Truus Wildeman-Bregman vertelt over vroeger
Trijntje (Truus) Bregman, geboren op 24 september 1944 in Pijnacker en opgegroeid in Den Haag, is getrouwd met Gijs Wildeman, moeder van een zoon en drie dochters en oma van zes kleinzoons, en werkte van 1994 tot maart 2015 als pedicure. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Op weg naar het vak
Op een woensdagmiddag in april staat de interviewer bij Truus op de stoep. Ze is net gestopt als pedicure. Binnen, met een kop koffie, begint haar verhaal.
Truus komt uit een kwekersfamilie. Werken en aanpakken stonden centraal. “Met dat sop ben ik overgoten,” zegt ze. Leren lag haar minder. Na de huishoudschool ging ze aan het werk. Via verschillende banen werd ze uiteindelijk chef in een banketbakkerij. Dat vond ze leuk: omgaan met mensen en leidinggeven.
Na haar huwelijk en de komst van haar kinderen richtte ze zich op het gezin. Maar na verloop van tijd miste ze iets. “Ik vond dat ik op het gebied van scholing nog wat in te halen had.” Toen haar jongste dochter tien jaar was, begon ze aan een opleiding. Dat viel niet mee. “Je moet veel herhalen als je ouder bent.” Toch zette ze door en ontdekte ze dat leren ook leuk kan zijn.
Werken als pedicure
Truus koos bewust voor het vak pedicure. Ze wilde mensen helpen én thuis kunnen werken. “Mensen kwamen vaak met pijn en gingen opgelucht de deur uit. Dat maakt het werk dankbaar.”
Ze begon met een advertentie in de kerkbode. Daarna groeide haar klantenkring via mond-tot-mondreclame. Ze werkte hard: overdag en soms ’s avonds. Hygiëne was belangrijk. Na elke behandeling moest alles worden schoongemaakt en ontsmet.
Haar cliënten waren heel verschillend. Niet alleen oudere vrouwen, maar ook mannen en jongere mensen. Veel voorkomende klachten waren eelt, likdoorns en ingegroeide nagels. Soms waren er bijzondere gevallen, zoals een cliënt met een zogenoemde ramshoornnagel.
Truus bouwde een band op met haar cliënten. “Een behandeling duurt lang, dus je praat met elkaar.” Ze hoorde verhalen over plezier en verdriet. Dat persoonlijke contact vond zij een van de mooiste kanten van haar werk.
Ze volgde extra cursussen, onder andere voor de behandeling van mensen met diabetes. “Je moet blijven leren, want het werk verandert steeds.” Toch besloot ze aan het einde van haar loopbaan daarmee te stoppen. “Ik had geen zin meer om te studeren, omdat ik toch ging stoppen.”
Afscheid en terugblik
Truus bouwde haar werk geleidelijk af. “Als je in één keer stopt, val je in een gat.” Haar afscheid was emotioneel. Familie, cliënten en bekenden stuurden kaarten en foto’s. Haar kinderen en kleinkinderen droegen gedichten voor en zongen. “Dan hou je het niet droog.”
Na haar werk bleef ze actief. Ze wandelt veel, doet aan fitness en zit in een boekenclub. Ook helpt ze af en toe met het verzorgen van bloemen in de kerk. Voor haar familie maakt ze altijd tijd.
Als ze terugkijkt, is ze tevreden. “Het heeft veel energie gekost, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Mensen helpen geeft zoveel voldoening. Ik zou het zo weer overdoen.”