Reijer Aalten vertelt over vroeger
Reijer Hendrik Aalten, geboren op 12 augustus 1928 in Zeist, getrouwd met Margaretha Adriana Samsom, vader van twee dochters en één zoon en opa van zes kleinkinderen, was groothandelaar in fietsonderdelen. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Jeugd en gezin
Mijn vader was een echte Zeistenaar. Mijn opa en oma woonden aan de Wetlaan. Opa werkte onder andere als lantaarnaansteker. ’s Avonds stak hij de straatlantaarns in Zeist aan. Dat beroep bestaat niet meer. Mijn moeder kwam uit Deventer en werkte op een buitenplaats aan de Utrechtseweg, al weet ik niet meer precies welke.
Mijn vader was reiziger, wat we nu een vertegenwoordiger noemen. Hij werkte voor rijwielfabriek Springfield. Eind 1935 begon hij voor zichzelf met een groothandel in fietsonderdelen. Mijn ouders waren toen al getrouwd. Ik bleef enig kind. Dat vond ik niet altijd leuk. Mensen denken vaak dat je als enig kind verwend wordt, maar dat was niet zo. Of het bij één kind is gebleven door de crisisjaren, weet ik niet.
Werk en oorlogsjaren
Wij woonden aan de Van der Heijdenlaan 27. Daar bouwde mijn vader ook zijn magazijn. Hij leverde aan fietsenmakers, onder andere in Zeist. In die tijd waren dat er wel twintig. Ook ging hij de provincie in. Hij had een Ford, wat toen bijzonder was. De auto stond bij de firma Van Ekeris aan de Costerlaan.
Ik hoefde als kind niet mee te helpen in het magazijn. Wel deed ik soms boodschappen voor mijn moeder bij de winkels aan de Van der Merschlaan. Ik ging naar school aan de Egelinglaan en voor de hbs mijn laatste jaar naar de Slotlaanschool bij meester De Klerk. Ik was een rustige jongen en kreeg pianoles en speelde accordeon.
Van de oorlog heb ik niet veel bijzondere herinneringen. Ik zat op het christelijk lyceum. Het gebouw aan de Lindenlaan werd gevorderd door de Duitsers, waarna we les kregen aan de Socrateslaan. Mijn vader bracht een deel van zijn voorraad onder in schuren in Den Dolder. Fietsbanden werden geruild voor voedsel, waardoor we geen honger hadden. Aan het eind van de oorlog moest je oppassen voor razzia’s.
Later leven en pensioen
Na de oorlog ging ik studeren in Amsterdam, met plannen voor het bankwezen. In 1951 overleed mijn vader plotseling aan een hartaanval. Hij was 51 jaar. Ik stopte met mijn studie en ging in het bedrijf werken, dat inmiddels zo’n twaalf medewerkers had. Met hulp van trouwe medewerkers kon ik mijn studie in de weekenden afmaken. Ik liep stage in Brussel en studeerde in 1953 af.
In datzelfde jaar trouwde ik met Greetje Samsom. Ik leerde haar kennen via haar broer Aert, met wie ik jeugddiensten organiseerde in gebouw Irene aan de Slotlaan. Na afloop gingen we vaak samen koffie drinken. Zo heb ik Greetje leren kennen. Na ons trouwen woonden we aan de Harmonielaan en later verhuisden we.
De zaak aan de Van der Heijdenlaan werd te klein. Toen het bedrijventerrein in Zeist-West werd aangelegd, verhuisde het bedrijf daarheen, in de jaren zeventig. In 1985 is het bedrijf verkocht.
Ik ben altijd betrokken gebleven bij Zeist, vooral via de kerk. Ik was lid en voorzitter van de Rotary en bestuurslid van de plaatselijke Rabobank.
In 2005 richtten we met enkele oud-Rotaryleden de Compagnie op. Deze groep komt eens per twee weken bij elkaar. Dat zijn mooie avonden. Daarnaast speel ik piano in het Thomaskerkensemble. Daar geniet ik nog steeds van. Ik kijk, met alle ups en downs, terug op een goed leven.