Harry Oudenes vertelt over vroeger: Verzetswerk in Den Dolder

Evert-Jan Oudenes, geboren in 1905 en overleden in 1973, was aannemer in Den Dolder en speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in het verzet. Zijn zoon Harry Oudenes, geboren in 1935, vertelt hierover. In dit artikel deelt hij deze herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Een gezin in oorlogstijd

Harry groeide op in een gezin met vijf kinderen. Zijn vader Evert-Jan was aannemer en begon in 1935 voor zichzelf. Kort daarna brak de oorlog uit.

Tijdens de meidagen vocht hij op vliegveld Ypenburg. Hij werd krijgsgevangen gemaakt, maar wist te ontsnappen door uit een trein te springen. Volgens zijn zoon heeft deze ervaring hem sterk gevormd.

Het werk als aannemer viel tijdens de oorlog vrijwel stil. Ondertussen had het gezin het zwaar, met jonge kinderen en weinig inkomsten. Toch bleef Evert-Jan actief en betrokken.

Verzetswerk in Den Dolder

Evert-Jan werd commandant van een verzetsgroep in Den Dolder. Deze groep werkte samen met anderen uit de omgeving, onder wie mensen van de Willem Arntsz Hoeve en de Stichtse Margarinefabriek.

De groep voerde verschillende acties uit. Ze saboteerden treinen, vervoerden wapens en hielpen bij voedseltransporten die vaak een dekmantel waren voor verzetswerk.

Evert-Jan had een speciale vergunning, waardoor hij zich vrij kon bewegen. Dat maakte het mogelijk om dicht bij het spoor te komen en acties uit te voeren. Hij gebruikte zijn werk als dekmantel voor het verzet.

Daarnaast had hij een bijzondere rol als ‘aanspreker’ en doodgraver. Hij verzorgde begrafenissen op het Stille Hofje. Soms waren daar geen aanwezigen bij, maar toch sprak hij woorden bij het graf.

Het verzetswerk bracht grote risico’s met zich mee. Daarom bleef hij vaak ‘s nachts op andere plekken slapen, onder andere in de kelder van de margarinefabriek. Zijn vrouw moest intussen het gezin draaiende houden.

Leven na de oorlog

Na de oorlog pakte Evert-Jan zijn werk als aannemer weer op. Hij wilde niet bekend staan als held en hield zich op de achtergrond. Dat paste bij zijn karakter: stil, bescheiden en plichtsgetrouw.

Hij ontving een onderscheiding van de Nederlandse Spoorwegen voor zijn hulp aan stakers, maar verder hoefde hij geen erkenning.

Het leven ging verder, maar niet zonder tegenslagen. Kort na de oorlog kreeg hij een ernstig ongeluk op de motor. Hij herstelde daarvan, maar bleef zwakker. Hij overleed in 1973.

Zijn zoon kijkt terug op een bijzondere vader. Een man die in stilte veel heeft betekend, zonder daar ooit op de voorgrond voor te willen staan.

Door: Petra Koek