Gert van Kalkeren vertelt over vroeger: Koster van de Oosterkerk
Gert van Kalkeren, geboren op 23 februari 1949 in Zeist, is getrouwd met Annie, vader van drie zonen en opa van vier kleinkinderen, werkte eerst als automonteur en later als koster van de Oosterkerk in Zeist. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Van automonteur naar koster
Gert groeide op in Zeist en volgde een technische opleiding aan de Christelijke Technische School. Hij begon op zijn zestiende met werken als automonteur. Eerst werkte hij een jaar bij Philippo en daarna bij garagebedrijf De Man. In totaal werkte hij 23 jaar in dit vak.
Hij leerde zijn vrouw Annie kennen bij het busstation in Zeist. Zij zat daar in een cafetaria met een vriendin. Annie was toen lid van het Leger des Heils.
Later maakte Gert een overstap. Hij werd hulpkoster bij de Noorderlichtgemeente en in 1989 koster van de Oosterkerk aan de Woudenbergseweg. Dat werk deed hij tot zijn pensioen in 2014.
Het werk in en rond de kerk
Het kosterswerk was intensief. “Je bent eigenlijk altijd in dienst,” zegt Gert. Het werk ging de hele week door, niet alleen op zondag. Er waren bijeenkomsten, repetities, vergaderingen en kerkdiensten. De koster zorgde voor alles: van koffie tot techniek.
Ook zijn gezin hielp mee. Zijn zoons ondersteunden hem bij het werk, vooral in de beginjaren. Daarnaast waren er vrijwilligers die hielpen met schoonmaak en andere taken.
Naast de kerk werkte Gert ook in De Looborch, een rusthuis naast de kerk. Daar deed hij technische klussen en hielp hij bij diensten.
Hij hield zich ook bezig met brandveiligheid en techniek. Zo ontdekte hij eens dat ratten kabels hadden doorgebeten onder de kerk.
Het mooiste aan het werk vond hij het contact met mensen. Vooral de volle kerkdiensten maakten indruk. De kerk kon vroeger bijna 1300 mensen ontvangen. Tegenwoordig zijn dat er minder. De kerstnachtdiensten zijn hem altijd bijgebleven.
Tradities waren belangrijk. Zo zorgde hij elk jaar voor een kerstboom in de kerk, vaak gehaald bij een boswachter of gemeentelid.
Contact, samenwerking en afscheid
Gert kende Zeist goed. Dat hielp bij zijn werk en bij het organiseren van activiteiten. Er waren veel bijeenkomsten met eten, zoals stamppotmaaltijden en soep met broodjes.
Een bijzondere periode was de samenwerking met dominee Frans Boer. Hij maakte van de gemeente een actieve en betrokken groep. Gert kijkt met plezier terug op die tijd.
Na zijn pensioen in 2014 nam hij afscheid van de kerk. Hij wilde geen groot feest, maar wel een speciale dienst. Veel mensen kwamen afscheid nemen. Hij kreeg cadeaus, waaronder een reis en een fiets.
Als blijvende herinnering werd de koffiehoek van de kerk omgedoopt tot ‘Gerts Genoegen’. Dat zegt volgens Gert alles over hoe hij zijn werk heeft beleefd: met plezier, inzet en betrokkenheid.