Maarten van Donselaar vertelt over vroeger: Electrotechnisch Bureau

Maarten van Donselaar, geboren op 10 april 1902 in Soest, getrouwd met Gijsbertha Antonia Meijers, vader van 2 dochters, was medewerker in een zilverfabriek en eigenaar van M. van Donselaar, Electrotechnisch Bureau. In dit artikel deelt hij, via de herinneringen van zijn dochter, zijn verhaal als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd en begin van het bedrijf

Pasfoto van Maarten van Donselaar

Zijn oudste dochter Jos Visser vertelde zijn verhaal aan Het Geheugen van Zeist op 19 maart 2014. Zoals veel mensen uit arbeidersgezinnen kwam mijn vader in de zilverfabrieken terecht, net als een paar van zijn broers. Maar hij had er geen zin in. Kort na zijn huwelijk ging hij pionieren in de nieuwe Wieringermeerpolder. Dat was rond 1930. Mijn moeder werd daar stapelgek, want er groeide helemaal niets. Ze kon twee uur van tevoren al zien dat hij naar huis kwam over de kale vlakte. Uiteindelijk keerden ze terug naar Zeist, naar de Van der Heijdenlaan.

Later verhuisden ze naar de Bergweg, waar nu de groenteboer naast Bakkerij Van Barneveld zit. Daar begonnen zij hun bedrijf. Het begon met draadtrekken in rode buizen die onder de vloer langs de muur liepen. Mijn ouders deden dat samen. Er was ook een kleine winkel. Na een paar jaar huurden zij een huis aan de Hogeweg. Ze verhuisden daarheen enkele weken voordat ik, hun oudste dochter, in 1938 werd geboren. Kort daarna kwam de mobilisatie. Er werden officieren in huis geplaatst. Het bedrijf lag stil. Mijn vader ruilde voorraden voor voedsel, terwijl de Duitsers ook materialen opeisten. In 1941 werd mijn zusje Sylvia geboren.

Werk en bloei van het bedrijf

Bij de bevrijding en tijdens de Koninginnedagen van koningin Wilhelmina op 31 augustus versierde mijn vader het huis en dat van bakker Heusinkveld met lampjes. Ook verlichtte hij enkele keren het hele Bethaniëplein. Veel mensen kwamen kijken. Na de oorlog begon de wederopbouw van Zeist. Aannemers zoals Gaastra en Stellema werkten samen met onderaannemers als schilder Van Tellingen, loodgieter Bram Kraan en mijn vader voor het elektrotechnische werk. Het was een hechte groep die veel nieuwbouwprojecten uitvoerde.

Mijn moeder runde de winkel aan de Hogeweg 10a. Op de zijgevel stond met chocoladeletters: M. van Donselaar, Electro-technisch Bureau. Zij verkocht lampen en allerlei elektrische artikelen voor nieuwe woningen en gebouwen. Veel Amerikanen van de legerbasis Soesterberg moesten worden gehuisvest. Ook in Zeist werden woningen voor hen ingericht, onder meer in de Margrietlaan. Mijn vader verzorgde daar de elektrische installaties. In die tijd mochten lampen en andere onderdelen alleen worden aangesloten door een erkend installatiebedrijf. Daarna controleerde de PUEM het werk. De verlichting en ornamenten werden bij ons gekocht en door ons gemonteerd. Dat noemden ze afmontage.

Een ander groot project was de renovatie van Slot Zeist. Het gebouw had tijdens de oorlog veel schade opgelopen. Pierre Jansen speelde een belangrijke rol bij de bouwvergaderingen. Mijn vader werkte graag met hem samen en genoot van zijn verhalen. 

Voor nieuwbouwprojecten moesten bedrijven inschrijven. Mijn vader maakte de berekeningen samen met Arie van de Broek, zijn rechterhand. Arie woonde aan de De Wetlaan en was een stille man met een hart van goud. Als ze een opdracht kregen, gingen ze een borrel drinken in het Raathuis op Het Rond. Dat waren de bloeijaren van het bedrijf van mijn ouders. Mijn zus en ik kwamen niets tekort.

Rond 1960 kwamen veel mensen uit het voormalige Nederlands-Indië terug naar Nederland. Velen vestigden zich in Zeist en omgeving. Mijn ouders werkten graag voor hen. In die tijd werkten mensen ook op zaterdag. Het loon kregen ze in een papieren zakje uitbetaald. Vaak bleven ze daarna nog even hangen om over voetbal te praten, bijvoorbeeld over Seist en Patria. Er kwam geen bier aan te pas. Het was gewoon gezellig. Na een kom soep van mijn moeder gingen ze pas naar huis. Ik hoorde veel plat Zeists en plat Utrechts, al begreep ik er weinig van.

Later leven

Toen mijn vader de Ireneflat had geïnstalleerd, verhuisden mijn ouders daarheen. Twee jaar later verhuisden zij naar de Aristoteleslaan 26. Daar overleed mijn vader plotseling in 1967. Dat had een grote impact. Hij werd gecremeerd in Dieren. Er kwamen meer dan 500 mensen naar zijn afscheid. Mijn moeder zette het bedrijf nog een tijd voort met hulp van anderen. Later vroeg Bram Kraan van Nooitgedacht of zij het bedrijf aan hem wilde overdragen. Dat deed zij. Het was een goede beslissing.

Wat voor man was mijn vader? Hij was een tengere man van 1,76 meter met grote oren en altijd een sigaar in zijn mond. Zijn bijnaam was Churchill. Hij kocht Carl Upmann-sigaren per grote doos bij zijn sigarenwinkel aan de Donkere Laan. Hij had een klein sigarendoosje dat hij gebruikte als agenda. Het stond vol met aantekeningen en was voor hem heilig. Mijn vader was vrolijk, had humor en maakte gemakkelijk contact. Hij kende veel mensen en was erg vrijgevig. Hij zorgde goed voor zijn personeel. Zo bezocht hij regelmatig de weduwe van een overleden medewerker om te kijken of alles goed ging. Soms gaf hij haar ook extra financiële steun. Hij had ooit een medewerker uit de reclassering in dienst. Tijdens een vakantie in Oostenrijk zei mijn vader ineens dat we naar huis moesten. Hij had gelijk: er waren problemen ontstaan. Hij kreeg zelden ruzie en had niet snel een hekel aan mensen.

Eind jaren vijftig reed hij in een Ford Consul. Onderhoud vond hij minder belangrijk. De auto zat vol deuken en reparaties met plakband, omdat hij er voortdurend mee over bouwplaatsen reed. Op zaterdagochtend ging hij naar kapper Ockhuysen voor een grondige scheerbeurt en een korte knipbeurt. De slager, de bakker en allerlei andere mensen kwamen daar ook. Het was een gezellige ontmoetingsplek.

Waar ik trots op ben, is dat mijn ouders een bedrijf met winkel konden runnen zonder managementopleiding of andere vooropleiding. Ze konden groot denken, maar bleven tegelijk zuinig. Ze gaven nooit zomaar geld uit en sloten geen leningen af. Eerst hard werken, daarna pas uitgeven. Dat betekende wel dat mijn zusje en ik onze vader niet vaak zagen. Mijn zus werkte een tijd in de zaak. Ik niet, al heb ik wel korte tijd de boekhouding gedaan.

Mijn ouders waren altijd actief binnen de Zeister Handelsvereniging. Daarom vind ik het extra mooi om hen met dit verhaal te eren.

Door: Ine Kievits