Kees van Bemmel vertelt over vroeger: Melkboer in de Kroost
Kees van Bemmel, geboren in Zeist, is getrouwd met Hennie, vader van drie kinderen en opa van zeven kleinkinderen. Hij werkte onder meer als melkboer, kruidenier, schaapherder, reservepolitieagent, conciërge, gebouwbeheerder, koster en projectmedewerker in binnen- en buitenland. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
De familie van Bemmel en de melkhandel
Kees begon op zijn dertiende mee te werken in het familiebedrijf. Zijn vader was melkboer en boer aan de Kroostweg. Al vanaf jonge leeftijd hielpen de kinderen mee.
“Om half vijf stonden we op om de paarden te voeren. Daarna gingen we naar de melkfabriek om de melk op te halen.”
De familie had een grote klantenkring in Zeist. Zij bezorgden melk in de Kroostweg, Noordweg, Koppelweg en Griffensteijn. Eerst gebeurde dat met de fiets, later met paard en wagen.
Kees herinnert zich nog steeds veel van zijn klanten. “Ik weet nog precies wie waar woonde. Van huis tot huis kan ik de namen opnoemen.”
Het contact met de mensen
Toen Kees voor zichzelf begon, woonde hij bij de Oude Molen aan de Koppeldijk. Naast de melkhandel had hij ook een kleine kruidenierszaak.
Het mooiste van het werk vond hij niet de verkoop, maar de mensen. “Mijn klanten waren mijn vrienden en vriendinnen. Het draaide om vertrouwen.”
Hij kwam dagelijks bij de mensen over de vloer en hoorde veel verhalen. Klanten vertelden hem over zorgen, ziekte, werk en familieproblemen. Soms kon hij zelfs helpen. Zo gaf hij eens advies over speciale babyvoeding aan een moeder met een ziek kind.
“Je was niet alleen melkboer, maar ook een vertrouwenspersoon.”
Het vertrouwen was groot. Kees had een loper waarmee hij bij klanten naar binnen kon. Lege flessen stonden klaar in de keuken en het geld lag vaak op tafel.
“Geen haan die daar naar kraaide. Dat was heel gewoon.”
Natuurlijk waren er soms problemen met betalingen. Sommige klanten betaalden direct, anderen aan het eind van de week. Toch kijkt Kees met waardering terug op die tijd. “Ik ben door mijn klanten nooit teleurgesteld.”
Het einde van de melkboer
Het werk was zwaar. Kees werkte zes en een halve dag per week. Daarnaast verzorgde hij het vee, hield hij de administratie bij en stond hij in de winkel.
In 1966 ging het mis. Hij raakte overspannen.
“Ik reed over de Utrechtseweg en ineens zag ik overal auto's vandaan komen. Gelukkig nam mijn hulp het stuur over.”
Achteraf zag hij dat het werk niet goed bij hem paste. Hij hield van de dieren en van het contact met mensen, maar minder van het melkboer zijn zelf.
Ook de relatie met zijn vader speelde daarbij een rol. Kees voelde zich niet altijd geaccepteerd. Een grote klap kwam toen zijn plannen voor een pannenkoekenhuis in de Oude Molen onverwacht strandden doordat zijn vader afspraken maakte over de onteigening van het pand.
“Dat voelde als verraad. Daar heb ik een geweldige klap van gekregen.”
Toch overheerst bij Kees een warm gevoel als hij terugkijkt op zijn jaren als melkboer. Vooral het contact met de mensen is hem altijd bijgebleven.
“Vertrouwen, daar draaide het om. Dat is het mooiste wat ik uit die tijd heb meegenomen.”