Jacoba Reitsma-van Ekeris vertelt over vroeger

Jacoba (Koosje) Jeanette Reitsma-van Ekeris, geboren op 16 juni 1932, getrouwd met Johan Reitsma, moeder van drie dochters en één zoon en oma van drie kleinkinderen, werkte als kwekeling op de bewaarschool aan de hoek van de 1e Hogeweg en de Slotlaan. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd en oorlog

Als kind speelde Koosje al graag schooltje. Ze zat op school bij meester De Klerk, naast het weeshuis. “We gooiden dan net als de meester de schriften op de trap,” herinnert ze zich.

Tijdens de oorlog veranderde veel. Ze moest vaak voor de klas plaatsen aanwijzen op de kaart, iets wat ze moeilijk vond. De onderwijzer kwam daarover thuis klagen. “Achteraf denk ik dat hij vooral kwam voor de thee en koekjes,” zegt ze.

’s Avonds, na het leren, gingen de luiken dicht vanwege de avondklok. Licht was schaars. “We maakten een lampje van olie in een jampotdekseltje met een draadje erin.”

Het leven was eenvoudig en soms zwaar, maar ook deze herinneringen zijn haar bijgebleven.

Werken als kwekeling

Na de huishoudschool wilde Koosje graag met kinderen werken. Via haar tante en de dominee kreeg ze, nog maar zestien jaar oud, een plek als kwekeling op een bewaarschool. Normaal moest je daarvoor ouder zijn.

Omdat ze nog geen diploma had, werd ze ‘juffrouw Koosje’ genoemd. Later, toen ze in Bilthoven werkte, werd ze aangesproken als juffrouw Van Ekeris. “Daar was ik trots op.”

Het werk op de bewaarschool was veelzijdig. Ze gaf les aan jonge kinderen van drie tot vijf jaar. Ze leerde hen tekenen, vouwen en kleuren herkennen. “We hadden wollen ballen om kleuren te mengen. Zo leerden kinderen spelenderwijs.”

De school was eenvoudig ingericht, met kolenkachels, houten vloeren en een grote speelzaal. Buiten speelden de kinderen in zandbakken.

Het afscheid aan het begin van het schooljaar was vaak moeilijk. “Kinderen en moeders moesten wennen. Zodra de moeders weg waren, was het meestal snel over.”

Naast lesgeven hielp ze ook met praktische taken. Als kwekeling was ze een soort assistent. “Ik moest klei opruimen en soms voor de klas staan terwijl de juf ergens anders was.”

Op haar vrije woensdagmiddag moest ze vaak tekenen voor school. “Daar had ik soms de pest over, want ik moest ook zelf nog naar school.”

Werk en leven later

Koosje heeft veel herinneringen aan haar tijd met de kinderen. Zo ging ze soms met een hele groep naar het bos. “Met dertig kinderen in mijn eentje. Nu zou ik dat niet meer doen.”

Een keer hielp een politieagent hen zelfs oversteken. De kinderen vonden dat geweldig.

Na het behalen van haar diploma werkte ze nog een aantal jaren als onderwijzeres. In 1956 trouwde ze en stopte ze met werken, zoals in die tijd gebruikelijk was.

De woningnood was groot. Ze woonde eerst bij anderen in huis. Later kreeg het gezin een eigen woning. Daar groeide hun gezin verder.

Als ze nu terugkijkt, merkt ze dat herinneringen steeds vaker terugkomen. “Hoe ouder ik word, hoe meer ik me ga herinneren van vroeger.”