresseerd in politiek. Op mijn 14e kwam er zendtijd voor politieke partijen op de radio. De PvdA kreeg veel extra tijd via de VARA. Dat vond ik niet eerlijk. Ik schreef een brief naar de PvdA. Ik weet niet of er daarna iets veranderde.
Samen met anderen richtten we in Zeist een jongerenparlement op. Zo rolde ik de politiek in. In 1976 werd ik lid van de gemeenteraad. Dat bleef ik tot 2002.
Mijn vrouw leerde ik kennen in de kerk. Ik vroeg haar mee naar een discussieavond in de Boskapel. Zo is het begonnen. Toen de Nederlandse staat de Breedband verkocht, werden uit de opbrengst leningen verstrekt. Dat hielp ons bij het kopen van een huis. Wij wonen in Hoge Dennen-Kerckebosch.
Inmiddels doe ik het rustiger aan. Ik kom nog twee dagen in de week op kantoor. Ik ben voorzitter van de Vereniging van Betrokkenen van de gemeentelijke begraafplaats. Mijn vrouw en ik passen regelmatig op de kleinkinderen. Ik besteed veel tijd aan mijn hobby: geschiedenis, vooral die van Zeist.
Door: Marja Vermeulen.