Henk Bloem vertelt over vroeger

Henk Bloem, geboren op 12 december 1942 in Klarenbeek (gemeente Voorst), was pastoor en pastor in Zeist-West van 1979 tot 1990 en later in de Sint Josephkerk van 2008 tot 2012, is ongehuwd en heeft geen kinderen. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Priester worden

“De mooiste ervaring aanwijzen vind ik lastig,” zegt Henk. “Maar in Zeist-West voelde het echt als onze parochie. Drie geloven werkten samen. We wilden samen christen zijn. Dat was bijzonder.”

Zijn keuze voor het priesterschap begon al vroeg. Aan het eind van de lagere school vroeg de pastoor of hij naar het seminarie wilde. “Ik had toen nog niet goed door wat dat betekende,” vertelt hij. Tijdens zijn opleiding twijfelde hij wel. “Je denkt na over een leven met vrouw en kinderen. En over de vraag of je ongehuwd wilt blijven.”

Zijn ouders steunden hem. Dat gaf vertrouwen. Na een periode als diaken wist hij het zeker: dit past bij mij. In 1967 werd hij priester. Daarna studeerde hij in Rome Bijbelwetenschappen. Hij bleef daar acht jaar. “Ik ben eigenlijk doctor in de exegese,” zegt hij.

Werken in Zeist-West

In 1979 kwam Henk naar Zeist-West. “Dat was een nieuwe wijk. Gereformeerden, hervormden en katholieken werkten samen in één gebouw.” Het was geen traditionele kerk, maar een ontmoetingsruimte met stoelen in een U-vorm.

“Onze kerk was niet alleen een plek om te zitten, maar een plek waar mensen samenkwamen. Dat gaf verbondenheid.” Henk voelde zich daar thuis. Zijn kennis van de Bijbel hielp om mensen met elkaar te verbinden. Hij begeleidde huwelijken en uitvaarten en voerde gesprekken over geloof en leven.

In die tijd waren er vier katholieke kerken in Zeist. Zeist-West was volgens hem een plek van vernieuwing en openheid. “De hele wijk voelde als één geheel.”

Na elf jaar vertrok hij uit Zeist. Later werd hij deken in Utrecht. Toch keerde hij terug.

Terugblik en overtuiging

In zijn tweede periode werkte hij in de Sint Josephkerk. “Dat was een andere tijd. Het kerk zijn was veranderd.” Mensen moesten wennen aan minder samenwerking tussen kerken. Toch bleef volgens hem één ding hetzelfde: “Gelovigen hebben meer gemeen dan wat hen verdeelt.”

Hij stopte met werken toen hij zeventig werd. Maar hij bleef nadenken over geloof. “Pasen vind ik het mooiste feest. Het laat zien wat mens-zijn betekent.” Hij ziet dat mensen soms iets missen. “Geloven helpt om te verdiepen en te verbreden.”

Tot slot kijkt hij terug op zijn leven. “Als ik opnieuw mocht kiezen, zou ik zeker weer leraar zijn. Maar of ik weer priester zou worden, weet ik niet.” Hij mist soms een gezin, bijvoorbeeld als hij zijn broers met hun kleinkinderen ziet.

Op de vraag of mensen veranderd zijn, antwoordt hij: “In wezen niet. Alleen kunnen kinderen nu minder goed stilzitten. Wij moesten dat vroeger wel.”