Rein Boverhuis vertelt over vroeger
Rein Boverhuis, geboren op 1 februari 1937 in Den Dolder, groeide op in een gezin waarvan beide ouders werkten op de Willem Arntsz Hoeve, waar zijn vader sinds 1928 als verpleger werkte en het gezin ook woonde. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Gezin en werk op de Hoeve
Rein groeide op in Den Dolder, op verschillende adressen aan de Dolderseweg en de Pleineslaan. Zijn ouders werkten beiden op de Willem Arntsz Hoeve. Zijn vader, Gerrit Boverhuis, begon daar in 1928 als leerling-verpleger.
Het gezin woonde in een dienstwoning van de Hoeve. Van het salaris van zijn vader ging een groot deel op aan kost en inwoning. Daarom namen veel gezinnen een patiënt in huis. Iedere woning had een aparte kamer voor een patiënt. Die at mee en woonde bij het gezin.
Rein herinnert zich dat goed. Zo was er een patiënt met de bijnaam Achilles, die eens trots een grote mat cadeau gaf voor de verjaardag van zijn moeder. Op de achterkant stond dat de mat van de Hoeve kwam. Ook was er Jaantje, die op een dag met mooi gekruld haar thuiskwam en later die middag weer met nat, steil haar binnenstond.
De oorlog en het ontslag
Tijdens de oorlog werkten er ook NSB’ers op de Hoeve. Op een dag kwam een medewerker van de technische dienst langs met een propaganda-krant en vroeg om geld. Reins vader weigerde dat.
Kort daarna ging er een ruit kapot in hun huis. Toen zijn vader een glaszetter wilde regelen, kreeg hij te horen dat dat niet zou gebeuren omdat hij de krant had geweigerd. Zijn vader werd boos en sloeg de man.
Dat had grote gevolgen. Hij werd op staande voet ontslagen, ‘oneervol, wegens wangedrag’. Pas na de oorlog werd dit rechtgezet.
Het gezin moest het huis uit en raakte verspreid. Rein ging naar familie in Assen en zijn broertje naar Gorinchem. Zijn ouders vonden werk in ziekenhuizen in Amsterdam en Assen. Later kwamen ze weer terug naar Den Dolder.
In de Hongerwinter probeerde zijn vader spullen te ruilen voor eten. Hij werd opgepakt en naar Duitsland gebracht. Na een ontsnapping liep hij te voet terug naar huis. Rein herinnert zich nog zijn kapotte voeten.
Herinneringen aan een zware tijd
Rein heeft veel herinneringen aan de oorlogsjaren. In de tuin lag een loopgraaf waar het gezin bij luchtalarm in schuilde. Er waren regelmatig bombardementen, onder andere vanwege de nabijgelegen vliegbasis Soesterberg.
Als jongen liep hij met andere kinderen naar een gaarkeuken om eten te halen. Onderweg stopten ze bij een boerderij om de soep alvast te proeven met lepeltjes die ze daar verstopt hadden.
Ook kreeg hij af en toe eten bij andere gezinnen, via de kerk geregeld. Dat waren belangrijke momenten in een moeilijke tijd.
Hij herinnert zich ook het verhaal van een dansgelegenheid waar een inval werd gedaan. De eigenaar werd opgepakt en overleed later in gevangenschap.
De oorlogsjaren maakten diepe indruk. Toch laten zijn verhalen ook zien hoe mensen elkaar hielpen en probeerden door te gaan met het dagelijks leven.