Jan Ekkers vertelt over vroeger

Jan Ekkers, geboren op 1 december 1943, samenwonend met Diny Koreman, vader van Nanda en Babette uit een eerder huwelijk, opa van drie kleindochters en een kleinzoon en gepensioneerd gedeputeerde, consultant, burgemeester, wethouder, ondernemer en fotograaf. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd in de Cronjélaan

Na hun trouwen gingen mijn ouders wonen boven herenmodemagazijn Booie in de Montaubanstraat. Ik ben daar geboren, net als mijn zusje Willy. Mijn moeder was een echte Zeisterse, mijn vader kwam uit Den Haag. Hij woonde in de kost in de Van der Heijdelaan. Mijn moeder was het buurmeisje en zo is het begonnen.

Mijn vader had verschillende banen, onder andere als smid en automonteur. In 1946 huurde hij een woning met schuur aan de Cronjélaan 4, waar hij een motorenrevisiebedrijf begon. Later kocht hij het pand van de heer Hoogland, eigenaar van Boschlust. De diepe tuinen waren typerend voor dit deel van Zeist. De schuur werd vergroot tot een echte werkplaats.

Voor mij was het een geweldige plek om op te groeien. Vlakbij lag de Zeister Houthandel, waar we tussen de houtstapels klommen en verstoppertje speelden. Met de jongens van Van Schaik, de elektricien aan de overkant, schoten we met pijl en boog op elkaar. Aan de Van Doornweg stond een wasserij met een hoge schoorsteen, zeker 50 meter. Daarin klimmen vonden wij geweldig, al waren onze ouders er minder blij mee.

Op de kruising van de Jagerlaan, Cronjélaan en Torenlaan stond een lantaarnpaal: onze vaste buutplek.

Buurt en omgeving

Op de hoek van de Steynlaan zat kolenhandel Van de Berg. Dat was niet vreemd met het spoor en de gasfabriek in de buurt. De ontploffing van de gasfabriek in 1962 staat me nog helder voor de geest. We zaten te eten toen er een harde klap klonk. Even later renden mensen vanuit de Steynlaan onze straat in. De sirenes van brandweer en politie volgden snel. Voor de bewoners tegenover de gasfabriek moet het angstig zijn geweest.

In de buurt zaten drie cafés: Café Co op de hoek van de Steynlaan (waar nu De Schavuit zit), Anraad op de hoek van de Cronjélaan en de Jagerlaan, en Van Dijk schuin tegenover ons. Mijn opa kwam vaak koffiedrinken bij ons en dronk daarna een borreltje bij Van Dijk. Soms haalde ik hem op en zat hij achter een jenevertje te kaarten.

Ik had veel vrienden in de buurt: Nico van Galen, Wim Kroesbergen en Wout van Vliet. Met Wout heb ik nog steeds contact. Zijn familie had een kapsalon op de hoek van de Jagerlaan en de Torenlaan. Zij waren strenger dan wij. Aan de muur hing een sigarettenautomaat. Zaterdag laat werd die leeggehaald, want op zondag mocht er niet worden verkocht.

Schooltijd

Kleuterschool vond ik niets. Van plakken kreeg ik vieze vingers en dat vond ik niet fijn. We waren Nederlands Hervormd, maar gingen niet naar de kerk. Wel ging ik naar de Hervormde Lagere School aan de Slotlaan. Meester Evert de Klerk was de bovenmeester. Hij gaf les aan de zesde klas en reed op een Puch, met een helm waaronder meerdere onderkinnen uitkwamen. Een markant figuur.

Meester Van Soest gaf les in de vierde klas. Het centrum zag er toen heel anders uit. Ik liep via steegjes en achterommen naar school. Vanuit het klaslokaal kon ik de bouw van Groenwoud zien, de eerste supermarkt aan de Voorheuvel. De hoge kranen waren indrukwekkend.

Mijn beste schoolvriend was Gijs, die aan de Van Reenenweg woonde. Ik deed toelatingsexamen voor de Rijks HBS Schoonoord. Tijdens het examen zei een surveillant – tevens tekenleraar op Schoonoord – dat ik een mooie klassieke vulpen had. Dat was inderdaad de vulpen van mijn vader.

Gijs ging naar de mulo, maar ik denk dat hij ook naar Schoonoord had gekund. Schoonoord zat eerst in het Slot, maar in 1956 – toen ik erheen ging – waren ze verhuisd naar de plek waar de school nu nog staat. We kregen les in de villa en in bijgebouwen. Ik leerde er roeien op de Slotvijver en deed vooral veel andere dingen, behalve leren. Op mijn 17e stopte ik met school en ging ik werken in de zaak van mijn vader.

Aan het werk

De zaak liep goed. Naast reviseren begonnen we een groothandel in automaterialen. De winkel stond op de hoek van de Van Lennepplaan en de Schaerweijdelaan. Ik ging naar garages om materialen te verkopen. Ik bleek beter met woorden dan met mijn handen. Een keer was ik de beste schokbrekerverkoper van Nederland en won ik een reis naar Monte Carlo.

Ik fotografeerde ook. Dat had ik in dienst geleerd. Ik wilde bruidsreportages maken en dat lukte. Verschillende Zeister fotografen maakten zelf geen bruidsreportages en schakelden mij in. Ik fotografeerde de hele dag, ook het feest. Zelfs op Beukbergen had ik veel klanten. Mooi werk.

Politiek

In oktober 1966 was de Nacht van Schmelzer. Ik volgde alles op televisie en was meteen gegrepen. Ik werd lid van de VVD en de JOVD. Al snel werd ik voorzitter van de afdeling Zeist e.o., daarna districtsvoorzitter en in 1968 lid van het landelijk hoofdbestuur. In die tijd leerde ik discussiëren en nadenken over hoe je iets bereikt.

In 1970 werd ik gemeenteraadslid voor de VVD. Ondertussen werkte ik nog steeds in de zaak van mijn vader en maakte ik bruidsreportages. Ik wilde rechten studeren en deed daarom in 1973 een colloquium doctum aan de Universiteit van Tilburg. In 1975 haalde ik mijn kandidaats en ging daarna naar de Universiteit Utrecht. In 1978 studeerde ik af en werd ik wethouder.

Besturen en terugkijken

Als wethouder kon ik alles wat ik geleerd had gebruiken. Zeist was precies groot genoeg: niet te groot en niet te klein. Ik hield me veel bezig met leefomgeving. Ik ben trots op de restauratie van Het Slot in 1968. Ook was de samenbundeling van de Muziekschool en de Bibliotheek een goede stap. Voorheen zaten ze op plekken die niet geschikt waren. Nu is het een bruisende ontmoetingsplek.

Het centrum van Zeist heeft grote veranderingen meegemaakt. Veel woningen waren verpauperd. In de diepe tuinen zaten bedrijfjes die niet meer aan milieueisen voldeden. Door nieuwbouw kwamen er betere woningen. Het warme kloppende hart van Zeist werd bereikt, al konden we niet voorzien dat internet ooit zo’n impact zou hebben op het winkelaanbod.

In 1983 werd ik burgemeester van ’s‑Gravenzande. Dat bleef ik tot 2001. Daarna verhuisde ik naar Vianen, waar ik als consultant nog veel in het westen werkte. In 2003 werd ik Statenlid en in 2004 gedeputeerde van de provincie Utrecht.

Terug in Zeist

Sinds twee jaar wonen we weer in Zeist. Diny was tot haar pensioen burgemeester van Vianen, en daarvoor wethouder en raadslid. We ontmoetten elkaar opnieuw en er groeide iets moois.

Zeist is in de tussentijd gegroeid, vooral cultureel. De Zeister Muziekdagen zetten Zeist echt op de kaart. Er is veel te doen: het Gilde, ASZ, tentoonstellingen, muziekuitvoeringen en lezingen. We wonen met veel plezier weer in Zeist en voelen ons helemaal thuis.

Door: Sietske van der Linden-Alblas.