Nico Wildeman vertelt over vroeger: Gemeentelijke begraafplaats Zeist
Nico Wildeman, geboren op 4 april 1952, getrouwd met Trix Klein, vader van 2 kinderen en opa van 1 kleinkind, werkte op de Gemeentelijke Begraafplaats van Zeist. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Jeugd en eerste werkervaring
Als kind woonde ik in Driebergen. Ons gezin bestond uit mijn vader, moeder, zusje en gehandicapte broer. Mijn vader werkte als voorman in het groen bij de gemeente Driebergen. Mijn moeder werkte bij Ons Centrum, een vakantieoord in Driebergen. Ik ging vaak met mijn moeder mee. Ook trok ik veel op met mijn vader. In de herfst hielp ik hem bij het aardappels rooien op een boerderij achter Het Grote Bos in Doorn. Zo hadden we de hele winter aardappelen. Ik hield van buiten zijn en van de natuur. Tegelijk was ik een stil kind. Ik stotterde erg en daardoor werd ik op school veel gepest. Wel trok ik veel op met mijn buurjongen.
Ondanks alles kijk ik met plezier terug op mijn jeugd. Toen ik later mijn vrouw leerde kennen, hielp zij mij van het stotteren af te komen. Door anders te ademen en door te zingen kreeg ik het onder controle. Praten in grote groepen vind ik nog steeds lastig. Na de lagere school ging ik naar de lagere tuinbouwschool in Utrecht. Daarna liep ik stage bij kwekerij Abbing aan de Odijkerweg. Vervolgens volgde ik de opleidingen aankomend hovenier en vakbekwaam hovenier. Toen ik vijftien jaar was, werkte ik tijdens de vakantie bij de plantsoenendienst van de gemeente Zeist. Een jaar later kon ik aan de slag in de gemeentelijke kwekerij aan de Choisyweg. Daar werden planten gekweekt voor de Dieptetuin, het park bij Slot Zeist en andere plantsoenen. Mijn werkzaamheden bestonden onder meer uit bollen pellen, plantjes verspenen en de kwekerij schoonhouden.
In 1969 werkte ik als vakantiehulp op de Algemene Begraafplaats, zoals de begraafplaats toen nog heette.
Werken op de begraafplaats
Toen er in 1970 een vacature kwam voor tuinman en grafdelver, werd ik aangenomen. Meneer Maassen was toen opzichter en meneer Smalen was voorman. Met zeven medewerkers deden we alles zelf: graven delven, graven ruimen, paden aanleggen en het onderhoud van het groen. Bijna alles gebeurde met de hand. Alleen voor het graven van nieuwe graven was er een machine beschikbaar. Later werd het machinaal graven uitbesteed. In het begin mocht ik nog niet met de machines werken.
Door het werk in het groen werd je vaak vies. Vooral bij het ruimen van graven kwam soms een onaangename geur vrij die in je kleding en huid trok. Bij de oude ingang was een douche aanwezig voor medewerkers die thuis geen douche hadden. Degene die als laatste klaar was, moest de ruimte opruimen. Daardoor ontstond er vaak een klein wedstrijdje om niet als laatste onder de douche te staan.
De eerste keer dat ik een graf moest ruimen, was ik behoorlijk zenuwachtig. Ik wist niet wat ik zou aantreffen. De stoffelijke resten werden herbegraven in een verzamelgraf. Dat gebeurt nog steeds. Bij de ingang staat een herdenkingsbeeld voor de mensen die in een verzamelgraf zijn herbegraven en voor degenen van wie de as is uitgestrooid op het strooiveld.
Een gebeurtenis die veel indruk op mij maakte, was de zelfdoding van een man in 2001. We waren aan het werk toen we een schot hoorden. De man had zichzelf doodgeschoten op het graf van zijn broer. Waarom hij dat deed, hebben we nooit geweten.
Bijzondere uitvaarten en herinneringen
In de loop der jaren heb ik veel bijzondere uitvaarten meegemaakt. Een Surinaamse begrafenis maakte veel indruk. Iedereen droeg witte kleding. De overledene werd met muziek, zang en dans naar het graf begeleid. Ook Chinese begrafenissen waren indrukwekkend. Bij één uitvaart werd de aula een heel weekend gebruikt. Er werd geld verbrand, mannen en vrouwen zaten gescheiden en er werd vuurwerk afgestoken.
Een andere bijzondere gebeurtenis was de begrafenis van Isaac Tamaela in 1978. Het was 20 december en er lag sneeuw. De begrafenis zou om drie uur beginnen, maar de stoet arriveerde pas om half vijf. Er waren ongeveer duizend mensen aanwezig. Langs de route naar het graf stonden bloemen en fakkels.
Op een begraafplaats zie je veel verdriet. Je moet leren om dat niet mee naar huis te nemen. Er zijn ook veel bijzondere gedenktekens. Zo is er een graf met een piano als monument en een groot familiegraf van tien bij vijf meter. Zelf vind ik monumenten van glas erg mooi. Het onderhoud van gedenktekens is specialistisch werk. Ieder materiaal vraagt om een andere aanpak. Ik vond het altijd belangrijk dat de begraafplaats er verzorgd uitziet.
Het werk veranderde in de loop van de jaren. Vroeger voerde je vooral opdrachten uit. Tegenwoordig werk je meer samen met collega’s. Voor nabestaanden is het belangrijk dat de begraafplaats netjes en verzorgd blijft. Veel mensen bezoeken regelmatig het graf van hun partner, kind of familielid. Sommigen komen zelfs iedere dag. Mijn favoriete plek op de begraafplaats is de zichtas vanaf de aula, waarbij je uitkijkt langs de geschoren coniferen. Ik ben er trots op dat ik heb mogen bijdragen aan hoe de begraafplaats er nu uitziet.