Janny van Logchem-Van Laar vertelt over vroeger: Boekhandel aan de Voorheuvel

Janna (roepnaam: Janny) van Logchem-Van Laar, geboren in 1920 in Utrecht, getrouwd met Derk Jan (roepnaam: Jan) van Logchem (1917-1990), moeder van een dochter en oma van twee kleinzoons, had samen met haar echtgenoot ruim dertig jaar Van Logchem’s Leesbibliotheek en Boekhandel aan de Voorheuvel. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd en het begin

Ik ben in 1920 geboren in Utrecht. Mijn ouders waren kerkelijk en sociaal betrokken. Mijn vader kwam uit Linschoten en werkte bij de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Kort na mijn geboorte verhuisden we naar De Bilt. Als kind was ik een tijd ziekelijk. Daarom verbleef ik regelmatig aan zee bij familie in Wassenaar. Toen mijn gezondheid rond de puberteit verbeterde, wilde ik volop van het leven genieten. Ik ging naar de middelbare school in Utrecht, was leidster bij de padvinderij en volgde een EHBO-cursus. Daarna koos ik voor de opleiding tot verpleegkundige. Op mijn negentiende werkte ik in de verpleging.

Mijn man Jan was geboren in 1917 in Nijbroek. Zijn ouders verhuisden in 1927 naar Zeist. Na de mulo koos hij voor het boekenvak. Hij werkte bij de firma Kraal aan de Slotlaan, maar droomde van een eigen zaak. Ik was niet van plan verliefd te worden, maar ontmoette Jan tijdens een verjaardagsfeest bij familie. In 1942 verloofden we ons en in februari 1946 trouwden we.

Kort na de oorlog kon Jan via familie een verwaarloosde leesbibliotheek overnemen. Met de benodigde vergunningen op zak huurde hij een pand aan de Voorheuvel. In maart 1946, vlak na ons huwelijk, openden we de zaak. We woonden boven de winkel, met een grote woonkeuken en een gezellige plaats achter het huis.

De boekhandel en leesbibliotheek

De zaak heette officieel Van Logchem’s Leesbibliotheek en Boekhandel. Mijn man had alle boeken zelf gekaft met bruin goudronéepapier. De bibliotheek zag er verzorgd uit en werd druk bezocht. Ik wilde graag met Jan samenwerken. Hij bleef verantwoordelijk voor de winkel en ik voor het huishouden, maar al snel hielp ik regelmatig mee in de zaak. "De beste huwelijken zijn als je samenwerkt." Later kregen we personeel voor de winkel en het huishouden.

De bibliotheek en boekhandel trokken een breed publiek. Mensen kwamen er boeken lenen, boeken kopen, tijdschriften uitzoeken of ansichtkaarten kopen. Vooral de Prisma-pockets waren een groot succes. We hadden een uitgebreid assortiment wenskaarten. Door de emigratie naar landen als Canada, Amerika en Australië ontstond vraag naar nieuwe soorten kaarten. Dankzij goede contacten met leveranciers konden wij daarin voorzien.

Advies geven hoorde bij het vak. Je moest weten welke boeken je verkocht. Als iemand een reisverhaal zocht, moest je niet met een liefdesroman aankomen. De gesprekken gingen vaak verder dan boeken. Mensen vertelden over hun gezin, hun zorgen of hun gezondheid. Mijn achtergrond als verpleegkundige speelde daarbij soms onbewust mee. Zo adviseerde ik eens een moeder om het gehoor van haar zoon te laten onderzoeken. Later bleek dat hij inderdaad slecht hoorde. Nog jaren daarna kwamen mensen terug om te vertellen hoe belangrijk zo'n advies voor hen was geweest.

De sfeer op de Voorheuvel was gemoedelijk. Winkeliers zochten elkaar op, dronken samen koffie en organiseerden gezamenlijke acties. Ook de markt zorgde voor veel bezoekers.

Vrije tijd hadden we weinig. Vaak werkten we door tot in de avond om de administratie bij te houden en de winkel klaar te maken voor de volgende dag. Toch maakten we ieder jaar tijd voor vakantie in eigen land. We trokken graag met de auto naar Groet en genoten van de natuur en de rust.

Het einde van de zaak

Uiteindelijk hadden we de zaak, inclusief de voorbereidingen, eenendertig jaar. Mijn man wilde eigenlijk doorgaan tot zijn vijfenzeventigste, maar zijn longemfyseem maakte het werk steeds zwaarder. Ook voor mij werd het moeilijker. Jan wilde de winkel niet aan een opvolger overdragen. Daarom werd alles verkocht. De boeken gingen voor kleine bedragen weg, het interieur werd verkocht en zelfs de voorraad wenskaarten werd teruggenomen door een leverancier waarmee we jarenlang prettig hadden samengewerkt.

Voor Jan was dat afscheid emotioneel. Hij had zijn leven aan de zaak gewijd. Toen de winkel eenmaal leeg was, bracht dat ook opluchting. De dagelijkse druk viel weg. Na de sluiting gingen we wandelen, fietsen en uitstapjes maken. Ik deed vrijwilligerswerk en begon met schilderen. Jan hield zich bezig met geschiedenis. Onze dochter was inmiddels getrouwd en we genoten van de tijd met onze kleinkinderen. We hebben daarna nog veertien fijne jaren samen gehad. In 1990 overleed mijn man.

Ik ben dankbaar dat hij die jaren nog heeft mogen meemaken en dat we samen zoveel mooie herinneringen hebben opgebouwd.