Sander van Rhijn vertelt over vroeger: Notariskantoor aan de Woudenbergseweg
Sander van Rhijn was notaris bij notariskantoor Van Rhijn in Zeist. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Het begin van het notariskantoor
Het prille begin van het notariskantoor van mijn vader ligt in de eerste helft van de jaren twintig. In die tijd was het aantal notarissen gekoppeld aan het aantal inwoners van een gebied. Dat Van Hoogstraten als notaris in Zeist werd benoemd, laat zien dat Zeist groeide. In de jaren dertig werd zijn praktijk gevestigd aan de Woudenbergseweg, in een pand met de naam Tritektum. Het huis had een torentje met een windwijzer en een grote tuin. Destijds was de Woudenbergseweg nog een beukenlaan. Tijdens de oorlog werd het pand gebruikt door de Duitse Ortskommandantur.
Voor het notariaat bestond toen nog geen universitaire opleiding. Studenten werden voorbereid op staatsexamens door opleiders uit de praktijk. Het examen bestond uit drie onderdelen. Mijn vader studeerde af in 1929 en werd kandidaat-notaris in Culemborg. Door de economische crisis verloor hij in 1933 zijn baan. Daarna schreef hij zich in als advocaat in Utrecht, ging in Zeist wonen en gaf les aan toekomstige notarissen.
Halverwege de jaren dertig ging hij werken bij notariskantoor Van Hoogstraten in Zeist. In 1939 verhuisden wij naar de Pauw van Wieldrechtlaan. Veel van mijn jeugdherinneringen spelen zich daar af. Toen Van Hoogstraten wilde stoppen, trok mijn vader zich terug uit een benoemingsprocedure in Driebergen en solliciteerde naar het kantoor in Zeist. Hij werd benoemd als opvolger van Van Hoogstraten.
Na de oorlog nam iedereen de draad weer op. Mijn vader ontwikkelde zich tot een bekende Zeistenaar. Hij was actief in besturen van onder meer het Zeister Ziekenhuis, de Oranjevereniging, het Montessorilyceum, Bartiméus en de Kinderhulp Voogdijvereniging. Hij stond bekend als onafhankelijk en onpartijdig. Hij kon met iedereen omgaan en had goede contacten binnen de gemeente. Altijd droeg hij een driedelig pak met stropdas en hoed. Meestal verplaatste hij zich op de fiets.
Van vader op zoon
Mijn vader wilde graag in Tritektum blijven, maar dat bleek niet mogelijk. Daarom kocht hij een ander pand aan de Woudenbergseweg. Het huis had vier grote kamers op de begane grond, waaronder een wachtkamer. Op de verdieping woonde een medewerker die ook huismeester was. Het pand had uitstraling, maar geen centrale verwarming. In de winter werden de kamers verwarmd met kachels.
In de jaren vijftig kon hij ook de naastgelegen Villa Anna kopen. Een deel daarvan werd in gebruik genomen voor het kantoor. Op het terrein woonden meerdere gezinnen. Mijn vader vond het belangrijk om goed voor zijn medewerkers te zorgen en hielp soms ook bij het vinden van woonruimte.
Door de groei van Zeist nam het werk voor notarissen sterk toe. Meer mensen kochten een woning en bouwprojecten zorgden voor extra werk. Mijn vader was betrokken bij projecten als Valckenbosch, de Wilhelminaparkflat en flat Pasadena. Ook werkte hij voor het Bouwfonds. Naast vastgoedzaken maakt een notaris veel testamenten op. Die werden vroeger met de hand geschreven en later getypt. Elke akte werd zorgvuldig bewaard en verwerkt bij het kadaster.
Ik studeerde rechten in Leiden en behaalde mijn doctoraal in 1956. In 1958 deed ik staatsexamen voor notaris. Eind 1959 was ik kandidaat-notaris. Eerst werkte ik enkele maanden bij mijn vader, maar volgens hem moest ik het vak elders leren. Daarom ging ik aan de slag bij een kantoor in Twello. Toen mijn vader in 1970 met pensioen ging, kwamen er twee notarisplaatsen vrij. Samen met Piet de Wit solliciteerde ik. Ik werd benoemd op relatief jonge leeftijd, want ik was nog geen veertig jaar oud. Wij huurden het kantoor van mijn vader en verbouwden het. Het personeel kenden we al goed. Ook de huisvesting van de gezinnen die bij het kantoor hoorden bleef bestaan. Dat zorgzame karakter bleef kenmerkend voor ons kantoor.
Maatschappelijke betrokkenheid en afscheid
Piet de Wit was een serieuze en betrouwbare man. Hij was actief binnen de Hervormde Kerk en betrokken bij verzorgingstehuizen zoals De Amandelhof. In 1985 ging hij met pensioen. Daarna volgde kandidaat-notaris Wiebe Fransen hem op.
Net als mijn vader heb ik mij altijd sterk ingezet voor de samenleving. Ik was bestuurder bij onder meer het Zeister Lyceum, het Zeister Ziekenhuis, diverse stichtingen, het bejaardenwerk, vakantiekolonies, kleuterdagverblijven en projecten van de Rotary. In 1997 nam ik afscheid van het kantoor. Met automatisering heb ik mij nooit beziggehouden. Ik ben altijd ambachtelijk blijven werken. Zelfs een fax heb ik nooit bediend. Ik groeide langzaam in het vak en voelde mij er volledig thuis.
Ik had vooral belangstelling voor mensen en hun persoonlijke belangen. Grote ondernemingen en vennootschappen trokken mij minder. Het contact met mensen en hun verhalen gaf mij voldoening. Het ambtsgeheim speelde daarbij altijd een belangrijke rol. Mijn vader en ik spraken nooit over cliënten of hun zaken. Ook als wij wisten dat verhalen of geruchten niet klopten, konden wij daar niets over zeggen. Dat was de bijzondere positie van een notaris: dichtbij mensen staan en tegelijkertijd hun vertrouwen beschermen.
Door: Elian de Jonge