Gordana Vracaric vertelt over vroeger: Wasserij Burger in Zeist

Gordana Vracaric, geboren in Sabac, moeder van één zoon, Gradimir (1965), werkte van 1970 tot 1999 bij wasserij Burger. In dit artikel deelt zij haar herinneringen als onderdeel van de mondelinge geschiedenis van Zeist.

Mondelinge geschiedenis, ook wel oral history genoemd, is een manier om het verleden vast te leggen aan de hand van persoonlijke herinneringen. Mensen vertellen hun eigen ervaringen in een gesprek, waardoor verhalen bewaard blijven die niet altijd in officiële documenten staan. Deze herinneringen kunnen soms afwijken van bekende feiten, omdat ze gebaseerd zijn op wat iemand zelf heeft meegemaakt.

Naar Nederland voor werk

Wasserij Burger aan de Noordweg was jarenlang een begrip in Nederland. Zelfs het Koninklijk Huis liet er wasgoed reinigen. De wasserij werd in 1920 opgericht, ging in 1984 over naar Lips Textielservice en sloot uiteindelijk in 1999. Gordana Vracaric kwam in het voorjaar van 1970 vanuit Sabac in Centraal-Servië naar Nederland. Ze was toen een jonge moeder van een zoontje van vijf jaar. “Mijn man had geen werk en het geld dat hij kreeg, gaf hij uit aan drank. We hadden geen goed huwelijk.”

Er waren financiële problemen en soms was er nauwelijks eten voor haar zoon Gradimir. Toen via het arbeidsbureau werk in Nederland werd aangeboden, greep zij die kans aan. Haar zoon bleef achter bij haar ouders. Samen met tien andere Joegoslavische vrouwen begon zij bij wasserij Burger in Zeist. Ze woonden met dertig tot veertig vrouwen in De Warande. Iedere ochtend kregen ze ontbijt en liepen daarna naar hun werk. Om half acht begon de werkdag en om half vijf waren ze klaar. De mensen waren vriendelijk, maar de chef was streng. Hij hield in de gaten hoeveel pauze iemand nam en hoe lang iemand op het toilet bleef. “Je moest fysiek sterk zijn, maar ik heb het dertig jaar volgehouden.”

Werken in de wasserij

De eerste werkdagen verliepen grotendeels zonder woorden. De Joegoslavische vrouwen spraken geen Nederlands en de leiding sprak geen Joegoslavisch. “Alles ging in gebarentaal.” Nederlandse collega’s hielpen hen met de taal. Zo leerde Gordana stap voor stap Nederlandse woorden voor kledingstukken en dagelijkse dingen. Door goed te luisteren en veel te oefenen leerde zij uiteindelijk de taal spreken.

Aanvankelijk wilde ze maar twee jaar blijven. Dat liep anders. Ze kreeg vrienden, kennissen en ontmoette haar latere partner Zivko, die door iedereen Taki werd genoemd. In 1973 kregen zij een flat in Vollenhove. Op haar werk begon Gordana met het ophangen van zware, natte dekens aan droogstangen. Ook stopte zij natte jassen in centrifuges. Veel werkzaamheden gebeurden toen nog met de hand. Later werd het proces steeds verder geautomatiseerd.

Als de dekens droog waren, vouwde zij ze op en pakte ze in plastic zakken. Chauffeurs brachten de schone was naar hotels, ziekenhuizen en zorginstellingen in heel Nederland. Tegelijk namen zij weer nieuwe, vuile was mee terug naar de wasserij. Het werk was zwaar, maar zij deed het met plezier. “Ik werkte voor de opvoeding van mijn zoon.” Van haar loon stuurde zij het grootste deel naar haar ouders, die voor Gradimir zorgden. Daarnaast werkte zij extra uren en waste zij in het weekend af bij De Biltse Hoek.

Na tien jaar werd zij als eerste Joegoslavische vrouw gekozen in de ondernemingsraad van wasserij Burger. Zij was lid van de FNV en werd door collega’s voorgedragen. Dat maakte haar werk nog interessanter, omdat zij kon meedenken over problemen van medewerkers en kon helpen bij oplossingen.

Een thuis in Zeist

Gordana stond bekend als een sociale en behulpzame collega. “Ze noemden mij oma.” Onder haar tafel stond altijd een pot snoepjes en collega’s kwamen graag even een praatje maken. Mensen helpen gaf haar veel voldoening. Ze hield contact met vrienden uit voormalig Joegoslavië en doet dat nog steeds. Via sociale media spreekt zij met mensen over de hele wereld.

Hoewel zij haar afkomst nooit vergat, voelde Zeist steeds meer als thuis. “Natuurlijk blijf ik Joegoslavische, maar ik ga nooit meer weg uit Zeist.” In Zeist vond zij vrienden en een nieuwe toekomst. Ze werd actief als vrijwilliger bij de voedselbank en als gastvrouw van het inloophuis in Vollenhove. Wanneer zij terugkijkt op haar jaren bij wasserij Burger, denkt zij vooral aan de zelfstandigheid die zij daardoor kreeg. Voordat zij naar Nederland kwam, had zij nooit eigen geld verdiend. Door haar werk kon zij sparen, haar ouders ondersteunen en zelfs een stukje grond kopen in Joegoslavië. “Dat gaf me een gevoel van eigenwaarde, een zekere trots.” Volgens Gordana was dat het mooiste cadeau dat wasserij Burger haar heeft gegeven.