Wim Veltkamp vertelt over vroeger
Wim Veltkamp, geboren op 21 december 1938, getrouwd met Corrie Vonk, vader van een zoon en een dochter, opa van 4 kleinkinderen en gepensioneerd bouwkundige. In dit artikel deelt hij zijn herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.
Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.
Jeugd aan de Eikenlaan
Ik ben geboren aan de Eikenlaan 29. Ik was de jongste van 5 kinderen en had 4 oudere zussen. Tussen mij en mijn oudste zus zit 16 jaar. Mijn moeder kwam uit Zeist en mijn vader uit Vorden. Opa was koetsier op kasteel De Wildenborch. Mijn vader was onderwijzer aan de christelijke lagere school aan de Weeshuislaan. Die school werd ook wel de klompenschool genoemd, omdat niet alle kinderen schoenen hadden. In de oorlog liep ik zelf ook op klompen.
De klassen waren groot. Tijdens de oorlog kwamen er ook leerlingen van de Torenlaanschool bij. Soms zaten er wel 60 kinderen in een klas. We moesten met z’n drieën in een bankje zitten dat eigenlijk voor 2 kinderen was bedoeld. Juffrouw Zaal gaf met een klerenhanger tikken als je niet luisterde. In mijn laatste schooljaar moest ik naar de jongensschool van de Broedergemeente, omdat ik anders bij mijn vader in de klas zou komen. Ik vond het niet fijn, want het was er streng. Gelukkig kon ik na school gewoon met mijn oude vriendjes spelen.
Mijn beste vriend was Henk van de Geest, die aan de Dijnselweg woonde. Ik was een ondeugend jongetje. Met Henk ging ik graag belletje trekken en we haalden kwajongensstreken uit bij meneer Rijstenborgh. We hadden dikke pret. Ook was ik graag buiten en ging ik naar de padvinderij.
Opgroeien tijdens de oorlog
Mijn ouders begonnen hun huwelijk in kamers boven bloemenzaak Meeuwenberg aan de Slotlaan. Later verhuisden zij naar de Cronjélaan. In 1934 lieten ze het huis aan de Eikenlaan bouwen voor 5.100 gulden. Ze kwamen 1.000 gulden tekort en konden dat lenen van een oom. Naast zijn werk als onderwijzer deed mijn vader daarom de boekhouding voor Van Houwelingen houthandel, familie van mijn moeder. Mijn oom had een auto en vroeg voor mijn vader een rijbewijs aan. Dat kostte 1 gulden en vijftig cent.
In 1944 kwamen een oom en tante uit Bennekom tijdelijk bij ons wonen, omdat het daar te gevaarlijk werd. Mijn vader had een vergunning om hout te rooien in het Dijnselbos. In huis Dijnselburg zat toen een afdeling van het Duitse leger. Ik herinner me dat we een keer hout haalden toen er een vliegtuig overkwam. Het karretje werd omgedraaid en mijn zusje en ik moesten eronder schuilen.
We hadden een radio, verstopt boven aan de trap. Mijn moeder moest altijd huilen als ze koningin Wilhelmina hoorde. Mijn vader en oom moesten zich soms verstoppen als er razzia’s waren. Ze namen dan een lege melkfles mee om in te plassen. We hebben honger gehad in de oorlog. Mijn ouders gaven me dan een steentje om op te zuigen, zodat door het speeksel het hongergevoel minder werd. Misschien was het een smoesje, maar het hielp wel.
Mijn 2 oudste zussen gingen naar familie in Vorden om voedsel te halen. Toen ze daar aankwamen, mochten ze niet mee-eten, maar kregen wel eten mee naar huis.
Een warm gezin
Toen ik 6 was, trouwde mijn oudste zus. Van mijn zwager kreeg ik een leren bal. Ik had meteen veel vriendjes, want zo’n bal was bijzonder in die tijd. We kwamen uit een warm gezin. Na de oorlog moesten we wel zuinig zijn. Je kreeg 1 plakje kaas voor 2 sneetjes brood. We hadden een groentetuin en mijn moeder weckte groenten voor de winter. Ik was dol op boerenkool met worst. Warme appelmoes vond ik vies, maar ik moest altijd mijn bord leegeten.
Mijn oom uit Bennekom had een rijwielzaak met een compressor om banden mee op te pompen. Dat kostte 5 cent. In de vakantie ging ik vaak alleen op de fiets naar Bennekom. Als er klanten kwamen, mocht ik voor hen de banden oppompen en het geld houden. Ik was toen een jaar of 8 à 9.
Mijn vader rookte sigaren van sigarenhandel Verdonk aan de Steijnlaan. In de zakjes zaten rebussen. Die spaarden we tot oudejaarsavond en dan mochten we om de beurt een rebus oplossen. Met Sinterklaas kregen we altijd tweedehands cadeautjes. Ik heb ooit een vrachtauto gekregen die mijn oom zelf had gemaakt. Die heb ik nog steeds.
Jeugd en werkend leven
In de zomer gingen we met de buurvrouw en tante Jans in de vrachtwagen van mijn oom naar Katwijk. We verzamelden bij de houthandel aan de Cronjélaan en vertrokken dan met het hele gezelschap. Thuis moest ik ook klusjes doen: vegen en in de tuin werken.
Mijn neven hadden een kano die lag bij de brouwerij achter het Slot. De ligplaats kostte 10 gulden per jaar. Ik ruimde 1 keer in de 2 weken de werkplaats in de houthandel op en dan mocht ik de kano gebruiken. Bij de dump kocht ik een Canadese cape die je aan elkaar kon knopen tot een tent. Daarmee ging ik soms langs de Kromme Rijn kamperen.
Na de lagere school ging ik 2 jaar naar de mulo aan de Slotlaan en daarna naar de ambachtsschool. Vervolgens ging ik werken: eerst bij meneer Becker, een architect, daarna bij aannemersbedrijf Van Lunteren, vervolgens bij De Bruin en het Zeister Bouwbedrijf. Toen dat bedrijf failliet ging, werkte ik tot mijn pensioen bij bouwbedrijf Muijzer. In al die jaren had ik verschillende functies, van bedrijfsleider tot bouwkundige. Ook ben ik in militaire dienst geweest.
Gezinsleven en later jaren
Corrie en ik begonnen na ons trouwen aan de Krugerlaan. We gingen naar de Sionskerk en het Witte Kerkje. Ik kijk met veel plezier terug op een project van de kerk: in Many in Hongarije moest een kerk opgeknapt worden. We maakten een plan, zamelden geld in en reden 2 keer per jaar naar Hongarije om te zien wat er gedaan was en wat er nog moest gebeuren. Aan die periode hebben we goede Hongaarse vrienden overgehouden.
We woonden 25 jaar aan de Krugerlaan. Toen mijn vader naar de Nassau Odijckhof in Driebergen verhuisde, kochten wij het huis aan de Eikenlaan. Daar hebben we tot 2014 gewoond. Nu wonen we in een appartement in het centrum van Zeist. Dat bevalt goed. We genieten van de kinderen en kleinkinderen.
Door: Marja Vermeulen