Jan van Hunnik vertelt over vroeger: Slagerij aan de Slotlaan

Johannes Gerard van Hunnik, roepnaam Jan, geboren op 13 september 1949. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd aan de Slotlaan

Mijn opa en oma begonnen rond 1900 een winkel in fijne vleeswaren aan de Slotlaan 31 in Zeist. Opa kwam oorspronkelijk uit Veenendaal en oma Buter uit Scheveningen. In 1922 verhuisde de winkel naar Slotlaan 32. Daar ben ik geboren. Het pand bestond uit een woonhuis met een winkel. Mijn opa vroeg toestemming voor uitbreiding met een tweede winkel. Daar werd een Verkadewinkel gevestigd, waar alleen producten van Verkade werden verkocht. Ook kwam er al vrij snel een kleine telefooncentrale. Dat was bijzonder voor die tijd.

Ik ging niet naar de kleuterschool op de hoek van de Slotlaan en de Hogeweg, maar naar de kleuterschool van de Evangelische Broedergemeente op het Broederplein. Wat ik mij nog goed herinner, is dat ik eens had gevloekt en daarvoor bij Sinterklaas op het matje werd geroepen. Na de kleuterschool ging ik naar de jongensschool in het Nassauhuis op de hoek van de Lageweg. Als kind was je trots als je kaarten van de zolder mocht halen of met de handbel van de conciërge mocht bellen. Op school zat ik bij Paul Zwaan, de zoon van het schoolhoofd, in de klas. In de onderbouw had ik les van juffrouw Bos en later van juffrouw Van Ginkel. Er was veel aandacht voor expressie. Ik liep dagelijks naar school. Mijn oudste zus moest op mij letten. In die tijd stond het weeshuis nog aan de Slotlaan. Vanaf de zesde klas moest ik al om acht uur op school zijn voor extra lessen, zodat ik later naar de HBS kon.

Ik had geen echte hartsvrienden, maar trok veel op met Pieter van den Bosch. Zijn vader had een winkel in huishoudelijke artikelen aan de Slotlaan. Gymles kregen we in een vleugel van Slot Zeist. Tussen de middag ging ik naar huis. Dan was de winkel gesloten en aten we warm. Na school speelde ik in het Wilhelminapark of hielp ik mee in de winkel. Als kind leerden wij dat de klant koning was. Je moest, zoals dat thuis werd gezegd, “buigen als een knipmes”. De fietsen stonden achter in het pakhuis. Onderweg snoepte ik geregeld van een handje rozijnen of een brok bruine basterdsuiker. 

Mijn jeugd was een mieterse tijd. Ik mocht naar de scouting en heb goede herinneringen aan de kerstnacht- en paasdiensten van de Broedergemeente. Bij die vieringen kreeg je een krentenbolletje en een kaars. Daarna probeerden we met elkaar over de brug te lopen zonder dat de kaars uitging. De kerk zag er prachtig uit. Van meester Zwaan leerde ik de volledige Matheuspassion.

Vrije tijd

Tijdens de vakanties gingen we naar Groote Keeten in Noord-Holland. Mijn vader werkte door en kwam in het weekend langs. Hij had al vroeg een auto. Die vakanties waren fantastisch. Vlakbij lag een militair kamp. Daar zag je vliegtuigen overvliegen met een doelzak erachter waar op werd geschoten. 

Ook ging ik naar Dagkamp. Er waren toen twee weken voor protestantse kinderen en twee weken voor katholieke kinderen. Toen ik te oud werd om deelnemer te zijn, werd ik hulpje. Later kwam ik in de leiding terecht. Uiteindelijk veranderde de naam in Lobbus. Ik deed zeven jaar over vijf jaar HBS. Ik was liever bezig met scouting dan met leren. Toch werd mij al snel duidelijk dat ik later met kinderen wilde werken.

Werken met kinderen

Een opleiding aan de sociale academie zag mijn familie niet zitten. Daarom koos ik voor de Pabo. Ik werd kwekeling op onder meer de Comeniusschool. Ik voelde mij sterk betrokken bij leerlingen die moeite hadden met leren. Ik vond het interessant om uit te zoeken wat er aan de hand was en hoe ik een kind verder kon helpen.

Mijn eerste baan was aan de Slotlaanschool. Daarna vervulde ik mijn dienstplicht. Vervolgens solliciteerde ik naar een functie aan de school aan de W. Schmidtlaan. Die baan kreeg ik in eerste instantie niet vanwege mijn handschrift. Toen las mijn oma een vacature aan de school aan de Oirschotlaan. Daar werd ik aangenomen. De directeur had een heel andere kijk op onderwijs dan ik. Hij was behoorlijk ouderwets. Ik mocht bijvoorbeeld niet met de klas naar de jonge eendjes in de vijver bij de Brink kijken. Onderwijs hoorde volgens hem uit boeken en van kaarten te komen, niet uit de praktijk. 

Toen Zeist-West werd uitgebreid met nieuwbouw, werd de school gesplitst en ging ik werken op De Sluis. Eerst in noodgebouwen en later in een nieuw schoolgebouw dat we deelden met de openbare school. Daar werkte ook Iek de Vos. We wisselden regelmatig lessen uit. In de loop van de jaren veranderde het onderwijs sterk. Er kwamen verplichte huisbezoeken en de verantwoordelijkheid nam toe. Op een gegeven moment kreeg ik een burn-out. In 2001 begon ik op basisschool De Wegwijzer. Daar heb ik tot mijn pensioen in 2012 gewerkt. Ook daarna bleef ik betrokken en was ik regelmatig op school aanwezig voor ICT-werkzaamheden. 

Werken met kinderen was mijn lust en mijn leven. Ik kijk daar met veel plezier op terug.