Peter en Hanny van Leeuwen vertellen over vroeger: Benzinestation in Den Dolder

Peter en Hanny van Leeuwen, geboren in respectievelijk Zeist en Den Dolder, ouders van Peter (1968) en Monique (1971), waren benzinepomphouders aan de Pleineslaan in Den Dolder. In dit artikel delen zij hun herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Van buurkinderen tot ondernemers

Peter en Hanny kennen elkaar al van jongs af aan. Ze woonden maar een paar huizen van elkaar vandaan en speelden als kinderen samen op het grasveld voor hun huizen. “De broer van Peter was eigenlijk van mijn leeftijd, dus daar speelde ik mee”, vertelt Hanny.

De basis van het familiebedrijf werd gelegd toen Peters vader in 1954 naar Den Dolder kwam. Hij wilde een eigen garagebedrijf beginnen. Eerst werkte hij vanuit een klein schuurtje van aannemer Oudenes. Later bouwde hij een garage en enkele jaren daarna werd die uitgebreid. Voordat hij voor zichzelf begon, werkte hij als monteur bij de busmaatschappij NBM in Zeist, op de plek waar nu het stationsplein ligt. Daar was destijds de grote werkplaats voor het onderhoud van de bussen.

In 1979 nam Peter het bedrijf over. Nog enkele jaren combineerde hij de garage met het benzinestation. Vanaf 1984 richtten Peter en Hanny zich volledig op de exploitatie van het tankstation.

Klanten en service

De klanten waren onder meer de groenteboer Craats, melkboer Hoekstra, kolenboer Pater en bakker Van den Berg. Ook verschillende bedrijven uit de omgeving kwamen er tanken, zoals firma Hagoort en schoonmaakbedrijf Jetten. In de tijd van Peters ouders deed zijn vader het garagewerk en zijn moeder de pomp. Veel klanten kwamen niet alleen voor brandstof, maar ook voor de persoonlijke service. Peter hielp bijvoorbeeld met het controleren van bandenspanning, oliepeil en ruitensproeiervloeistof. Kleine problemen loste hij vaak meteen op. “Ga je even tanken en dan vraag je het, en dan helpen ze je wel”, werd er vaak gezegd.

Er was geen bel bij het station. Je hield voortdurend de pomp in de gaten. Als er een auto kwam aanrijden, liep er vanzelf iemand naar buiten. Alleen in uitzonderlijke gevallen toeterden klanten om aandacht te krijgen. In het begin betaalden bijna alle klanten contant. Later kwamen er maandklanten die één keer per maand een rekening ontvingen. Dat waren vooral bedrijven, maar ook enkele particulieren. Op het hoogtepunt waren er ongeveer vijftig tot vijfenvijftig maandklanten. Iedereen moest uiteindelijk tekenen voor de levering. Dat voorkwam vergissingen op drukke momenten. Op zondagmorgen werden alle bonnen uitgezocht en gingen de rekeningen de deur uit.

Door het dagelijkse contact ontstonden vaak persoonlijke gesprekken. Klanten vertelden over hun gezin, een scheiding, ziekte of een overlijden. Soms moesten Peter en Hanny die gesprekken onderbreken omdat er andere klanten stonden te wachten. Het tankstation werkte jarenlang samen met Total. Peter en Hanny kijken daar positief op terug. Bij storingen of vragen werd snel geholpen. Ook na hun pensionering bleef het contact bestaan. Het station verkocht vier soorten brandstof: gewone benzine, superbenzine, diesel en mengsmering voor brommers. De bevoorrading verliep automatisch, meestal twee keer per week.

Afscheid van het tankstation

Leuke herinneringen zijn er veel. Zo was er een vrouw die dacht dat haar tank leeg was, terwijl ze naar de temperatuurmeter had gekeken in plaats van naar de benzinemeter. Een andere klant vroeg zich af hoe zij voortaan moest tanken toen Peter en Hanny stopten met het station. “Mag ik je dan ophalen, dan kan je me helpen tanken? Want ik weet echt niet hoe het moet.” Er kwamen vaker mensen die hun olie wilden controleren, maar niet wisten hoe dat werkte. Juist dat persoonlijke contact maakte het werk bijzonder. 

Toen Peter en Hanny wilden stoppen, dachten zij aan een rustig afscheid met hun kinderen. Dat liep anders. Tijdens een reis naar Ibiza regelden hun kinderen, samen met andere helpers, een groot afscheidsfeest. Klanten werden uitgenodigd via een geheime organisatie achter hun rug om. Op die dag verzamelden de klanten zich bij de kerk. Daarna volgde een optocht met muziek, ballonnen, de brandweer, een cateringwagen en vele bezoekers. Zelfs de burgemeester was aanwezig.

De brandstoftanks dreigden vlak voor de laatste dag leeg te raken. Dankzij bemiddeling van de inspecteur werd er op vrijdagavond alsnog een tankwagen gestuurd zodat alle klanten nog konden tanken. Het afscheid maakte diepe indruk. “Dat was echt onvergetelijk hoor.” Bij die gelegenheid ontvingen Peter en Hanny bovendien het waarderingssymbool Ot en Sien van de gemeente Zeist.

Door: Frits Stuurman