Meta Siesling vertelt over vroeger

Meta Siesling, geboren op 8 september 1934, weduwe en voormalig verpleegster. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Jeugd bij pleegouders aan de Hortensialaan

In 1948 kwam ik in Zeist wonen bij mijn pleegouders, de heer en mevrouw Goris. Zij woonden aan de Hortensialaan 26. Toen ik bij hen kwam wonen, hadden zij net hun 20‑jarige zoon verloren in Nederlands-Indië. Zijn naam staat op het Indiëmonument in het Walkartpark. Dat monument heb ik in 2002 samen met burgemeester Boekhoven onthuld.

Mijn pleegvader werkte bij firma Reesink aan de Donkerelaan, een stoffeerderij en woninginrichting. Veel later werd in dat pand het Chinees-Indisch restaurant Azië gevestigd. Het pand wordt binnenkort gesloopt voor nieuwbouw. Reesink werd geleid door een broer en een zus. Er waren connecties met de Evangelische Broedergemeente. Naast Reesink zat ook de stoffeer- en meubelinrichting van firma Ruijs. Later werd de naam Donkerelaan veranderd in Slotlaan.

Mijn pleegvader werkte ruim 40 jaar bij Reesink en begon daarna voor zichzelf. Hij was een echte vakman en geliefd bij klanten. Houtsnijden was zijn hobby; hij maakte prachtige houtsnijwerken.

Opgroeien in Zeist

Ik had het goed bij mijn pleegouders. Ik mocht naar de mulo aan de Slotlaan, wat voor die tijd best uitzonderlijk was. Ik zat bij de padvinderij in het Molenbosch. Mevrouw Jacobi, van de tapijtenhandel, was daar leidster. Ook ging ik naar gymnastiek bij Mars.

Als ik jarig was, werd er iets lekkers gehaald bij bakker Alberts op de Oude Arnhemseweg. Ik weet nog dat ik op mijn verjaardag een zilveren kettinkje kreeg. Zwemmen deden we in zwembad Mooi Zeist.

Na de mulo ging ik naar de vormingsklas aan de Tulpstraat. Daar kreeg je les in koken, strijken, naaien en andere huishoudelijke vaardigheden. Toen ik een jaar of 17 à 18 was, mocht ik wel eens helpen bij Reesink. Ik zette dan gordijnringen aan en verdiende wat geld. Soms ging ik met mijn pleegvader mee naar klanten. Steeds meer mensen hadden een auto. Als er tocht was in de auto, zochten wij uit waar dat vandaan kwam en losten we het op.

Opleiding en werk in het ziekenhuis


Helaas werd ik op jonge leeftijd ernstig ziek. Daardoor kon ik pas op mijn 27e beginnen aan de verpleegstersopleiding in het Zeister Ziekenhuis. Tijdens de opleiding woonde ik in het zusterhuis. Toen ik gediplomeerd was, bleek dat ik te klein was om operatieassistente te worden.

Later werd ik hoofdverpleegster op afdeling Upsala. Op het terrein stonden noodgebouwen uit Zweden. Daarom werden ze genoemd naar Zweedse plaatsen. Door toedoen van wethouder Scheps kregen mijn man en ik een flat aan de Laan van Vollenhove. Daar woon ik nog steeds met veel plezier. Mijn man is 26 jaar geleden overleden.

Ik heb 20 jaar in de verpleging gewerkt. Daarna nam ik ontslag om voor mijn pleegouders te zorgen. Zij woonden inmiddels in de Mirtehof aan de Molenweg en hadden veel zorg nodig. Ik heb dat 2 jaar gedaan. Mijn pleegouders hebben altijd goed voor mij gezorgd en ik deed het graag terug.

Als ik zo terugkijk, kan ik zeggen: ik heb een slechte start gehad, maar een goed einde.

Door: Marja Vermeulen.