Gerard Brouwer vertelt over vroeger

Gerard Willem Brouwer, geboren op 18 maart 1927 in Soest, weduwnaar van twee echtgenotes, vader van twee kinderen en opa van drie kleinkinderen, en werkte veertig jaar bij het KNMI tot zijn vervroegde uittreding in 1986. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd en oorlog

Op een regenachtige dag in januari 2016 zit de interviewer aan tafel bij Gerard Brouwer in Driebergen. Na een kop koffie begint het gesprek.

Gerard vertelt dat hij in Soest is geboren en in 1932 met zijn gezin naar Soesterberg verhuisde, vlak bij het vliegveld. Zijn vader werkte bij de luchtmacht. Bij de mobilisatie in 1939 werd het vliegveld ontruimd en onbruikbaar gemaakt. Toch probeerden in mei 1940 nog Duitse vliegtuigen te landen.

In juni 1940 verhuisde het gezin naar Zeist. Ze kwamen met negen kinderen in een huis aan de Veldheimlaan. Gerard ging naar de mulo aan de Rozenstraat en later naar het Bonifatius Lyceum in Utrecht.

Tijdens de oorlog hadden de buren onderduikers in huis: de Joodse familie Lessing uit Utrecht. “Wij mochten daar niets over zeggen,” vertelt Gerard. De kinderen speelden soms samen, maar bij het minste geluid moesten ze zich snel verstoppen.

Op een dag vroeg zijn vader of hij kon helpen om de familie weg te brengen. Hij moest hen via het bos naar een spoorwegovergang aan de Arnhemse Bovenweg begeleiden. “Het hart bonsde in mijn keel,” zegt hij. Uiteindelijk kwam alles goed. Later hoorde hij wat er van de familie terecht was gekomen.

Werk en KNMI

In 1947 moest Gerard in militaire dienst. Hij kwam bij de luchtmacht terecht. Later wist hij overgeplaatst te worden naar de weerdienst van het KNMI. Na zijn diensttijd bleef hij daar werken.

Hij werkte in de volcontinudienst en verwerkte weergegevens uit steden als Parijs, Frankfurt en Londen. Die gegevens werden met de hand op weerkaarten ingetekend. Daarna gingen ze naar de meteoroloog.

Na ongeveer tien jaar ging hij naar de onderzoeksafdeling. In de beginperiode van het televisiejournaal leverde het KNMI de gegevens voor het weerbericht. Meteorologen tekenden de kaarten zelfs met lippenstift voor de uitzending.

In de loop der jaren veranderde het werk sterk. Gerard volgde cursussen in onder andere statistiek en computergebruik. “De eerste computer vulde een hele kamer en werd met water gekoeld,” herinnert hij zich.

Leven en terugblik

Gerard woonde van 1940 tot 1954 in Zeist. Daarna verhuisde hij naar de Rozenstraat en later naar Bilthoven en Driebergen. Zijn leven werd gekenmerkt door werk, verhuizingen en veranderingen in de tijd.

Hij herinnert zich nog hoe moeilijk het was om na de oorlog een woning te krijgen. Toen hij eindelijk een huis kon huren, moest hij ook de inboedel overnemen. Dat kostte veel geld, maar het was het waard.

Nu schrijft hij zijn herinneringen op voor zijn familie. “Geschiedenis moet je vastleggen,” zegt hij. “Dan begrijpen de volgende generaties beter hoe wij hebben geleefd en wat we hebben meegemaakt.”