Het Walkartpark
Op de hoek van de Slotlaan en de 1e Dorpsstraat stond vroeger het zomerhuis van de familie Walkart. In de wintermaanden woonde Godfried Leonard Walkart met zijn gezin in Amsterdam, maar de zomers bracht het gezin door in Zeist. Na het overlijden van hun vader in 1856 bleven Marianne en haar zussen in Zeist wonen en breidden zij het grondbezit fors uit.
Tijdens een veiling in 1873 kochten zij zeven van de elf percelen aan de Donkerelaan, de huidige Slotlaan. In plaats van deze percelen te bebouwen, maakten de dames Walkart er een tuin van, het Overbosch genoemd. Dit terrein is het huidige Walkartpark. Het zomerhuis stond op de plek waar het voormalige post- en telegraafkantoor van Zeist stond, nu een restaurant.
De Amsterdamse familie bezat al sinds 1824 een buitenhuis aan Het Rond. Het tegenover hun huis gelegen terrein lieten de gezusters als park inrichten en gebruikten zij als overplaats. In het park bevond zich een kleine ‘enclave’, eigendom van jonkheer mr. Egbert Lintelo de Geer, bewoner van de buitenplaats Middenhoeve aan de Slotlaan. Deze overplaats, ruim vier are groot, hoorde bij Middenhoeve. In 1895 konden de dames Walkart dit stukje grond aankopen van de erfgenamen van het echtpaar De Geer-Blaauw.
Het kinderhuisje of speelhuisje
Op de overplaats van Middenhoeve stond een houten kinderhuisje, ook wel speelhuisje genoemd. Dit kleine bouwwerk, een zogenaamde folly, was gebouwd in neogotische trant en deed denken aan een kapel. De voorgevel had pilasters met pinakels, twee spitsboogramen, een spitsboogdeur met daarboven een driepas en een klein rond venster met een vierpas.
Hoewel het huisje bij de verkoop buiten de overdracht werd gehouden, bleef het vermoedelijk nog enige jaren in het park staan. Toen jonkheer E.L. de Geer in 1901 trouwde en ging wonen in de villa Lovely Place aan de Woudenbergseweg 34, verhuisde het kinderhuisje naar zijn tuin. Toen hij in 1911 de villa Kerckebosch liet bouwen aan de Arnhemse Bovenweg, ging het huisje mee en deed het dienst als tennishuisje. In 1941 verhuisde De Geer opnieuw naar de Woudenbergseweg, waarbij het kinderhuisje weer werd overgebracht naar Lovely Place, waar het nog altijd staat.
Het testament van Marianne Walkart
Op 2 maart 1904 overleed Marianne Walkart in Amsterdam, als laatste dochter van G.L. Walkart. Zij was ongetrouwd en kinderloos. Haar testament besloeg vele pagina’s en bepaalde dat haar gehele bezit in Amsterdam en Zeist werd nagelaten aan vrienden, voormalig personeel, kerkelijke instellingen en aan de gemeente Zeist.
“Aan de Gemeente Zeist: a. Het Overbosch gelegen aan de Donkerelaan te Zeist (…) onder de voorwaarde dat dit bosch tot publieke wandeling worde opengesteld en opengesteld blijve.
b. Eene som van veertigduizend gulden tot onderhoud dier wandelplaats.”
De Diaconie van de Hervormde Gemeente Zeist kreeg de overige onroerende goederen in Zeist. Er was enige onenigheid over een huis dat kadastraal onder het legaat van de gemeente viel, maar logischerwijs niet tot het Overbosch behoorde. Na juridisch advies besloot de Hervormde Gemeente de kwestie te laten rusten, “omdat de dames Walkart het zeker hooglijk betreurd zouden hebben indien zij geweten hadden dat over haar testament een proces zou zijn gevoerd.”
De aanleg van het park
Na de schenking vroeg de gemeente Zeist advies aan twee tuinarchitecten. Uiteindelijk kreeg Hendrik Copijn uit Groenekan de opdracht het Overbosch toegankelijk te maken. Zijn ontwerp bestond uit slingerpaden, groepjes bomen en een vijver, zó aangelegd dat de wandelaar geen direct zicht had op de andere zijde van het park. Hierdoor ontstond de indruk dat men door een groot bos liep.
De entree kwam bij Het Rond en de oude bomen bleven behouden. Het park werd op 24 mei 1905 officieel geopend. De naam Walkartpark werd gekozen als eerbetoon aan de schenkster.
Rond die tijd ontving de gemeente ook een aanbod van de Nederlandsche Heidemaatschappij om gratis goudwinders te plaatsen in de vijver. Uiteindelijk werden honderd eenjarige goudwinders per spoor naar Zeist gebracht.
In de jaren na de opening werd in de gemeenteraad regelmatig gesproken over de toegankelijkheid, de aanleg van extra paden en het onderhoud van de wal bij de Donkerelaan.
Wijzigingen en renovaties
Het park heeft in de loop der jaren verschillende renovaties ondergaan. Tussen 1938 en 1940 werd de oranjerie verwijderd en overgebracht naar de gemeentekwekerij. De hoge wal bij de Donkerelaan werd afgegraven en de hekken langs de Kerkweg en Donkerelaan werden vervangen door hulsthaagjes.
Op 4 juli 1951 werd het Monument voor de Gevallenen onthuld. Dit monument verving het houten herdenkingskruis dat kort na de oorlog, op 29 juni 1945, als tijdelijk gedenkteken in het park was geplaatst. Door de komst van het monument moesten de padenstructuur en beplanting worden aangepast.
In dezelfde periode ontstond er een sprekershoek, naar voorbeeld van Hyde Park in Londen, waar men staand op een houten kistje het woord kon voeren.
Muziektent en poffertjeskraam
De muziektent die al sinds het begin van de jaren twintig in het park stond, raakte begin jaren zestig in verval en werd afgebroken. Enige tijd werd gebruikgemaakt van een tijdelijke opstelling, maar ook die verdween. Op de plek van de muziektent kwamen in de jaren zeventig een zandbak en speeltoestellen voor het toenemend aantal kinderen in het centrum.
De bekende poffertjeskraam Parklust stond vanaf 1957 op het terrein naast het gemeentehuis. Toen dat terrein in gebruik werd genomen als parkeerplaats, verhuisde de kraam naar het Walkartpark. Omdat het testament geen permanente bebouwing toeliet, moest de kraam ieder jaar opnieuw worden opgebouwd en afgebroken. In 2008 bleef de kraam voor het eerst weg en keerde daarna niet meer terug.
Latere aanpassingen en erkenning
In 1965 werden de paden geasfalteerd. In de jaren negentig voerde de firma Copijn uit Groenekan opnieuw groot onderhoud uit, vooral aan de beplanting en de toegangen. De huidige toegangen dateren uit 2004.
Het oorlogsmonument kreeg later gezelschap van twee andere gedenktekens: in 2001 het Joods monument voor de joodse slachtoffers uit Zeist en in 2002 het monument voor de Zeister gevallenen in Nederlands-Indië.
Op 19 april 1999 werd het Walkartpark aangewezen als Rijksmonument, vanwege de cultuurhistorische en architectonische waarde, de aanleg in de late landschapsstijl en de overtuigende illusie van een groot bos binnen een stadspark. Ook de plaats van het park binnen het oeuvre van Hendrik Copijn was voor de commissie een belangrijk argument.
Tot slot
Het Walkartpark is tot op heden een openbaar wandelpark in het centrum van Zeist. Het ontwerp van tuinarchitect Hendrik Copijn, met slingerpaden, boomgroepen en de vijver, is grotendeels behouden gebleven. Door de jaren heen is het park meerdere malen aangepast en onderhouden, waarbij de historische aanleg in stand is gebleven. Sinds 1999 heeft het park de status van rijksmonument vanwege de cultuurhistorische en landschappelijke waarde en de plaats die het inneemt binnen het werk van Copijn.
Door: Laura Meijer en R.P.M. Rhoen
Bronnen
- R.P.M. Rhoen ‘een buitenplaats aan het Rond’ in Seijst 25 (1995), bladzijde 77-108Testament M.H. Walkart (gemeentearchief)
- Notulen kerkraad 6 oktober 1904 (gemeentearchief)
- Renovatieplan Walkartpark Zeist 1993 (gemeentearchief)
- Catharine L. van Groningen ‘Het Walkartpark in Zeist’ in Cascade, bulletin voor tuinhistorie 17.2 (2008), bladzijde 59 tot en met 62
- Beeldmateriaal en archiefmateriaal: Zeister Historisch Genootschap en gemeentearchief
- R.P.M. Rhoen, Een buitenplaats aan Het Rond. De invloed van de Amsterdamse familie Walkart op de stedebouwkundige ontwikkeling van het centrum van Zeist. Seijst. Nummer 4 (1995) pagina 77-108.