Jaap Pos vertelt over vroeger: Kapsalon Donze in de Kroost
Jaap Pos, geboren op 23 november 1934, groeide op in Zeist en hielp als jongen in de kapperszaak van Donze aan de Kroostweg. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Begonnen als hulp in de kapperszaak
Op de hoek van de Kroostweg en Noordweg stond de kapperszaak van Johan Donze. Samen met zijn medewerker zorgde hij ervoor dat veel mannen uit de buurt er netjes geknipt en geschoren bijliepen.
Jaap woonde met zijn gezin aan de Koppelweg. Toen hij nog op de lagere school zat, vroeg kapper Donze of hij wilde helpen in de zaak. Omdat hij groot was voor zijn leeftijd, leek hij ouder dan hij was.
Na school ging hij meteen naar de kapsalon. Hij hielp klanten met het kopen van sigaren en tabak en rekende de behandelingen af. Dat bespaarde de kapper tijd. In ruil daarvoor kreeg hij een zakcentje en een pakje sigaretten per week.
Werken en leren in de praktijk
De kapsalon was doordeweeks open tot zeven uur en op zaterdag zelfs tot laat in de avond. Klanten kwamen vaak eerst uit het café en wilden er voor de zondag netjes uitzien.
Onder de werkbladen hadden vaste klanten hun eigen lade met scheermes en spullen. Dat was heel normaal in die tijd.
Jaap begon met kleine taken, zoals mannen inzepen voor het scheren. Daarna hielp hij bij het afwerken met middelen zoals aluin en aftershave. Ook het kammen en bijwerken van het haar deed hij steeds vaker.
Alleen zijn vader en een paar kinderen mocht hij helemaal knippen. Het echte scheren met een groot scheermes heeft hij wel geprobeerd, maar hij koos uiteindelijk niet voor het kappersvak.
De verhalen van de klanten vond hij misschien nog wel het mooist. “Ik begreep ze niet altijd, maar ik lachte gewoon mee,” zegt hij.
Herinneringen aan een bijzondere tijd
De periode in de kapsalon duurde ongeveer anderhalf jaar, rond 1946 en 1947. Het was een levendige plek waar veel werd gepraat en gelachen.
Later kwam Jaap via zijn dochter weer in contact met de familie Donze. De zoon van de kapper herkende veel in zijn verhaal. Ook hij had als jongen geholpen in de kapsalon.
Het pand staat er nog steeds, maar is nu een woonhuis. “Je kunt je bijna niet meer voorstellen dat daar een kapsalon zat,” zegt Jaap.
Toch kijkt hij met plezier terug op die tijd. De herinneringen zijn nog altijd levendig. “Het was een mooie periode in mijn leven.”