Herber van Rees, Cliëntenadviseur
Herber van Rees, geboren op 17 maart 1941, is getrouwd met Joke van Kleef en werkte als cliëntenadviseur. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van mondelinge geschiedenis.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Herinneringen
Jeugd aan de 1e Hogeweg
Ik ben geboren aan de 1e Hogeweg 26a. Het was een twee-onder-een-kapwoning. In de ene helft was de BOA Bank en in de andere helft een groentezaak. Mijn vader was directeur van de bank. Wij woonden boven de bank.
Op de hoek met de Slotlaan had je het “Witte Huis” en op de hoek met de Kerkweg was een manufacturenzaak. Ons huis en de bank stonden tegenover slagerij Van Hunnik. Nu is daar een notenwinkel gevestigd.
Ons gezin bestond uit mijn ouders, mijn zus en mijn jongere tweelingbroertjes. Van de oorlog kan ik mij niet zoveel herinneren; daar was ik te jong voor. Wel weet ik nog dat er lange rijen mensen stonden voor de gaarkeuken in de kleuterschool op de hoek met de Slotlaan. Ook ben ik met mijn vader naar de Dorpsstraat geweest toen Zeist bevrijd werd.
Ouders en familie
Mijn ouders zijn in 1940 in Zeist komen wonen. Mijn vader is opgegroeid bij zijn opa en oma in Sliedrecht. Zijn eigen ouders en een zusje zijn in 1918 overleden aan de Spaanse griep.
Ik was dol op fietsen. Ik heb achter Het Slot leren fietsen. Toen ik 8 was, mocht ik al alleen op de fiets naar de familie in Sliedrecht.
Schooltijd en buitenspelen
Ik ging naar de kleuterschool op de hoek van de Slotlaan en naar de lagere school aan de Slotlaan. Ik was een rustig jongetje. Er werd veel buiten gespeeld, vooral in het Walkartpark.
We voetbalden graag. Van jassen of takken maakten we doeltjes. Je had teams per straat en die speelden dan een wedstrijdje tegen elkaar. Toen ik 10 was, kreeg ik van mijn oom een leren bal. Dat was een fijn cadeau. Ik weet nog dat ik een keer de bal door het raam van slagerij Van Hunnik had geschoten. Daar waren de slager en mijn ouders niet blij mee.
Thuis en eten
Wij waren geen arm gezin. Mijn moeder kon goed koken. Mijn lievelingseten was rode kool met een bal gehakt. Er werd tussen de middag warm gegeten.
Als er iemand jarig was, werd er soms een ijsje gehaald bij Jamin op de Slotlaan. Voor een dubbeltje had je een wafelijsje. Voor 15 cent kreeg je er ook chocola bij. Dat was een echte traktatie. Venezia bestond toen ook al; daar werd ook weleens ijs gehaald.
Brood werd gekocht bij bakker Dorrestein op de 2e Hogeweg, later bij Heusinkveld op de 1e Hogeweg. Melk kochten we bij melkboer Munt op de Emmastraat en kruidenierswaren bij Van Wermeskerken aan de Nooitgedacht. Die had een grote transportfiets. We kregen altijd een zakje tumtum.
Waar nu de Kwalitaria zit bij het pleintje, was een drogisterij. De eigenaar had een motor. Daar mocht ik een keer opzitten. Geweldig was dat.
Kerstmis
Met kerst stond er een kerstboom met echte kaarsjes bij de deur tussen de voor- en achterkamer. Het was een kamer ensuite. Ik weet nog goed, ik was een jaar of 10, dat de boom voor de verandering bij het raam was gezet. Dat was maar goed ook.
Mijn tweelingbroertjes maakten mijn vader en moeder wakker met de mededeling dat de kerstboom in brand stond. Ze hadden geprobeerd de kaarsjes aan te steken. Mijn vader heeft de brandende boom zo het raam uitgegooid.
Vriendschappen en school
Op de lagere school raakte ik bevriend met Cor Jansen. Na de lagere school ging ik naar de mulo aan de Slotlaan. In mijn middelbare schooltijd raakten Cor en ik ook bevriend met Arie Smit en Orbo Verschuur. We zijn allemaal in 1841 geboren. De voornaam Orbo is een afkorting van Oranje Boven.
We zien elkaar nog steeds 1 keer per jaar. Dan organiseren we een lunch. Ook hebben we contact via e-mail en telefoon.
Sport en hobby’s
Ik ben tot 1957 lid geweest van Rambonnet, een padvindersgroep. Daarna werd ik lid van voetbalvereniging Zeist. Ik was keeper in de lagere elftallen. Bij uitwedstrijden vertrokken we vanaf het busstation aan de Slotlaan.
Ik deed alles op de fiets. Ik heb pas op mijn 27e auto leren rijden.
Eerst speelden we achter Het Slot en bij Koeburg aan de Laan van Rijnwijck. In 1976 verhuisde de club naar Dijnselburg. De tribune verhuisde mee. Ik verzorgde 26 jaar het jeugdsecretariaat, daarna was ik 10 jaar jeugdvoorzitter en tot 2006 verzorgde ik het secretariaat van de vereniging. Ik ga nog steeds elke zaterdag kijken bij het eerste elftal.
Kennismaking met mijn vrouw
Ik heb mijn vrouw Joke leren kennen bij de voetbalvereniging. Zij is geboren in 1949. Haar vader en broer waren ook actief bij de vereniging. Wij gingen weleens naar het Raethuys of naar de film. De Citybioscoop aan de 1e Hogeweg bestond al toen ik kind was.
Om half één gingen de cafés dicht. Ook deden we thuis spelletjes. Met Koninginnedag gingen we kijken naar het vuurwerk achter Het Slot.
Werk en bijzondere gebeurtenissen
Na de middelbare school ben ik een poosje gaan werken bij een advocatenkantoor. Ook ben ik nog in militaire dienst geweest. Daarna ben ik de bankwereld ingerold. Ik heb altijd in de beleggingensfeer gewerkt.
Mijn schoonvader had een bedrijf aan de Karpervijver. Toen er in 1968 brand uitbrak in Wees & Weiss aan het Broederplein, hebben we met man en macht het pand natgehouden om te voorkomen dat de brand zou overslaan. Deze gebeurtenis staat in mijn geheugen gegrift.
Verhuizen en gezin
In 1967 werd het ouderlijk huis helemaal bankgebouw. We zijn toen verhuisd naar de Sanatoriumlaan. Daar heb ik maar kort gewoond. In 1968 zijn Joke en ik getrouwd.
We hadden een flat op de 9e verdieping in de L-flat in Vollenhove. De flat was net nieuw. Je betaalde toen, inclusief verwarming, 180 gulden per maand. Dat was voor die tijd behoorlijk.
Daarna zijn we verhuisd naar de Anna van Burenlaan. Nu wonen we aan de 1e Hogeweg in het Bakkershuys. Het gebouw staat op de plek waar vroeger bakkerij Dorrestein en Schat stond. Ik woon nu op een steenworp afstand van waar ik geboren ben. De cirkel is rond.
Door: Marja Vermeulen