Ingemar Oellers-Frank vertelt over vroeger: Oorlogsherinneringen in Zeist

Ingemar Oellers-Frank, geboren in Breslau (toen Duitsland), kwam als Joods meisje naar Zeist en verloor tijdens de Tweede Wereldoorlog haar grootmoeder Fronica Schott, die later werd vermoord in Auschwitz. In dit artikel wordt haar levensverhaal beschreven als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Een jeugd in onzekere tijden

Ingemar kwam op dertienjarige leeftijd met haar ouders en haar grootmoeder naar Nederland. Het gezin vluchtte uit het Duitse Breslau en vestigde zich in 1939 in Zeist. Haar grootmoeder, Fronica Schott, speelde een belangrijke rol in haar leven. Zij zorgde voor Ingemar wanneer haar ouders werkten in het theater.

Het gezin had een kunstzinnige achtergrond. Haar vader was pianist en haar moeder trad op als cabaretière. In Zeist begonnen haar ouders een naaiatelier. Na hun vlucht stopte haar moeder met optreden en haar vader raakte de piano nauwelijks meer aan.

In 1942 werd haar grootmoeder gedeporteerd naar Amsterdam en een jaar later vermoord in Auschwitz. Dit verlies heeft een diepe indruk op Ingemar gemaakt en haar leven blijvend beïnvloed.

Een leven vol herinneringen

Ingemar bleef haar hele leven verbonden met het verleden. Ze trouwde met Jean Oellers, een violist die veel ouder was dan zij. Samen waren zij vijfentwintig jaar, tot zijn overlijden. Hun huwelijk bleef kinderloos.

Na het overlijden van haar ouders en haar man leefde Ingemar steeds teruggetrokkener. In haar appartement hield zij veel spullen van haar ouders. Ze kon moeilijk afscheid nemen van het verleden.

Ze wandelde regelmatig door Zeist, naar de winkel voor haar Duitstalige tijdschriften en door het park. Haar dagelijkse rondje gaf structuur aan haar leven. Tegelijkertijd groeide ook haar angst. Ze nam maatregelen in huis om zich veilig te voelen.

Herdenken en afscheid

Elk jaar keerde Ingemar terug naar het monument voor de Joodse oorlogsslachtoffers in Zeist. Daar ligt ook de naam van haar grootmoeder. Na de herdenking stak ze de straat over om bloemen te leggen. “Zij kon het niet vergeten.”

Ook op hoge leeftijd bleef ze dit doen, al ging het steeds langzamer. Haar uiterlijke verzorging en routines bleven belangrijk voor haar identiteit.

In 2015 legde zij voor het laatst bloemen bij het monument. Later dat jaar werd zij op 91-jarige leeftijd overleden aangetroffen in haar woning.

Haar verhaal laat zien hoe gebeurtenissen uit de oorlog een leven lang doorwerken. Herinneringen blijven, ook als de tijd verstrijkt.

Door: Trudy Servaas, op verzoek van Rijkje Rijksen