Goof van der Peijl vertelt over vroeger: Politie in Den Dolder

Govert Hendrik van der Peijl, geboren op 27 januari 1927 in Hengelo (Gelderland), was getrouwd met Florasina Maria de Gier, vader van twee dochters en twee zonen en werkte bij het politiecorps in Zeist. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Van oorlog naar politie

Goof groeide op in een gezin waar zijn vader rijksveldwachter was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij nog op school. Hij werkte in die tijd in de voedselvoorziening en werd bakker.

Na de oorlog moest hij in militaire dienst vanwege de situatie in Indonesië. Hij werd uitgezonden en kwam uiteindelijk op Bali terecht. Daar maakte hij een gevaarlijke periode mee. Tijdens een patrouille gleed hij bijna een ravijn in.

Later werd hij overgeplaatst naar Den Pasar. Daar beheerde hij een kantine. Dat was een stuk rustiger dan het front. Toen hij aan het eind van zijn diensttijd zijn oude kameraden terugzag, besefte hij dat hij geluk had gehad.

Eenmaal terug in Nederland ging hij op zoek naar werk. Hij wilde graag bij de overheid werken. Hij solliciteerde bij de politie in Rotterdam en werd aangenomen, samen met een kleine groep kandidaten uit honderden aanmeldingen.

Politie in Den Dolder

Na zijn opleiding werkte hij eerst in Rotterdam. Toen hij getrouwd was en een gezin kreeg, wilde hij verhuizen. Hij solliciteerde in Zeist en kwam uiteindelijk in Den Dolder terecht.

Daar werd hij postcommandant. De politiepost lag aan de Dolderseweg. Hij kende al snel iedereen in het dorp. “Je moet weten wat er speelt,” zegt hij. “Dat hoort bij het werk.”

Het werk was zwaar. Hij werkte vaak alleen en was altijd bereikbaar. Eerst ging hij op de fiets op pad, later met een bromfiets en uiteindelijk met een auto met mobilofoon.

Mensen wisten hem goed te vinden. Hij hielp iedereen, ook met praktische dingen zoals het invullen van formulieren. Maar dat had ook een keerzijde. Hij kreeg te maken met zware situaties, zoals ongelukken en zelfdodingen bij het spoor. “Daar stond je dan helemaal alleen,” vertelt hij.

Ook surveilleren in het donker, bijvoorbeeld bij villa’s waar was ingebroken, vond hij spannend. “Je wist nooit wat je zou aantreffen.”

Verandering en pensioen

Na jaren intensief werk kreeg Goof gezondheidsproblemen. Uiteindelijk werd hij overgeplaatst naar de afdeling Bijzondere Wetten in Zeist. Daar hield hij zich bezig met regels rond jacht, horeca en wapens.

Hij zette een nieuw registratiesysteem op dat ook in andere gemeenten werd overgenomen. Zijn werk werd daar rustiger, maar bleef belangrijk.

In de loop van de tijd veranderde de politieorganisatie. Kleine posten verdwenen en het werk werd anders ingericht. Dat vond hij niet altijd een verbetering. Hij hechtte juist veel waarde aan lokale kennis en contact met bewoners.

In 1987 ging hij met pensioen. Hij kijkt terug op een lang en intensief leven bij de politie, met veel bijzondere en soms ingrijpende ervaringen.